Download PDF Van Tekst

Total Page:16

File Type:pdf, Size:1020Kb

Download PDF Van Tekst Om de oude wereldzee. Deel 1 Abraham Kuyper bron Abraham Kuyper, Om de oude wereldzee. Deel 1. Van Holkema & Warendorf, Amsterdam z.j. [ca. 1907] (2de druk) Zie voor verantwoording: http://www.dbnl.org/tekst/kuyp002omde02_01/colofon.php © 2017 dbnl t.o. III DE BOSPORUS. Abraham Kuyper, Om de oude wereldzee. Deel 1 V Voorrede. Het boekdeel, dat hiermeê het licht ziet, verschijnt wat de Duitschers noemen, geheel anspruchslos. Het gaat uit zonder de minste pretentie van geographisch, ethnologisch of historisch eenige nieuwe vondst aan de markt te brengen. En nog minder maakt het aanspraak op de eere van een boeiend reisverhaal te zijn. De landen die ik doortoog, zijn, met uitzondering alleen van een deel van Klein-Azië en Soedan, algemeen bereisd; hun geheimnissen hebben ze reeds lang ontsluierd; en althans wie er slechts kort vertoeven kon, gelijk dit met mij het geval was, zou slechts herhalen kunnen wat door specialiteiten vóór mij veel omstandiger en juister bericht was. Voor mij was eenig doel van mijn reis, persoonlijk kennis te maken met de religieuse, sociale en politieke toestanden in de onderscheiden streken van Europa, Azië en Afrika, die de oude Wereldzee omzoomen. Reeds voor jaren trok mijn hart daarheen; maar wijl ik dusver alleen in den zomer eenige weken vrij kon maken, was de tijd altoos te kort en het seizoen te heet, om een reis naar de Levant te ondernemen. Toen daarom het Kabinet, waarvan ik de eer had lid te zijn, bij de algemeene verkiezingen voor de Staten-Generaal in 1905, in minderheid werd gebracht, richtte ik tot Hare Majesteit de Koningin het eerbiedig verzoek, mij wel van mijn ambt te willen ontheffen; en zoo zag ik mij, toen dit verzoek was ingewilligd, als ambtloos burger op eenmaal vrij, gelijk ik in geen vijftig jaar geweest was, en begreep deze eenig goede kans niet te moeten verzuimen, om eindelijk dan toch aan mijn lang gekoesterd voornemen uitvoering te geven. In negen maanden tijds is het mij gelukt, de lijnen van den driehoek Odessa-Khartoem-Tanger langs te komen; veel te vluchtig voor nauwkeurige kennismaking, maar toch bedaard genoeg om een algemeenen indruk in mij op te nemen. Toch had ik op reis gaande, en op reis zijnde, er uit mij-zelven geen oogenblik ernstig aan gedacht, iets over ontvangen indrukken uit te geven. Maar reeds onderweg begon men mij zoo sterk te manen, en toen ik in Den Haag was teruggekeerd, nam deze aandrang zulke proportiën aan, dat ik mij tenslotte gewonnen gaf, en besloot iets althans van mijn indrukken in wijder kring mede te deelen. Tot titel koos ik ‘Om de oude Wereldzee’, wijl het de beteekenis der Middellandsche Zee als voormalige Wereldzee is, die de deelen van Europa, Abraham Kuyper, Om de oude wereldzee. Deel 1 VI Azië en Afrika welke ik bezocht, in eenheid saamhoudt. Heel den loop der eeuwen door, trekt de historie zich in haar hoofdmotieven steeds om een zee saâm. Een zee van grooten omvang heeft toch dit eigenaardige, dat ze streken van zeer uiteenloopend karakter met elkaar in aanraking en verband brengt. Uit die aanraking van het heterogene ontstaan diepgaande worstelingen, doordien verschillende rassen, religiën, talen en cultuurtoestanden met elkander om de hegemonie gaan dingen, en het zijn deze worstelingen die aan de historie der menschheid haar schitterendste episoden gaven. Te land loopen hiermede wel een reeks van worstelingen evenwijdig, maar overmits deze meer het homogene in conflict brengen, blijven ze van lagere orde en missen den verreikenden invloed dien de strijd om de Wereldzee steeds uitoefent. Nu is van oude tijden her tot diep in de 15e eeuw de Middellandsche Zee onafgebroken de Wereldzee geweest, langs wier kusten en op wier wateren de groote historische worstelingen plaats grepen. Na de 15e eeuw is de Atlantische Oceaan, met de Noordzee en de Oostzee, hier ten deele voor in de plaats getreden; en sinds de 20e eeuw aanbrak, wijst veel er op, dat de Zuidzee voortaan de hoofdrol vervullen zal. Wat echter, in vergelijking hiermee, de Middellandsche Zee in zoo hooge mate belangwekkend maakt, is 1o. dat zij gedurende meer dan dertig eeuwen het centrum van ons menschelijk leven is geweest; 2o. dat zij het was, die de drie werelddeelen van Azie, Europa en Afrika met elkander in aanraking en botsing bracht; en 3o. dat de cultuurontwikkeling en in verband hiermeê de worsteling tusschen het Aziatische en Egyptische, classiek-Grieksche-Romeinsche, en daarna tusschen het Christelijke en Mohammedaansche element, om haar zoom haar verloop nam. Zelfs nu nog behoudt de Middellandsche Zee een rang van ernstige beteekenis, door de doorgraving der landengte van Suez zelfs nog verhoogd; en al kan ze thans niet meer gezegd worden de Wereldzee te zijn, toch blijft de kennis van de landen die haar eigen bekken, en dat van de bij haar behoorende Zwarte en Adriatische Zeeën, omgeven, voor den loop ook der komende historie van hoog gewicht. De rol die zij te vervullen heeft, is nog allerminst afgeloopen. In dit eerste deel geef ik mijn bevinding omtrent de Aziatische kust, met wat daartegenover ligt. Een tweede deel, zoo ik ook dit voltooien mag, zal de noordkust van Afrika, met wat dáártegenover ligt, ter sprake brengen. In dit deel loopt de lijn van Odessa tot Jaffa; in het tweede deel zal die loopen van Port-Saïd over Khartoem tot Tanger. In verband hiermede opent dit eerste deel met een algemeene bespreking van de zoo netelige positie, waarin almeer Europa en Azië tegenover elkander komen te staan. Ons Europeesch besef heeft ons nu lange jaren verleid, om ons zelven als heeren en meesters over Azië te beschouwen, Azië aan te zien voor een werelddeel van ondergeschikte en achterlijke cultuur, en ons te doen vergeten, hoe toch eigenlijk alle initiatief Abraham Kuyper, Om de oude wereldzee. Deel 1 VII voor hoogere cultuur ons uit Azië is toegekomen. Hierin begint thans verandering te komen. Azië leeft op. Reeds telt één Aziatisch rijk mede onder de groote Mogendheden der wereld. En de vraag is daarom niet te onpas, in wat licht we dezen keer in de wederzijdsche verhouding hebben te bezien. Na deze inleiding breng ik dan de kustlanden der Zwarte Zee, Rumenië en Rusland ter sprake. Rumenië is een der nieuwgeboren Staten van den tweeden rang, die de aandacht trekken door hun snelle en voorbeeldige ontwikkeling. Voor het ernstige vraagstuk, of, bij de reusachtige machtsontwikkeling der groote Mogendheden, voor de Staten van den tweeden rang nog een eigen beteekenis zal zijn te handhaven, scheen mij daarom de beteekenis van Rumenië van gewicht. In de 19e eeuw zijn tal van kleine Staten van de Wereldkaart verdwenen; en ten opzichte van andere die nog stand hielden, zijn reeds meer dan eens plannen in schets gebracht om ook aan hun bestaan een eind te maken. Scandinavië en het Iberische Schiereiland nu daargelaten, is er bijna geen Staat van den tweeden rang waarover de doodsklok niet meer dan eens geluid is. Ook ons land deelde in die drukkende belangstelling Met het oog hierop nu scheen de onverwachte opkomst en de snelle consolideering van Rumenië mij een levensteeken dat moed kon geven, en daarom getroostte ik mij de moeite, in de Rumeensche toestanden iets dieper in te dringen. Noch Montenegro, noch Servië, noch Bulgarije zijn in dit opzicht ook maar van verre met Rumenië op één lijn te stellen. In Rusland was ik getuige van de golving der revolutie tegen de autocratie; iets wat mij vanzelf noopte, mij beider wederzijdsche verhouding nader te verklaren. Zoomin de bespreking van Rumenië als die van Rusland liet echter genoegzaam ruimte voor het ter toetse brengen van twee geheel andere vraagstukken, die vooral in deze beide landen steeds aan de orde blijven: dat der Zigeuners en der Joden. In het Westen maken wij ons van de beteekenis dezer beide vraagstukken voor Rusland en Rumenië eenvoudig geen denkbeeld. De Zigeuners, onder ons verloren eenlingen, treden in het Oosten nog altoos in massa op, en de Jodenquaestie is voor Rusland zoowel als voor Rumenië een der groote vraagstukken van den dag. Dit drong mij aan de bespreking ook van elk dezer beide vraagstukken een afzonderlijk hoofdstuk te wijden. Vooral het Anti-Semitisme wordt onder ons in zijn waren aard zoo weinig doorzien. Geleidelijk volgt dan daarop de bespreking van wat ik te Constantinopel waarnam, en van mijn bezoek aan Klein-Azië, met name aan Khonia en Smyrna. In Khonia is het hoofdklooster van de belangrijkste orde der Dervischen; wat mij aanleiding gaf ook deze mystiek-ascetische verschijning onder den Islâm ter toetse te brengen. Na Klein-Azië bezocht ik een deel van Syrië, als van ouds het brandpunt van alle religieuse gisting, waar nu nog gelijk van oudsher alle politieke en sociale, kerkelijke en missionaire invloeden met elkaar worstelen. Abraham Kuyper, Om de oude wereldzee. Deel 1 VIII En uit Damascus toog ik eindelijk over Haurân naar het Heilige Land; bij welks bespreking ik tevens de Babisten, de Duitsche tempelieren, de Joodsche koloniën en het vraagstuk van de betrouwbaarheid der overlevering omtrent de historische traditiën der heilige plaatsen poog toe te lichten. Slechts hier en daar meng ik in de behandeling van deze vraagstukken iets omtrent mijn persoonlijke reisaangelegenheden, in hoofdzaak met het doel om van mijn erkentelijkheid te doen blijken voor de uiterst voorkomende welwillendheid, waarmede ik in de verschillende landen door de autoriteiten ontvangen ben, en voor de alleszins verplichtende wijze, waarop zij mijn onderzoek hebben vergemakkelijkt. Men vormt zich, als men uit het Westen komt, geen denkbeeld van de hooge opvatting der courtoisie internationale, die in het Oosten den toon aangeeft. Ze laat u nimmer in den steek en maakt u gedurig verlegen door haar voorkomende vindingrijkheid.
Recommended publications
  • The Uncrowned Lion: Rank, Status, and Identity of The
    Robert Kurelić THE UNCROWNED LION: RANK, STATUS, AND IDENTITY OF THE LAST CILLI MA Thesis in Medieval Studies Central European University Budapest May 2005 THE UNCROWNED LION: RANK, STATUS, AND IDENTITY OF THE LAST CILLI by Robert Kurelić (Croatia) Thesis submitted to the Department of Medieval Studies, Central European University, Budapest, in partial fulfillment of the requirements of the Master of Arts degree in Medieval Studies Accepted in conformance with the standards of the CEU ____________________________________________ Chair, Examination Committee ____________________________________________ Thesis Supervisor ____________________________________________ Examiner Budapest May 2005 THE UNCROWNED LION: RANK, STATUS, AND IDENTITY OF THE LAST CILLI by Robert Kurelić (Croatia) Thesis submitted to the Department of Medieval Studies, Central European University, Budapest, in partial fulfillment of the requirements of the Master of Arts degree in Medieval Studies Accepted in conformance with the standards of the CEU ____________________________________________ External Examiner Budapest May 2005 I, the undersigned, Robert Kurelić, candidate for the MA degree in Medieval Studies declare herewith that the present thesis is exclusively my own work, based on my research and only such external information as properly credited in notes and bibliography. I declare that no unidentified and illegitimate use was made of the work of others, and no part of the thesis infringes on any person’s or institution’s copyright. I also declare that no part of the thesis has been submitted in this form to any other institution of higher education for an academic degree. Budapest, 27 May 2005 __________________________ Signature TABLE OF CONTENTS INTRODUCTION ____________________________________________________1 ...heind graffen von Cilli und nyemermer... _______________________________ 1 ...dieser Hunadt Janusch aus dem landt Walachey pürtig und eines geringen rittermessigen geschlechts was..
    [Show full text]
  • Notes of Michael J. Zeps, SJ
    Marquette University e-Publications@Marquette History Faculty Research and Publications History Department 1-1-2011 Documents of Baudirektion Wien 1919-1941: Notes of Michael J. Zeps, S.J. Michael J. Zeps S.J. Marquette University, [email protected] Preface While doing research in Vienna for my dissertation on relations between Church and State in Austria between the wars I became intrigued by the outward appearance of the public housing projects put up by Red Vienna at the same time. They seemed to have a martial cast to them not at all restricted to the famous Karl-Marx-Hof so, against advice that I would find nothing, I decided to see what could be found in the archives of the Stadtbauamt to tie the architecture of the program to the civil war of 1934 when the structures became the principal focus of conflict. I found no direct tie anywhere in the documents but uncovered some circumstantial evidence that might be explored in the future. One reason for publishing these notes is to save researchers from the same dead end I ran into. This is not to say no evidence was ever present because there are many missing documents in the sequence which might turn up in the future—there is more than one complaint to be found about staff members taking documents and not returning them—and the socialists who controlled the records had an interest in denying any connection both before and after the civil war. Certain kinds of records are simply not there including assessments of personnel which are in the files of the Magistratsdirektion not accessible to the public and minutes of most meetings within the various Magistrats Abteilungen connected with the program.
    [Show full text]
  • IN FO R M a TIO N to U SERS This Manuscript Has Been Reproduced from the Microfilm Master. UMI Films the Text Directly From
    INFORMATION TO USERS This manuscript has been reproduced from the microfilm master. UMI films the text directly from the original or copy submitted. Thus, some thesis and dissertation copies are in typewriter face, while others may be from any type of computer printer. The quality of this reproduction is dependent upon the quality of the copy submitted. Broken or indistinct print, colored or poor quality illustrations and photographs, print bleed through, substandard margin*, and improper alignment can adversely affect reproduction. In the unlikely event that the author did not send UMI a complete manuscript and there are missing pages, these will be noted. Also, if unauthorized copyright material had to be removed, a note will indicate the deletion. Oversize materials (e.g., maps, drawings, charts) are reproduced by sectioning the original, beginning at the upper left-hand comer and continuing from left to right in equal sections with small overlaps. Each original is also photographed in one exposure and is included in reduced form at the back of the book. Photographs included in the original manuscript have been reproduced xerographically in this copy. Higher quality 6" x 9" black and white photographic prints are available for any photographs or illustrations appearing in this copy for an additional charge. Contact UMI directly to order. A Ben A Howeii Information Company 300 North Zeeb Road Ann Arbor. Ml 48106-1346 USA 313.761-4700 800.521-0600 RENDERING TO CAESAR: SECULAR OBEDIENCE AND CONFESSIONAL LOYALTY IN MORITZ OF SAXONY'S DIPLOMACY ON THE EVE OF THE SCMALKALDIC WAR DISSERTATION Presented in Partial Fulfillment of the Requirements for the Degree Doctor of Philosophy in the Graduate School of The Ohio State University By James E.
    [Show full text]
  • Clothing, Memory and Identity in 16Th Century Swedish Funerary Practice
    Joseph M. Gonzalez 6 Fashioning Death: Clothing, Memory and Identity in 16th Century Swedish Funerary Practice Introduction King Gustav Vasa was married three times. In 1531, less than a decade after his election as King of Sweden, he made a match calculated to boost his prestige and help consolidate his position as king and married Katarina von Sax-Lauenburg, the daughter of Duke Magnus and a relative of the emperor. She bore the king one son, Erik, and died suddenly in 1535 (Svalenius, 1992). After her death, the king married the daughter of one of the most powerful noble houses in Sweden, Margareta Eriksdotter Leijonhufvud in 1536. Queen Margareta bore the king eight children before she died in 1551. By August of 1552, the fifty-six year old Gustav Vasa had found a new queen, the 16-year-old Katarina Gustavsdotter Stenbock, daughter of another of Sweden’s leading noble houses. Despite the youth of his bride, the marriage bore no children and the old king died eight years later (Svalenius, 1992). The king’s death occasioned a funeral of unprecedented magnificence that was unique both in its scale and in its promotion of the Vasa dynasty’s image and interests. Unique to Vasa’s funeral was the literal incorporation of the bodies of his two deceased wives in the ceremony. They shared his bed-like hearse on the long road to Uppsala and the single copper casket that was interred in the cathedral crypt. Six months after the funeral, Gustav Vasa’s son with Katarina von Sax-Lauenburg, Erik, was crowned king.
    [Show full text]
  • The Ginger Fox's Two Crowns Central Administration and Government in Sigismund of Luxembourg's Realms
    Doctoral Dissertation THE GINGER FOX’S TWO CROWNS CENTRAL ADMINISTRATION AND GOVERNMENT IN SIGISMUND OF LUXEMBOURG’S REALMS 1410–1419 By Márta Kondor Supervisor: Katalin Szende Submitted to the Medieval Studies Department, Central European University, Budapest in partial fulfillment of the requirements for the degree of Doctor of Philosophy in Medieval Studies, CEU eTD Collection Budapest 2017 Table of Contents I. INTRODUCTION 6 I.1. Sigismund and His First Crowns in a Historical Perspective 6 I.1.1. Historiography and Present State of Research 6 I.1.2. Research Questions and Methodology 13 I.2. The Luxembourg Lion and its Share in Late-Medieval Europe (A Historical Introduction) 16 I.2.1. The Luxembourg Dynasty and East-Central-Europe 16 I.2.2. Sigismund’s Election as King of the Romans in 1410/1411 21 II. THE PERSONAL UNION IN CHARTERS 28 II.1. One King – One Land: Chancery Practice in the Kingdom of Hungary 28 II.2. Wearing Two Crowns: the First Years (1411–1414) 33 II.2.1. New Phenomena in the Hungarian Chancery Practice after 1411 33 II.2.1.1. Rex Romanorum: New Title, New Seal 33 II.2.1.2. Imperial Issues – Non-Imperial Chanceries 42 II.2.2. Beginnings of Sigismund’s Imperial Chancery 46 III. THE ADMINISTRATION: MOBILE AND RESIDENT 59 III.1. The Actors 62 III.1.1. At the Travelling King’s Court 62 III.1.1.1. High Dignitaries at the Travelling Court 63 III.1.1.1.1. Hungarian Notables 63 III.1.1.1.2. Imperial Court Dignitaries and the Imperial Elite 68 III.1.1.2.
    [Show full text]
  • Till Eulenspiegel As a “Recurring Character” in the Works of Hans Sachs
    Narrative Arrangement in 16th-Century Till Eulenspiegel Texts: The Reinvention of Familiar Structures A Dissertation SUBMITTED TO THE FACULTY OF THE UNIVERSITY OF MINNESOTA BY Isaac Smith Schendel IN PARTIAL FULFILLMENT OF THE REQUIREMENTS FOR THE DEGREE OF DOCTOR OF PHILOSOPHY Advisor: Dr. Anatoly Liberman June 2018 © Isaac Smith Schendel 2018 i Acknowledgements First and foremost, I would like to thank my doctoral advisor, Dr. Anatoly Liberman, for his kind direction, ideas, and guidance through the entire process of graduate school, from the first lectures on Middle High German grammar and Scandinavian Literature, to the preliminary exams, prospectus and multiple thesis drafts. Without his watchful eye, advice, and inexhaustible patience, this dissertation would have never seen the light of day. Drs. James A. Parente, Andrew Scheil, and Ray Wakefield also deserve thanks for their willingness to serve on the committee. Special gratitude goes to Dr. Parente for reading suggestions and leadership during the latter part of my graduate school career. His practical approach, willingness to meet with me on multiple occasions, and ability to explain the intricacies of the university system are deeply appreciated. I have also been helped by a number of scholars outside of Minnesota. The material discussed in the second chapter of the dissertation is a reformulated, expanded, and improved version of my article appearing in Daphnis 43.2. Although the central thesis is now radically different, I would still like to thank Drs. Ulrich Seelbach and Alexander Schwarz for their editorial work during that time, especially as they directed my attention to additional information and material within the S1515 chapbook.
    [Show full text]
  • INFORMATION to USERS This Manuscript Has Been Reproduced
    INFORMATION TO USERS This manuscript has been reproduced from the microfilm master. UMI film s the text directly from the original or copy submitted. Thus, some thesis and dissertation copies are in typewriter face, while others may be from any type of computer printer. The quality of this reproduction is dependent upon the quality of the copy submitted. Broken or indistinct print, colored or poor quality illustrations and photographs, print bleedthrough* substandard margins, and improper alignment can adversely afreet reproductioiL In the unlikely event that the author did not send UMI a complete manuscript and there are missing pages, these wül be noted. Also, if unauthorized copyright material had to be removed, a note will indicate the deletion. Oversize materials (e.g., maps, drawings, charts) are reproduced by sectioning the original, beginning at the upper left-hand comer and continuing from left to right in equal sections with small overlaps. Each original is also photographed in one exposure and is included in reduced form at the back of the book. Photographs included in the original manuscript have been reproduced xerographically in this copy. Higher quality 6" x 9" black and white photographic prints are available for any photographs or illustrations appearing in this copy for an additional charge. Contact UMI directly to order. UMI University Microfilms International A Bell & Howell Information Company 300 North Zeeb Road. Ann Arbor. Ml 48106-1346 USA 313/761-4700 800/521-0600 Order Nnsaber 9816176 ‘‘Ordo et lîbertas”: Church discipline and the makers of church order in sixteenth century North Germany Jaynes, JefiErey Philip, Ph.D.
    [Show full text]
  • December 1946) James Francis Cooke
    Gardner-Webb University Digital Commons @ Gardner-Webb University The tudeE Magazine: 1883-1957 John R. Dover Memorial Library 12-1946 Volume 64, Number 12 (December 1946) James Francis Cooke Follow this and additional works at: https://digitalcommons.gardner-webb.edu/etude Part of the Composition Commons, Ethnomusicology Commons, Fine Arts Commons, History Commons, Liturgy and Worship Commons, Music Education Commons, Musicology Commons, Music Pedagogy Commons, Music Performance Commons, Music Practice Commons, and the Music Theory Commons Recommended Citation Cooke, James Francis. "Volume 64, Number 12 (December 1946)." , (1946). https://digitalcommons.gardner-webb.edu/etude/65 This Book is brought to you for free and open access by the John R. Dover Memorial Library at Digital Commons @ Gardner-Webb University. It has been accepted for inclusion in The tudeE Magazine: 1883-1957 by an authorized administrator of Digital Commons @ Gardner-Webb University. For more information, please contact [email protected]. /frtvw in thy dark- sheets shm-ethTtis O lit-tle town of B«tti-U-hem! H hopes and fears of all the /ears bove thy deep and dream-less alvepTh arc met in thee to -ni PHILLIPS BROOKS Jlvihor* . merly of the New Friends of Music; Louis DR. SERGE KOUSSEVITZKY’S programs Fourestier, of the Paris Opera; and An- for the current season of the Boston tonio Votto, formerly assistant to Tos- Symphony Orchestra include five new canini at La Scala in Milan. which were com- symphonies, three of COMPANY, missioned by the Koussevitzky Music THE AMERICAN OPERA operatic venture, Foundation. One of these is by Oliver Philadelphia’s newest October 24 Messiaen, contemporary French com- had an auspicious opening on RUCTION Mozart’s comic opera, poser; another is Walter Piston’s Third when it presented the Harem,” under PIANO Symphony; the third is Aaron Copland’s “The Abduction from MODERN direction of Vernon Hammond, mu- NOTE Third Symphony.
    [Show full text]
  • Universitäts- Und Landesbibliothek Tirol
    Universitäts- und Landesbibliothek Tirol Anstandsbüchlein Vogt, Franz Donauwörth, 1920 XVII. Titulaturen urn:nbn:at:at-ubi:2-15672 183 zwar in der Regel auf der linken Hälfte des Blattes , z. V . „An das (hohe ) Bayrische Staats¬ ministerium des Innern für Unterricht und Kultus, München !" Ergebenheitsformeln , wie sie bei Ein¬ gaben an hohe Persönlichkeiten noch in Uebung sind , fallen bei den weltlichen Behörden weg (bei kirchlichen Behörden werden sie noch gebraucht ) ; ein einfacher , sachlicher, selbstverständlich sehr höf¬ licher und respektvoller Ton ist am Platze . Ohne weitere Schlußformel folgt auf den Text die Unter¬ schrift ohne besonderen Abstand . (Formmuster siehe am Schlüsse .) Eine allgemein gültige Regel läßt sich übrigens nicht aufstellen , da die Eingabenform in verschie¬ denen Ländern verschieden ist. Man wird daher gut daran tun , sich jeweils nach der landesge¬ bräuchlichen Form zu erkundigen. XVII . Titulaturen. 2m folgenden geben wir eine gedrängte Ueber- sicht derjenigen Behörden und Privaten , mit denen das Volk etwa verkehren muß . Richtige Titulatur ist Behörden gegenüber von ' Wichtigkeit , nament¬ lich aber Private verzeihen eine unrichtige Titu¬ latur nur ungern . Es steht nun unter s ) die An¬ rede oder Überschrift , unter b ) die Anrede im Verlaufe der Eingabe oder des Briefes , unter e ) die Empfehlungsformel am Schlüsse (wo solche notwendig ist) , unter 6 ) die Unterschrift und unter e ) die Adresse. 184 1. Titulaturen einzelner Persönlichkeiten. An den Sapst. s) Heiligster Baker! lr) Eure Heiligkeit! e) In tiefster Ehrfurcht Euer Heiligkeit 6) untertänigst gehorsamster Sohn N. e) An Seine Heiligkeit den Papst(Benedikt XV.) in Rom. ö. An einen Kardinal. n) Eminenz! (Hochwürdigster Herr Kardinal!) Gnädigster Herr! K) Eure Eminenz, Hochdieselben.
    [Show full text]
  • Crocodiles, Masks and Madonnas Catholic Mission Museums in German-Speaking Europe
    STUDIA MISSIONALIA SVECANA CXXI Rebecca Loder-Neuhold Crocodiles, Masks and Madonnas Catholic Mission Museums in German-Speaking Europe Dissertation presented at Uppsala University to be publicly examined in Sal XI, Universitetshuset, Biskopsgatan 3, Uppsala, Friday, 13 December 2019 at 10:15 for the degree of Doctor of Philosophy (Faculty of Theology). The examination will be conducted in English. Faculty examiner: Professor Hermann Mückler (University of Vienna). Abstract Loder-Neuhold, R. 2019. Crocodiles, Masks and Madonnas. Catholic Mission Museums in German-Speaking Europe. Studia Missionalia Svecana 121. 425 pp. Uppsala: Department of Theology. ISBN 978-91-506-2792-3. This dissertation examines mission museums established by Catholic mission congregations in Germany, Austria, and Switzerland from the 1890s onwards. The aim is to provide the first extensive study on these museums in a way that contributes to current blind spots in mission history, and the history of anthropology and museology. In this study I use Angela Jannelli’s concept of small-scale and amateurish museums to create a framework in order to characterise the museums. The dissertation focuses on the missionaries and their global networks, their “collecting” in the mission fields overseas, and the “collected” objects, by looking at primary sources from mission congregations’ archives. In the middle section of the dissertation the findings of an analysis of the compiled list of thirty-one mission museums are presented. This presentation focuses on their characteristics (for example, the museum surroundings, the opening and closing dates, the role of the curators, and type of objects). From this list of thirty- one museums three case studies were selected for in-depth analysis: (1) three “Africa museums” of the Missionary Sisters of St.
    [Show full text]
  • The Tournament and Its Role in the Court Culture of Emperor Maximilian I
    i The Tournament and its Role in the Court Culture of Emperor Maximilian I (1459-1519) Natalie Margaret Anderson Submitted in accordance with the requirements for the degree of Doctor of Philosophy The University of Leeds, Institute for Medieval Studies March 2017 ii The candidate confirms that the work submitted is her own and that appropriate credit has been given where reference has been made to the work of others. This copy has been supplied on the understanding that it is copyright material and that no quotation from the thesis may be published without proper acknowledgement. © 2017 The University of Leeds and Natalie Margaret Anderson The right of Natalie Margaret Anderson to be identified as Author of this work has been asserted by Natalie Margaret Anderson in accordance with the Copyright, Designs and Patents Act 1988. iii Acknowledgements I must first acknowledge the help and support of my supervisors, Dr Alan V. Murray and Dr Karen Watts. They have been there since the beginning when I took part in their ‘Tournaments’ module during my MA studies, which first introduced me to the fantastical world of Maximilian’s tournaments. They also helped me to craft the idea for this research project while I was still exploring the exciting but daunting prospect of undertaking a PhD. Their words of advice, patience, and sometimes much-needed prodding over the past four years helped to bring about this thesis. Thank you as well to my examiners, Professor Stephen Alford and Professor Maria Hayward, whose insights helped to greatly improve this thesis. Thank you to the University of Leeds, whose funding in the form of a Leeds International Research Scholarship made this research possible.
    [Show full text]
  • Nordmärker Greifenspiegel Quod Non in Actis Publicis, Non in Mundo!
    Ausgabe: 2 Hesinde / Firun 1039 Bf. Preis: 3 Heller Nordmärker Greifenspiegel Quod non in actis publicis, non in mundo! Offizielles Mitteilungsblatt des Herzogtums Nordmarken. Der Landgrafschaft Gratenfels, der Grafschaften Elenvina, Isenhag und Albenhus sowie der Grafschaft vom großen Fluss. Der Baronien und Edlengüter, der Bergkönigreiche Xorlosch und Eisenwald, sowie der örtlichen Reichsstädte. Der Nordmärker Greifenspiegel erscheint regelmäßig über den Götterlauf verteilt. Travias Segen über das Herzogenpaar Elenvina, Peraine 1038 BF - Seine Hoheit Dame Concabella in die Nordmarken gereist waren, doch Hagrobald Guntwin vom Großen Fluss lud zur Feier Seiner mußte sich schon im zweiten Durchgang mit der Dame Catalin Vermählung mit der liebreizenden Grafentochter Concabella Alcorta, die gegen den Herrn Garobald von Fischwachttal Blanca von Ehrenstein-Streitzig auf die Veste Eilenwïd-über- unterlag, die letzte der tapferen Tjoster Almadas aus dem den-Wassern. Kampfe verabschieden. In den letzten Durchgängen fanden sich dafür viele altbekannte Voller gut gelaunter Gäste war die Stadt am Großen Fluss. und gefürchtete Tjoster, namentlich Seine Hochgeboren Bereits zum Ende des Tsamondes waren viele hochedle Herr- Wallbrord von Löwenhaupt-Berg, Seine Hochgeboren Welfert schaften angereist, um die am 25. Tsa beginnende Turnei von Mersingen und Seine Hochgeboren Tiro von Friedwang- auszufechten, zu der Seine Hoheit Hagrobald anlässlich seines Havensgaard, der legendäre Sieger der Turnei zu Elenvina Travienbundes geladen hatte. anlässlich des 60. Tsatages Seiner Hoheit Jast Gorsam. Doch auch drei in den Nordmarken recht unbekannte Namen Nicht nur aus Almada und den Nordmarken, fanden sich unter den Streitern: Seine Wohlgeboren Codovan sondern auch aus Kosch, Albernia und gar dem von Sturmfels, der Fechtmeister der Rommilyser Mark, Seine fernen Perricum waren Streiter und Zuschauer dem Ruf des Hochwürden Rahjan, ein Kavalier der lieblichen Göttin, und Herzogs gefolgt.
    [Show full text]