Überlegungen Zur Brittenburg
Total Page:16
File Type:pdf, Size:1020Kb
Load more
Recommended publications
-
Voorburg-Arentsburg : Forum Hadriani *)
PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/26485 Please be advised that this information was generated on 2021-09-29 and may be subject to change. VOORBURG-ARENTSBURG : FORUM HADRIANI *) Keizer Hadrianus heeft, waarschijnlijk in 120 of 121, in het woongebied van de Canane- fates een marktplaats gesticht, of aan een reeds bestaande nederzetting marktrecht geschon ken : Forum Hadriani. Deze nederzetting is tevens de hoofdplaats geweest van de civitas der Cananefates. Nog tijdens de regering van Hadrianus(?) of liever onder Antoninus Pius of Marcus Aurelius, op zijn laatst in 162, is deze plaats tot municipium verheven. De officiële naam Inidde sindsdien Municipium Aelium of Aurelium Cananefat(i)um, M.A.C. op een mijl paal die omstreeks 1500 gevonden is in het land der Cananefates, te Monster of Naaldwijk, en die is opgericht in 162 tijdens de regering van Marcus Aurelius en zijn adoptief broer Lucius Verus 1). De naam Forum Hadriani bleef daarnaast gehandhaafd, zoals blijkt uit de vermelding van deze plaatsnaam op de Tabula Peutingeriana, in een inscriptie op een askist uit de 3de eeuw, die gevonden is in Pannonia Superior 2), en in het opschrift van de in 1963 te Rijswijk (Z.-H.) ontdekte mijlpaal, die dateert uit 250 na Chr., uit de regeringstijd van Decius 3). Deze laatste vondst heeft opnieuw het probleem van de lokalisering van Forum Hadriani onder de aandacht gebracht. In de Bonner Jahrbücher 164, 1964 werd naar aanleiding van de mijlpaal van Rijswijk 4) betoogd dat Forum Hadriani in of bij Voorburg (zie afb.) heeft gelegen, niet ver van de plaats waar ten westen van de Vliet, d.i. -
Van Tilburg-5.Indd 27 28-07-15 17:26 Van Tilburg-5.Indd 28 28-07-15 17:26 Traffi C Policy and Circulation in Roman Cities
Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/35894 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Tilburg, Cornelis Richard van Title: Streets and streams : health conditions and city planning in the Graeco-Roman world Issue Date: 2015-10-14 I. CITY AND TRAFFIC van Tilburg-5.indd 27 28-07-15 17:26 van Tilburg-5.indd 28 28-07-15 17:26 Traffi c Policy and Circulation in Roman Cities van Tilburg-5.indd 29 28-07-15 17:26 CITY AND TRAFFIC Context In 2007, I published Traffi c and Congestion in the Roman Empire (second edition 2012). Th is book was the reason for the CASA/KVSA (Classical Association of South Africa/Klassieke Vereniging van Suid-Afrika) to invite me to present a paper, enti- tled ‘Traffi c Policy in Roman Cities’, at the biennial conference ‘Aspects of Empire’, 2-5 July 2007, held at the University of Cape Town. Th is paper was the basis of the following chapter. Since then, more books and articles on this theme have been published.1 How- ever, the majority of these articles are restricted to the situation in Pompeii , the best preserved ancient Roman city. In 2011, however, a volume was published by R. Lau- rence and D.J. Newsome, in which – besides Pompeii – traffi c aspects of Rome and Ostia are discussed.2 For a positive review see R. Benefi el (2012): ‘this is a beautifully produced book that moves its reader onto and through the streets of the Roman city’.3 However, I agree with a more critical opinion by M. -
Romeinen in Katwijk Knooppunt in Een Wereldrijk Parklaan Landschapsarchitecten B.V
Romeinen in Katwijk Knooppunt in een wereldrijk Parklaan Landschapsarchitecten b.v. T: 073 - 614 01 91 weleer Vughterstraat 221 E: [email protected] erfgoedcommunicatie 5211 GD Den Bosch I: www.parklaan.nl Romeinen in Katwijk Knooppunt in een wereldrijk Een visie op de communicatie van de Romeinse Limes in de gemeente Katwijk voorblad; Katwijk en Brittenburg, van Goyen 1627 februari 2016 1. Aanleiding Verschillende rijks- en provinciale overheden werken op Om het streven naar draagvlak voor het Nederlandse plannen, waarbij elke gemeente een eigen accent of thema landelijk niveau samen om het Nederlandse deel van de deel van de Limes vorm te geven is in 2012 het landelijke kan hebben. Limes, de noordgrens van het Romeinse Rijk, op de UNES- ‘Uitvoeringsprogramma Publieksbereik Romeinse Limes’ CO-werelderfgoedlijst te krijgen. In januari 2014 heeft de opgesteld. De provincie Zuid-Holland heeft bovendien in De provincie Zuid-Holland heeft de erfgoedlijn Limes uitge- gemeente Katwijk daartoe de Intentieverklaring Werelderf- 2013 het Uitvoeringsprogramma Erfgoedlijnen (2013-2016) werkt in het document Romeinse Limes Zuid-Holland, visie goednominatie Romeinse Limes ondertekend1 . De prelude vastgesteld. Alle investeringen in erfgoed in deze periode 2020, meerjarenprogramma 2014-2016. Katwijk wordt in dit hiervan luidt: worden geconcentreerd op zeven erfgoedlijnen, met als beleidsstuk genoemd als te ontwikkelen recreatief-toeris- De Romeinse Limes, de noordgrens van het Romeinse uitgangspunt het streven naar beschermen, beleven en tisch Limesknooppunt. De Limes moet beleefbaar, bekend, Rijk, is de grootste lineaire archeologische structuur in benutten. Eén van die erfgoedlijnen is de Romeinse Limes. bereikbaar en benut worden. Naast de dynamische limes Europa. Een indrukwekkend restant van dit verleden is de Katwijk is daarbinnen door de provincie Zuid-Holland recent is de Oude Romeinse waterbaan belangrijk. -
Map 10 Rhenus-Albis Compiled by J.H.F
Map 10 Rhenus-Albis Compiled by J.H.F. Bloemers, 1995 Introduction The map covers a large part of what Ptolemy (2.Prolog.; 2.11) called Germania Megale, that immense part of Germania outside the formal north-west limits of the Roman empire, bordered by the North Sea and Baltic Sea. During the Roman period the landscape was, as elsewhere, quite different from the present; in this region the coast, estuaries, rivers and moors deserve special attention. Long-known historical information has to be combined with knowledge acquired after World War II by intensive geological and palaeogeographical research in the Netherlands and northern Germany. Due to the rise in sea level and post-Roman shoreline changes, the coast along the southern North Sea has changed considerably since the Roman period, retreating landwards. In general, with the help of well-founded geological data, it can now be reconstructed in advance of the present-day shoreline (Kossack 1984, 51-82; van Es 1988, 88-94). Even so, it still seems prudent to render long stretches as approximate. In antiquity, principal rivers such as the Rhenus, Visurgis and Albis spread over wide flood-plains, but are now channeled between embankments. Large areas in the north of the modern Netherlands and Germany were covered by peat, and consequently almost inaccessible. Today, these are drained and cultivated, with the result that the ground level is now many feet lower than during Roman times. In addition, ancient Germania Megale was famous for its extensive, dense forests. All the Greek and Roman texts relating to the region are conveniently assembled by Byvanck (1931) and Goetz (1995). -
Analecta Praehistorica Leidensia and Single Volumes Can Be Ordered At
ANALECTA Thijs van Kolfschoten, Wil Roebroeks, Dimitri De Loecker, Michael H. Field, Pál Sümegi, Kay C.J. Beets, Simon R. Troelstra, Alexander Verpoorte, Bleda S. Düring, Eva Visser, Sophie Tews, Sofia Taipale, Corijanne Slappendel, Esther Rogmans, Andrea Raat, Olivier Nieuwen- huyse, Anna Meens, Lennart Kruijer, Harmen Huigens, Neeke Hammers, Merel Brüning, Peter M.M.G. Akkermans, Pieter van de Velde, Hans van der Plicht, Annelou van Gijn, Miranda de Kreek, Eric Dullaart, Joanne Mol, Hans Kamermans, Walter Laan, Milco Wansleeben, Alexander Verpoorte, Ilona Bausch, Diederik J.W. Meijer, Luc Amkreutz, Bertil van Os, Liesbeth Theunissen, David R. Fontijn, Patrick Valentijn, Richard Jansen, Simone A.M. Lemmers, David R. Fontijn, Sasja A. van der Vaart, Harry Fokkens, Corrie Bakels, L. Bouke van der Meer, Clasina J.G. van Doorn, Reinder Neef, Federica Fantone, René T.J. Cappers, Jasper de Bruin, Eric M. Moormann, Paul G.P. PRAEHISTORICA Meyboom, Lisa C. Götz, Léon J. Coret, Natascha Sojc, Stijn van As, Richard Jansen, Maarten E.R.G.N. Jansen, Menno L.P. Hoogland, Corinne L. Hofman, Alexander Geurds, Laura N.K. van Broekhoven, Arie Boomert, John Bintliff, Sjoerd van der Linde, Monique van den Dries, Willem J.H. Willems, Thijs van Kolfschoten, Wil Roebroeks, Dimitri De Loecker, Michael H. Field, Pál Sümegi, Kay C.J. Beets, Simon R. Troelstra, Alexander Verpoorte, Bleda S. Düring, Eva Visser, Sophie Tews, Sofia Taipale, Corijanne Slappendel, Esther Rogmans, Andrea Raat, Olivier Nieuwenhuyse, Anna Meens, Lennart Kruijer, Harmen Huigens, Neeke Hammers, Merel Brüning, Peter M.M.G. Akkermans, Pieter van de Velde, Hans van der Plicht, Annelou van Gijn, Miranda de Kreek, Eric Dullaart, Joanne Mol, Hans Kamermans, Walter Laan, Milco Wansleeben, Alexander Verpoorte, Ilona Bausch, Diederik J.W. -
PDF Van Tekst
Voorloopige lijst der Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst. Deel III. De provincie Zuidholland bron Voorloopige lijst der Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst. Deel III. De provincie Zuidholland. A. Oosthoek, Utrecht 1915 Zie voor verantwoording: http://www.dbnl.org/tekst/_voo016voor12_01/colofon.php © 2013 dbnl i.s.m. V Voorwoord. Bij Koninklijk Besluit van 7 Juli 1903, No. 44, werd ingesteld eene Rijkscommissie tot het opmaken en uitgeven van een inventaris en eene beschrijving van de Nederlandsche monumenten van Geschiedenis en Kunst. De taak dezer Rijkscommissie is: het samenstellen en uitgeven eener geïllustreerde beschrijving van alle in Nederland aanwezige gebouwen en voorwerpen, dagteekenend van vóór 1850, die belang bezitten als uiting van kunst of om eene er aan verbonden historische herinnering. Aldus zal worden verkregen een handboek, waarin men over de aanwezigheid, de artistieke of historische waarde en den toestand der monumenten van geschiedenis en kunst uitvoerige inlichting kan vinden en tegelijkertijd een volledige en betrouwbare bron voor de Nederlandsche kunstgeschiedenis. Ten einde dit groote werk, dat vele jaren zal vorderen, met meer kennis van zaken te kunnen ondernemen en tevens zoo spoedig mogelijk een overzicht te geven van al wat het behouden waard is, besloot de Rijkscommissie eene ‘Voorloopige Lijst’ der monumenten te bewerken, waarin gebouwen en met gebouwen samenhangende voorwerpen alleen kort worden vermeld. Voor het thans verschijnend derde deel dezer lijst1), bevattende de monumenten der provincie Zuidholland, zijn de gegevens, met uitzondering van die betreffende de gemeenten Delft en 's-Gravenhage, door onderzoek ter plaatse van 1904 tot 1909 verzameld door Mr. Dr. J.C. OVERVOORDE. -
Article Beneficial Use of Dredged Material from the Firth of Clyde
The Roman Harbour of Velsen Pauline van Rijn The Roman Harbour of Velsen Abstract Pauline van Rijn received her Masters in Prehistoric Archeology from the Though the Dutch are considered world leaders in the University of Amsterdam, The dredging industry, many archeological excavations in Netherlands. She is specialised in the The Netherlands reveal that in the first four centuries of research of archeological wood our era, the Roman army were already busily at work in remains, and is presently on staff at The Netherlands. Archeological sites show examples of the Dutch Center for Dendrochrono- the engineering skills of the Roman army. logy of the State Service of Archeolo- Recent discoveries in Velsen, North Holland during gy in Amersfoort, and freelance construction of a new tunnel underneath the North Sea consultant for the Institute of Pre- and Canal, the canal that connects Amsterdam Harbour Protohistoric Archeology of the Pauline van Rijn with the North Sea, indicate the extent to which University of Amsterdam, several Roman technicians were active. Amongst their dredg- municipal archeological offices, and ing and infrastructure activities were permanent dikes, municipal and state musea. roads, long-distance canals and elaborate harbours. All information on the construction of the camp and harbour of Velsen and all drawings can be found in the PhD thesis of Dr. J.-M.A.W. Morel “De Vroeg-Romein- se versterking te Velsen 1, Fort en Haven”, Amster- dam, The Netherlands, 1988. Photographs made by Mark IJdo, Institute of Pre- and Protohistoric Archaeolo- gy (IPP), University of Amsterdam, The Netherlands. the Rhine River. Between The Hague and Leiden, at Drawings and photographs are used with permission. -
Jaarboekje 1933
JAARBOEKJE JAARBOEKJE VOOR GESCHIEDENIS EN OUDHEIDKUNDE VAN LEIDEN EN RIJNLAND TEVENS ORGAAN VAN DE VEREENIGING ,,OUD-LEIDEN” 1932-1933 (VIJF-EN-TWINTIGSTE DEEL) LEIDEN - P. J. MULDER & ZOON EEN WOORD VOORAF Tot onze blijdschap kunnen wij het jaarboekje weder wat vroeger doen verschijnen en hopen zeer, dat het de belangstelling in en de kennis van onze stad en haar vroegere schoonheid zal vermeerderen. Daarom ook meenden wij goed te doen voortaan eene lijst te geven van nieuw verschenen werken over de stad en hare omgeving. Ons rest alleen nog zoowel aan onze medewerkers als aan onzen uitgever onzen welgemeenden dank te betuigen. M AART 1933. DE REDACTIE. VEREENIGING ,,OUD-LEIDEN” Verslag over het jaar 1932 De Voorzitter Prof. Mr. D. van Blom heeft gemeend wegens zeer vermeerderde werkzaamheden zijne functie te moeten neerleggen en werd opgevolgd door Prof. Dr. L. Knappert. In plaats van den heer Aug. L. Reimeringer, die de gemeente metterwoon heeft verlaten, is door het College van Burgemeester en Wethouders als lid van het Bestuur aangewezen de Burgemeester, Mr. A. van de Sande Bakhuyzen, die zich deze benoeming heeft laten welgevallen. Evenzoo is Mr. J. J. van der Lip door het Collegium van het Leidsch Studentencorps vervangen door den heer E. Pelinck. Door Dr. M. D. Ozinga werd een lezing gehouden over ,,Leidsche Kerken”, door Mr. J. W. Verburgt over ,,Het leven van Jan Pietersz. Dou als burger, landmeter, wijnroeier en notaris van Leiden 1573- 1635” en door Mevrouw M. L. H. Eerdbeek-Claasen over ,Rijnsburg, dorp en abdij”; de beide eerste lezingen hadden plaats in Februari en Maart, de laatste in December. -
PDF Hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen
PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/26472 Please be advised that this information was generated on 2021-09-29 and may be subject to change. J. E. Bogners, The Netherlands SOME NOTES IN CONNECTION WITH THE DUTCH SECTION OF THE LIMES OF GERMANIA INFERIOR (GERMANIA SECUNDA) l At the Third International Congress of Roman Frontier Studies at Rheinfelden -Basel, held in 1957, H. von Petrikovits read a paper entitled “Der niedergermanische Limes” , and presented a map showing the military settlements along the line of this part of the frontier.1 It is now possible to present a supplementary map, whose principal aim is to give a more detailed picture of its Dutch section (Fig. 44). The lower German fronticr-system consisted of a chain of fortresses and forts dating any-. where from the reign of Tiberius down to c. A.D. 260 or ,270,2 and lying along the eastern and northern boundaries of the military district that became the province of Germania Inferior' in the reign of Domitian.3 From the southern boundary on the Vinxtbach they extended along the Rhine and further west - on the north side of the west part of the “Insula Batavorum” 4 - they are found along the Kromme Rijn (from Wijk bij Duurstede to Utrecht) and the Oude Rijn (from Utrecht to Katwijk). With the exception of the legionary fortress at Nijmegen (Batavodorum/Noviomagus),5 south of the Rhine arm known as the Waal, the map shows no military sites in the hinterland. -
Bronsgeest 2021 Toelichting
Bronsgeest 2021 Bestemmingsplan Toelichting procedure datum Voorontwerp 07 januari 2021 ontwerp vastgesteld onherroepelijk opdrachtgever gemeente Noordwijk opdrachtnemer Van Riezen & Partners status Voorontwerp projectnummer plan-idn NL.IMRO.0575.BPBronsgeest2021-VO01 documentdatum 07 januari 2021 : Inhoud 1. Inleiding 4 1.1 Aanleiding 4 1.2 Ligging en beschrijving plangebied 4 1.3 Plangrenzen 6 1.4 Vigerende bestemmingsplannen 6 1.5 Leeswijzer 10 2. Beschrijving plangebied 11 2.1 Ontstaansgeschiedenis 11 2.2 Ruimtelijke structuur 13 2.3 Nieuwe ontwikkeling 17 3. Beleidskader 19 3.1 Inleiding 19 3.2 Ruimtelijk beleid 19 3.3 Sectoraal beleid 33 4. Onderzoek 48 4.1 Milieueffectrapportage (m.e.r.) 48 4.2 Verkeer en parkeren 49 4.3 Geluidhinder (Wet geluidhinder) 51 4.4 Bedrijvigheid 51 4.5 Luchtkwaliteit 52 4.6 Bodemkwaliteit 53 4.7 Externe veiligheid 54 4.8 Natuur en ecologie 54 4.9 Archeologie en cultuurhistorie 56 4.10 Water 59 4.11 Kabels, leidingen en andere beperkingen 60 5. Juridische planbeschrijving 61 5.1 Algemeen 61 5.2 Planvorm 61 5.3 Opbouw regels 62 6. Economische uitvoerbaarheid 70 7. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 71 7.1 Voorontwerpfase 71 7.3 Ontwerpfase 71 7.4 Vaststellingsfase 72 7.5 Handhaving 72 Bijlagen: 1 Verkeersonderzoek 2 Onderzoek wegverkeerslawaai 3 Onderzoek agrarische bedrijvigheid (P.M.) 4 Verkennend bodemonderzoek (P.M.) 5 Onderzoek externe veiligheid (P.M.) 6 Quick scan ecologie 7 Actualisatie archeologisch onderzoek Bestemmingsplan Bronsgeest 2021 - Toelichting 3 1. Inleiding 1.1 Aanleiding Ten oosten van de woonkern Noordwijk-Binnen ligt een agrarische gebied dat ook wel bekend is als de locatie ‘Bronsgeest’. -
Theoretical Roman Archaeology Conference (TRAC) 2011
Paper Information: Title: Anthropological Perspectives on Colonialism, Globalisation and Rural Lifeways: Expanding the Limits of Archaeological Interpretation in the Lower Rhineland Author: Karim Mata Pages: 33–47 DOI: http://doi.org/10.16995/TRAC2011_33_47 Publication Date: 29 March 2012 Volume Information: Duggan, M., McIntosh, F. and Rohl, D.J (eds.) (2012) TRAC 2011: Proceedings of the Twenty First Annual Theoretical Roman Archaeology Conference, Newcastle 2011. Oxford: Oxbow Books. Copyright and Hardcopy Editions: The following paper was originally published in print format by Oxbow Books for TRAC. Hard copy editions of this volume may still be available, and can be purchased direct from Oxbow at http://www.oxbowbooks.com. TRAC has now made this paper available as Open Access through an agreement with the publisher. Copyright remains with TRAC and the individual author(s), and all use or quotation of this paper and/or its contents must be acknowledged. This paper was released in digital Open Access format in March 2015. Anthropological Perspectives on Colonialism, Globalisation and Rural Lifeways: Expanding the Limits of Archaeological Interpretation in the Lower Rhineland Karim Mata Introduction: Romanisation in the Lower Rhineland, a Familiar Narrative Lower Rhineland communities were first directly affected by Roman expansion at the time of Caesar’s Gallic Wars (58–51 B.C.). Within decades of these interactions, new tribal groups were inserted in the area south of the Rhine—the Cananefates in the western coastal area and the Batavi in the central and eastern river area—while the Frisii remained the main trans- Rhenian tribal grouping in the region (Willems 1986; Galestin 1997, 2010; Slofstra 2002). -
De Woonplaats Van De Faam : Grondslagen Van De Stadsbeschrijving in De Zeventiende-Eeuwse Republiek Verbaan, E
De woonplaats van de faam : grondslagen van de stadsbeschrijving in de zeventiende-eeuwse republiek Verbaan, E. Citation Verbaan, E. (2011, December 15). De woonplaats van de faam : grondslagen van de stadsbeschrijving in de zeventiende-eeuwse republiek. Uitgeverij Verloren, Hilversum. Retrieved from https://hdl.handle.net/1887/18256 Version: Not Applicable (or Unknown) Licence agreement concerning inclusion of License: doctoral thesis in the Institutional Repository of the University of Leiden Downloaded from: https://hdl.handle.net/1887/18256 Note: To cite this publication please use the final published version (if applicable). VERBAAN In het zeventiende-eeuwse Nederland verschijnen opmerkelijk veel stadsbe- schrijvingen: omvangrijke boeken waar- in één enkele stad tot in detail voor het voetlicht wordt gebracht. Niet alleen vertellen ze het verhaal van de lotgeval- len van de stad, maar ze besteden ook faam de van woonplaats De De woonplaats ruim aandacht aan de opvallende ge- bouwen, de instellingen en de manier waarop de stad wordt bestuurd. De eer- ste voorbeelden gaan over de Hollandse van de faam kopstukken Amsterdam en Leiden en zijn uitgegeven tijdens het Twaalfjarig Grondslagen van de stadsbeschrijving Bestand (1609-1621). Ze vormen het be- in de zeventiende-eeuwse Republiek gin van een eeuwenlange traditie die doorloopt tot de stadsgeschiedenissen van nu. Dit is de eerste diepgaande studie naar dit verschijnsel in al zijn rijkdom. Aan bod komen de stadsbeschrijvingen zelf en ook de chorografi e, stedenlof, reisliteratuur en geschiedwetenschap, die dienden als grondslagen van het genre. Vanuit die interdisciplinaire in- valshoek geeft De woonplaats van de faam een verhelderend beeld van de manier waarop steden in onze Gouden Eeuw moesten worden beschreven.