Dinsdag 18 April 2017 14:44 Aan: @Eemsdeltacollege.Nl CC

Total Page:16

File Type:pdf, Size:1020Kb

Load more

Document 1

Van: Verzonden: Aan:

dinsdag 18 april 2017 14:44
@eemsdeltacollege.nl

CC: Onderwerp: Bijlagen:

@eemsdeltacollege.nl aankondigingsbrief onderzoek afdeling havo/vwo

  • IVHO_EDOCS-#
  • -v1-Bevestiging_afspraak_kwaliteitsonderzoek.pdf; 2016.2017

Bijlage+indicatoren.+rood.naleving nw.doc; conceptrooster havo.vwo 31 mei 2017.doc

  • Geachte
  • ,

Hierbij ontvangt u de aankondigingsbrief + 2 bijlagen voor het kwaliteitsonderzoek op 31 mei 2017.

Met vriendelijke groet, medewerker toezicht VO 06

Postadres:Postbus 2730, 2500 GS Utrecht

werkdagen:

1

Document 1a

> Retouradres Postbus 2730 3500 GS Utrecht

Locatie Utrecht

Park Voorn 4 Postbus 2730

Stichting Voortgezet Onderwijs Eemsdelta Postbus 173

3500 GS Utrecht

9930 AD Delfzijl

TF
088 669 6060 088 669 6050 www.onderwijsinspectie.nl

Contact

Medewerker toezicht

T 06
@owinsp.nl

Onze referentie

Datum Betreft
18 april 2017 Bevestiging afspraak kwaliteitsonderzoek

Kopie aan

Bestuur

Bijlage(n)

1. Lijst te onderzoeken indicatoren

Geachte directie,

2. Onderzoeksrooster

Er is een afspraak met u gemaakt voor een bezoek op uw school Eemsdelta College, op 31 mei 2017.

De aanleiding voor het bezoek zijn de risico’s in de onderwijskwaliteit die bij de

uitgevoerde analyses naar voren zijn gekomen voor de afdeling havo. Op deze

afdeling voert de Inspectie van het Onderwijs onderzoek uit naar deze risico’s om

vast te stellen of er feitelijk sprake is van tekortkomingen. Dit bezoek heeft tot doel de onderwijskwaliteit vast te stellen van de onderzochte afdelingen van uw vestiging en bepaling van de toezichtarrangementen. In het kader van de vernieuwing van ons toezicht worden onderzoeken zoveel mogelijk op vestigingsniveau uitgevoerd om de kwaliteit van de verschillende afdelingen in samenhang te kunnen beoordelen. Tijdens dit bezoek voeren wij daarom een onderzoek uit op de afdeling vwo.

  • Mijn collega
  • zal samen met mij het onderzoek uitvoeren.

In het onderzoek zal de inspectie zich in beginsel richten op de in bijlage 1 genoemde indicatoren en aspecten uit het Toezichtkader voortgezet onderwijs 2013. De selectie van indicatoren is gebaseerd op onze analyses en kan daardoor per afdeling verschillen. Tijdens het onderzoek verzamelen we informatie over deze indicatoren. In overleg met u kunnen indicatoren worden toegevoegd ter beoordeling. Hierover zal nog contact worden opgenomen. Daarnaast besteden we aandacht aan enkele handhavingsonderwerpen.

Als bijlage 2 bij deze brief ontvangt u een voorstel voor het onderzoeksrooster. Wilt u op basis hiervan een rooster laten samenstellen en dit voorafgaand aan het bezoek aan mij toesturen?

Na afloop van het bezoek ontvangt uw bestuur een conceptrapport van bevindingen waarin de oordelen op de indicatoren, de conclusie en het toezichtarrangement voor alle onderzochte afdelingen van de vestiging staan.

Pagina 1 van 2

Locatie Utrecht Datum

18 april 2017

Onze referentie

Indien u vragen of opmerkingen heeft, dan kunt u contact opnemen met de in de colofon vermelde contactpersoon.

Ik dank u bij voorbaat voor uw medewerking. Hoogachtend,

inspecteur van het onderwijs

Pagina 2 van 2

Document 1b

CONCEPT ONDERZOEKSROOSTER

Bevoegd gezag: Plaats:
Stichting Voortgezet Onderwijs Eemsdelta Appingedam
Locatiedirecteur: Onderzoeklocatie: Afdeling:
30PP Eemsdelta College Havo / Vwo

  • Inspecteurs:
  • mw.
  • en

Woensdag 31 mei 2017

  • Activiteit
  • Tijd

09.00 – 09.15 uur 09.15 – 12.30 uur 12.30 – 13.00 uur
Kennismaking directie en team

Lesbezoeken

Lunch
13.00 – 14.00 uur 13.00 – 14.00 uur
Gesprek met de zorg coördinator Gesprek met de docenten

14.00 – 14.30 uur 14.00 – 14.30 uur
Gesprek met havo leerlingen Gesprek met vwo leerlingen

14.30 – 15.30 uur 15.30 – 16.00 uur 16.00 uur
Gesprek met de schoolleiding Overleg inspecteurs Terugkoppeling aan bestuur en directie
_________________________________________________________________________ In het kader van het onderzoek is het noodzakelijk dat onderstaande informatie gedurende de dag beschikbaar is:
1. Documenten die aantonen hoe de school vorm geeft aan kwaliteitszorg en de ontwikkeling van haar onderwijskwaliteit.
2. Overzicht geprogrammeerde onderwijstijd

Wij vragen de schoolleiding het volgende te regelen:
3. Een kleine werkruimte 4. Uitnodigen van de gesprekspartners voor de verschillende gesprekken 5. Ruimtes voor de verschillende gesprekken

Bijlage 2

Document 1c

Bijlage te onderzoeken indicatoren (aangegeven in rood)
Domein Opbrengsten
Kwaliteitsaspect 1. Leeropbrengsten De opbrengsten liggen op het niveau dat op grond van de kenmerken van de leerlingenpopulatie verwacht mag worden

1.1

De leerlingen behalen in de onderbouw het opleidingsniveau dat mag worden verwacht.

1.1 1.2 1.3

De leerlingen behalen het opleidingsniveau dat mag worden verwacht. De leerlingen lopen weinig vertraging op in de bovenbouw van de opleiding. De leerlingen van de opleiding behalen voor het centraal examen de cijfers die mogen worden verwacht.

1.4

1.5 1.6 1.7

Bij de opleiding zijn de verschillen tussen het cijfer voor het schoolexamen en het cijfer voor het centraal examen van een aanvaardbaar niveau. De leerlingen in het praktijkonderwijs ontwikkelen zich volgens een individuele leerroute. De leerlingen functioneren naar verwachting in de vervolgopleiding of het werkveld. De leerlingen van het praktijkonderwijs functioneren naar verwachting in de vervolgopleiding of het werkveld.

Kwaliteitsaspect 2. Sociale opbrengsten De sociale opbrengsten zijn van voldoende niveau 2.1

De sociale opbrengsten zijn van voldoende niveau.

Domein Onderwijsleerproces
Aanbod Kwaliteitsaspect 3: De aangeboden leerstofinhouden bereiden de leerlingen voor op vervolgonderwijs en samenleving 3.1

3.2 3.3 3.4

De aangeboden leerinhouden in de bovenbouw voor <vul vak in> zijn dekkend

voor de examenprogramma’s.

De aangeboden leerinhouden in de onderbouw voor <vul vak in> voldoen aan de kerndoelen. Het aanbod voor <vul vak in> vertoont een samenhangende opbouw.

De school heeft een aanbod voor de referentieniveaus taal dat past bij alle leerlingen.

3.5

De school heeft een aanbod voor de referentieniveaus rekenen dat past bij alle leerlingen.

3.6 3.7

De school heeft een aanbod dat afgestemd is op (hoog)begaafde leerlingen. De school heeft een specifiek aanbod om de sociale en maatschappelijk competenties van leerlingen te ontwikkelen passend bij de wettelijke voorschriften. De school heeft een aanbod dat past bij haar eigen doelen.

3.8 3.9

Het aanbod is afgestemd op het vervolgonderwijs of de beroepspraktijk.

E3264719 (versie 1 oktober 2015)

Onderwijstijd Kwaliteitsaspect 4: De leerlingen krijgen voldoende tijd om zich het leerstofaanbod eigen te maken 4.1 4.2

De school programmeert voldoende onderwijstijd voor de opleiding. De school realiseert minimaal de wettelijk verplichte onderwijstijd.

4.3

4.4

De leerlingen maken efficiënt gebruik van de onderwijstijd. De school heeft een effectief beleid om schoolverzuim te voorkomen.

Schoolklimaat Kwaliteitsaspect 5: Het schoolklimaat is ondersteunend en gericht op een brede vorming 5.1

5.2 5.3 5.4 5.5

Het schoolklimaat bevordert de verwerving van sociale en maatschappelijke competenties door leerlingen. Alle geledingen en de randvoorwaarden binnen de school dragen bij aan het functioneren van de school als een sociale en pedagogische gemeenschap. De beleving van het sociale klimaat en de sociale veiligheid liggen op het niveau dat mag worden verwacht. De school ondersteunt de leerlingen en de ouders/verzorgers bij de keuzes tijdens de schoolloopbaan. De school kent een op ondersteuning en begeleiding gerichte cultuur.

Kwaliteitsaspect 6: Het schoolklimaat is stimulerend en ambitieus 6.1 6.2 6.3

De school is gericht op het stimuleren van talent. De school is gericht op het leveren van (intellectuele) prestaties. De leraar past de onderwijskundige ambities/doelen, die op schoolniveau zijn geformuleerd, toe in zijn les.

Didactisch handelen Kwaliteitsaspect 7: Het (vak)didactisch handelen van leraren stelt leerlingen in staat tot leren en ontwikkeling.

7.1 7.2 7.3 7.4

7.5

De onderwijsactiviteit heeft een doelgerichte opbouw. De leraar geeft een begrijpelijke uitleg. De leerlingen zijn actief betrokken. De leerlingen krijgen effectieve feedback op hun leerproces. De leraar hanteert adequate vakdidactische principes.

7.6 7.7

De leraar stimuleert de leerlingen tot het leveren van hoge prestaties. De leraar stimuleert leerlingen tot denk- en leerstrategieën.

Kwaliteitsaspect 8: De leraren stemmen hun didactisch handelen af op verschillen tussen leerlingen. 8.1

De leraren gebruiken bij de vormgeving van hun onderwijs de analyse van de prestaties van de leerlingen.

8.2 8.3

De leraar stemt de instructie af op verschillen tussen leerlingen. De leraar stemt de verwerking af op verschillen tussen leerlingen.

Ondersteuning en begeleiding Kwaliteitsaspect 9: De school biedt effectief aanvullend onderwijs en ondersteuning aan leerlingen die dat nodig hebben (basisondersteuning).

9.1 9.2

9.3

9.4

De school volgt systematisch de vorderingen van de leerlingen aan de hand van genormeerde toetsen. De school bepaalt wat de onderwijs- en ondersteuningsbehoefte is van individuele of groepen leerlingen. De school heeft doelen gesteld die erop gericht zijn om achterstanden te bestrijden. De school voert de ondersteuning planmatig uit.

Kwaliteitsaspect 10: De school begeleidt leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben effectief aan de hand van hun ontwikkelingsperspectief (extra ondersteuning).

10.1 Het bevoegd gezag stelt bij plaatsing voor iedere leerling een ontwikkelingsperspectief vast.
10.2 De leerling ontvangt onderwijs zoals beschreven in het ontwikkelingsperspectief. 10.3 De school stelt vast of leerlingen zich ontwikkelen conform het ontwikkelingsperspectief en maakt naar aanleiding hiervan beredeneerde keuzes.

Kwaliteitsaspect 11: De school draagt bij aan een adequate overgang van (zorg)leerlingen van aanleverende en naar vervolgscholen en vervult haar rol in de zorgketen

11.1 De school zorgt voor een adequate overgang van zorgleerlingen die van andere scholen komen.
11.2 De school zorgt voor een adequate overgang van zorgleerlingen naar anderre scholen.
11.3 De school bereidt de leerlingen en de ouders/verzorgers voor op de vervolgopleiding/arbeidsmarkt.
11.4 De school vervult haar rol in de zorgketen.

Domein Condities
Kwaliteitszorg Kwaliteitsaspect 12: De school bewaakt de kwaliteit van haar opbrengsten en examens

12.1 De school evalueert systematisch de opbrengsten. 12.2 De school werkt doelgericht aan de kwaliteit van de opbrengsten.

Kwaliteitsaspect 13: De school bewaakt de kwaliteit van het onderwijsproces

13.1 De school evalueert systematisch het onderwijsproces. 13.2 De school werkt doelgericht aan de verbetering van het onderwijsleerproces. 13.3 De school borgt de kwaliteit van het onderwijsleerproces. 13.4 De school bewaakt de kwaliteit van de sociale veiligheid. 13.5 De school bewaakt de kwaliteit van het onderwijs gericht op de sociale en maatschappelijke ontwikkeling van leerlingen.

Professionele ruimte/leraarschap Kwaliteitsaspect 14: De schoolleiding zorgt dat leraren kunnen presteren en zich ontwikkelen conform de visie van de school

14.1 De schoolleiding zorgt dat de visie van de school op onderwijs vertaald is in concrete professionele normen voor leraren.
14.2 De schoolleiding zorgt voor draagvlak bij leraren op het schoolbeleid en de daarvan afgeleide ambities en verbeterdoelen.
14.3 De schoolleiding stuurt via haar personeelsbeleid op het realiseren van de onderwijskundige doelen van de school.
14.4 De schoolleiding stuurt leraren(teams) aan om het onderwijsproces vorm te geven passend bij de ambities van de school.
14.5 De schoolleiding verantwoordt zich intern over de gerealiseerde onderwijskwaliteit.

Kwaliteitsaspect 15 : De leraren benutten de professionele ruimte voor goed onderwijs

15.1 Leraren evalueren de kwaliteit van het onderwijs die zij bieden. 15.2 Leraren vullen het onderwijs in passend bij de onderwijsvisie van de school/afdeling.
15.3 Leraren werken doelgericht aan de bekwaamheidseisen en de benodigde competenties voor het realiseren van de visie van de school.
15.4 Lerarenteams verantwoorden zich over de bereikte resultaten van hun professionaliserings- en verbeteractiviteiten.

Bestuurlijke kwaliteitszorg Kwaliteitsaspect 16: Het bestuur maakt met behulp van een goed functionerend systeem van kwaliteitszorg en kwaliteitsborging, zijn wettelijke zorgplicht voor de kwaliteit van het onderwijs waar

16.1 Het bestuur heeft zicht op de kwaliteit van het onderwijs op de school/de scholen en de daaronder vallende afdeling(en).
16.2 Het bestuur stuurt aantoonbaar op de verbetering van de onderwijskwaliteit. 16.3 Het bestuur stuurt op de borging van de onderwijskwaliteit. 16.4 Het bestuur verantwoordt zich op betrouwbare wijze over de geleverde onderwijskwaliteit en de verbetering daarvan.

Financiële continuïteit Kwaliteitsaspect 17: Het bestuur waarborgt zijn financiële continuïteit ten behoeve van het onderwijs

17.1 Het bestuur kan op langere termijn voldoen aan zijn financiële verplichtingen
(solvabiliteit is hoger dan 0,3).
17.2 Het bestuur kan op korte termijn voldoen aan zijn verplichting (liquiditeit is hoger dan 0,75).
17.3 Het bestuur houdt baten en laten met elkaar in evenwicht 17.4 Het bestuur beschikt over een positieve financiële buffer die aansluit op de risicoanalyse
17.5 De jaarrekening voldoet aan de daarvoor geldende richtlijnen en de beleidsdoelstellingen zijn onderscheiden naar de belangrijkste activiteiten van de onderwijs instelling.

Financiële doelmatigheid Kwaliteitsaspect 18: Het bestuur zet zijn rijksbekostiging in voor het onderwijs en vormt geen onnodige financiële reserves

18.1 De financiële buffer van het bestuur bedraagt niet meer dan de signaleringswaarde van driemaal:

• 10% van de totale baten van een klein bestuur (totale baten minder dan of gelijk aan € 6 miljoen); • op een glijdende schaal: tussen de 5% en 10% voor een middelgroot bestuur (totale baten meer dan € 6 miljoen, minder dan € 12 miljoen); • 5% van de totale baten van een groot bestuur (totale baten meer dan of gelijk

aan € 12 miljoen).

Financiel beheer Kwaliteitsaspect 19: Het bestuur voert een deugdelijk financieel beheer

19.1 Er is een meerjarenbegroting voor de komende drie jaar die aansluit op de beleidsdoelstellingen.
19.2 Er zijn deugdelijke begrotingen voor het lopende en komende jaar.

WET- EN REGELGEVING Nalevingsindicatoren 2015-2016

N1

Toelating voortgezet onderwijs

N1.1 Het bevoegd gezag baseert zijn beslissing over de toelating van leerlingen tot het eerste schooljaar op het schooladvies van de basisschool dat voor 1 maart wordt vastgesteld.
N1.2 Indien het schooladvies naar aanleiding van het resultaat van de centrale eindtoets of een andere toegestane eindtoets wordt gewijzigd, dan baseert het bevoegd gezag zijn beslissing over de toelating van leerlingen tot het eerste schooljaar op dat gewijzigde schooladvies.

N2

Verzuim en voortijdig schoolverlaten

N2.1 De schoolgids bevat informatie over: het percentage leerlingen dat de school zonder diploma verlaat (VSV).
N2.2 De schoolgids bevat informatie over:
Verzuimbeleid.

N3

Passend onderwijs

N3.1 De schoolgids bevat informatie over:
De wijze waarop de ondersteuning van leerlingen die extra ondersteuning behoeven wordt vormgegeven.
N3.2 De schoolgids bevat informatie over: bij welk(e) samenwerkingsverband(en) het bevoegd gezag van de school is aangesloten.
N3.3 In het schoolplan is het onderwijskundig beleid opgenomen waarbij tevens het schoolondersteuningsprofiel is betrokken (de voorzieningen die zijn getroffen voor leerlingen die extra ondersteuning behoeven).

Document 2

Van: Verzonden: Aan:

@eemsdeltacollege.nl> dinsdag 18 april 2017 14:59

Onderwerp:

RE: aankondigingsbrief onderzoek afdeling havo/vwo

  • Geachte
  • beste

Hartelijk dank voor de brief met bijlagen. Ik heb de directie hiervan op de hoogte gebracht.

Hartelijke groet,

Postbus 173 9930 AD Delfzijl Tel. 0596‐693693 Tel. rechtstreeks 0596‐

Aanwezig

Van:

.

@owinsp.nl]

Verzonden: dinsdag 18 april 2017 14:44 Aan: CC:

@eemsdeltacollege.nl>
@eemsdeltacollege.nl>

Onderwerp: aankondigingsbrief onderzoek afdeling havo/vwo

Geachte Hierbij ontvangt u de aankondigingsbrief + 2 bijlagen voor het kwaliteitsonderzoek op 31 mei 2017.

Met vriendelijke groet, medewerker toezicht VO 06

Postadres:Postbus 2730, 2500 GS Utrecht

werkdagen:

1

Van: Verzonden: Aan:

@eemsdeltacollege.nl> maandag 29 mei 2017 14:46

Onderwerp: Bijlagen:

Stukken voor bezoek op 31 mei 2017-05-29 docentroosters PIV (wk 22).pdf; 2017-04-24 Conceptrapport Eemsdeltacollege - Onderwijspositie.pdf

  • Geachte
  • beste

Bijgaand de gevraagde stukken, te weten:

‐‐

Docentenrooster geldig op 31 mei Rapport BMC – onderzoek onderwijspositie Pastorielaan.

Hartelijke groet,

Postbus 173 9930 AD Delfzijl Tel. 0596‐693693 Tel. rechtstreeks 0596‐

Aanwezig

1

Onderzoek naar de Onderwijspositie locatie Pastorielaan, Eemsdeltacollege

Conceptrapport Eemsdeltacollege/Delfzijl

BMC Advies April 2017
MSc

Projectnummer: P002803 Correspondentienummer: AD-2104-85570

ONDERZOEK NAAR DE ONDERWIJSPOSITIE LOCATIE PASTORIELAAN, EEMSDELTACOLLEGE

INHOUD

SAMENVATTING HOOFDSTUK 1
2

  • AANLEIDING EN ONDERZOEKSAANPAK
  • 4

44555

  • 1.1
  • Lage score Onderwijspositie Pastorielaan

1.2 1.3 1.4 1.5
Onderzoeksvragen Aanpak Definities Verantwoording van de onderzoeksmethode en de gegevens

  • HOOFDSTUK 2
  • HET VERBAND TUSSEN AFSTROOM, ADVIES EN EINDTOETS

Onderzoeksvragen
7778
2.1 2.2 2.3 2.4
Vraag 1a: Wat is het aantal afstromers? Vraag 1b: Van welke basisscholen zijn de afstromers afkomstig? Vraag 1c: Hoe verhouden de eindtoetsscore en het basisschooladvies van de afstromers zich

  • ten opzichte van die van de door- en opstromers?
  • 9

  • 2.5
  • Conclusie
  • 12

  • HOOFDSTUK 3
  • HET VERBAND TUSSEN PLAATSINGSWIJZER, ADVIES EN PROGNOSE

Onderzoeksvragen
13 13 14
3.1 3.2 3.3
Vraag 1a: Wat is het aantal leerlingen met een negatieve prognose? Vraag 1b: Van welke basisscholen zijn de afstromers/leerlingen met een negatieve prognose

  • afkomstig?
  • 15

16 17
3.4 3.5 3.6
Vraag 1c: Hoe vaak werden de normafspraken gehanteerd? Vraag 1d: Bij hoeveel leerlingen week het basisschooladvies af van de plaatsingswijzer? Vraag 1e: Hoe verhouden de gegevens van de afstromers/leerlingen met een negatieve

  • prognose zich ten opzichte van dezelfde gegevens van de overige leerlingen?
  • 17

18 19
3.7 3.8
Prognose in relatie tot invullen van de plaatsingswijzer Conclusie

Recommended publications
  • M18.009 N33 Zuidbroek Appingedam V4

    M18.009 N33 Zuidbroek Appingedam V4

    Second opinion Verdubbeling N33 Zuidbroek Appingedam Rapport 2018-9 Auteurs: Peter Louter Pim van Eikeren Opdrachtgevers: Projectorganisatie N33 Midden Contactpersonen bij opdrachtgevers: Theo Oenema en Bert van der Meulen Bureau Louter Rotterdamseweg 183c 2629 HD Delft Telefoon: 015-2682556 [email protected] www.bureaulouter.nl Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Bureau Louter. Verwijzing naar resultaten uit dit onderzoek is toegestaan, mits voorzien van een duidelijke bronvermelding, namelijk: ‘Bureau Louter (2018) Second opinion Verdubbeling N33 Zuidbroek Appingedam’ Inhoud 1 Inleiding 1 2 Overzicht mogelijke effecten 2 3 Ontwikkeling verkeersintensiteiten 4 4 Situatie en ontwikkeling economie en voorzieningen 9 4.1 Stromen 9 4.2 Structuur en ontwikkeling 14 Bijlagen I Kaartbeelden economische en demografische ontwikkeling 23 Bureau Louter, 3 juli 2018 M18.009 Second opinion Verdubbeling N33 Zuidbroek Appingedam 1 Inleiding De N33 tussen Appingedam (om precies te zijn de aansluiting op de N362) en Zuidbroek (de aansluiting op de A7) zal worden verdubbeld. Er is daarvoor een aantal alternatieven ontwikkeld. In het noordelijk deel (tussen Siddeburen: de aansluiting op de N387) en Appingedam zal, met uitzondering van alternatief A (behoud van het tracé, maar dubbel- in plaats van enkelbaans), ook het tracé worden verlegd. Het deel tussen de aansluiting op de N362 en de aansluiting op de Woldweg (N989) blijft bij de andere alternatieven gehandhaafd, maar het huidige tracé van de N33 ten zuiden van de aansluiting van de Woldweg verdwijnt.
  • Toolbox Results East-Groningen the Netherlands

    Toolbox Results East-Groningen the Netherlands

    Customer needs Target group Transport challenge for the East-Groningen Region, Municipality Oldambt May 2012 WP 3 Cartoon by E.P. van der Wal, Groningen Translation: The sign says: Bus canceled due to ‘krimp’ (shrinking of population) The lady comments: The ónly bus that still passes is the ‘ideeënbus’ (bus here meaning box, i.e. a box to put your ideas in) Under the cartoon it says: Inhabitants of East-Groningen were asked to give their opinion This report was written by Attie Sijpkes OV-bureau Groningen Drenthe P.O. Box 189 9400 AD Assen T +31 592 396 907 M +31 627 003 106 www..ovbureau.nl [email protected] 2 Table of content Customer Needs ...................................................................................................................................... 4 Target group selection and description .................................................................................................. 8 Transportation Challenges .................................................................................................................... 13 3 Customer Needs Based on two sessions with focus groups, held in Winschoten (Oldambt) on April 25th 2012. 1 General Participants of the sessions on public transport (PT) were very enthusiastic about the design of the study. The personal touch and the fact that their opinion is sought, was rated very positively. The study paints a clear picture of the current review of the PT in East Groningen and the ideas about its future. Furthermore the research brought to light a number of specific issues and could form a solid foundation for further development of future transport concepts that maintains the viability and accessibility of East Groningen. 2 Satisfaction with current public transport The insufficient supply of PT in the area leads to low usage and low satisfaction with the PT network.
  • Groningen Leads the World (Into a Circular Future)

    Groningen Leads the World (Into a Circular Future)

    PARIS IS NOT ENOUGH: Groningen leads the world (into a circular future) Northern Back from the Future Matthew Philips Eric Schuler Maria Alejandra Murcia OUR TEAM Eric Schuler grew up around Göppingen, southern Germany. He holds a cum laude masters degree in Chemistry with major in Sustainability and energy technology as well as a Bachelor degree in Biochemistry. He worked on cancer research at Macquarie University in Sydney, Australia; developed policy scenarios for energy transition in Africa at ECN part of TNO in Amsterdam; developed nutrient recovery from wastewater at Susphos in Amsterdam and studied the Integration of heterogeneous catalysts with plasma chemistry at the Chinese Academy of Engineering Physics in Chengdu, China and the group of Gadi Rothenberg in Amsterdam. Today he is a PhD candidate at the van't Hoff Institute of molecular sciences with Prof. Gert-Jan Gruter and Prof. Shiju Raveendran where he studies the conversion of CO2 to chemicals. Maria Murcia graduated from Chemical Engineering in Colombia where she grew up and lived until 5 years ago. She came to Europe awarded with an Erasmus Mundus excellence scholarship from the European Union, to complete a double master degree in Materials Science and Engineering. In France, she collaborated with studying materials for Solid oxide fuel cells in the National school of chemistry (Lille) and developing polymers for biomedical applications in the Laboratory of macromolecular physical chemistry (Nancy). After obtaining her masters diploma from the University of Lorraine (France) and Polytechnic University of Catalunya (Spain), she moved to the Netherlands to pursue a PhD at the UVA.
  • Industrie Agenda Eemsdelta

    Industrie Agenda Eemsdelta

    Industrie Agenda Eemsdelta Industrie Agenda Eemsdelta “Wij dichten het gat tussen beleid en praktijk.” Duurzame economische groei in de Eemsdelta voor duurzame werkgelegenheid. p. 1 Industrie Agenda Eemsdelta “Wij dichten het gat tussen beleid en praktijk.” Duurzame economische groei in de Eemsdelta voor duurzame werkgelegenheid. p. 2 Industrie Agenda Eemsdelta Inhoudsopgave Duurzame groei voor duurzame werkgelegenheid! ........................................................................................................................... 4 Samenvatting ........................................................................................................................................................................................................ 6 Hoofdstuk 1. Aanleiding ................................................................................................................................................................................. 8 Hoofdstuk 2. Visie voor 2050 .................................................................................................................................................................... 10 2. 1. Huidige situatie ......................................................................................................................................................... 12 2. 2. Duurzame situatie in 2050 ................................................................................................................................... 13 2.3. Chemie als noodzakelijke buffer voor energie
  • 2021.04.08 Updated List of RGLA Treated As

    2021.04.08 Updated List of RGLA Treated As

    EU regional governments and local authorities treated as exposures to central governments in accordance with Article 115(2) of Regulation (EU) 575/2013 Disclaimer: The below list was compiled using exclusively the information provided by relevant competent authorities on the regional governments and local authorities which they treat as exposures to their central governments in accordance with Article 115(2) of Regulation (EU) No 575/2013’ Date of the last update of information in this Annex 08. Apr 21 Name of the counterparty Name of the counterparty Member State Type of counterparty1 Region / District (original language) (English) Austria Local authority Bezirk Lienz Abfaltersbach Austria Local authority Bezirk Innsbruck‐Land Absam Austria Local authority Bezirk Tulln Absdorf Austria Local authority Bezirk Hallein Abtenau Austria Local authority Bezirk Mödling Achau Austria Local authority Bezirk Schwaz Achenkirch Austria Local authority Bezirk Gänserndorf Aderklaa Austria Local authority Bezirk Steyr‐Land Adlwang Austria Local authority Bezirk Liezen Admont Austria Local authority Bezirk Hallein Adnet Austria Local authority Bezirk Bruck‐Mürzzuschlag Aflenz Austria Local authority Bezirk Villach Land Afritz am See Austria Local authority Bezirk Krems (Land) Aggsbach Austria Local authority Bezirk Liezen Aich Austria Local authority Bezirk Wels‐Land Aichkirchen Austria Local authority Bezirk Liezen Aigen im Ennstal Austria Local authority Bezirk Rohrbach Aigen‐Schlägl Austria Local authority Bezirk Lienz Ainet Austria Local authority
  • Geachte Leden Van Staten En Gemeenteraden, Graag Wijs Ik U Op

    Geachte Leden Van Staten En Gemeenteraden, Graag Wijs Ik U Op

    Geachte leden van Staten en gemeenteraden, Graag wijs ik u op stukken met betrekking tot het spoorgoederenvervoer en ook een onderzoek in de context hierbij met de Zeehavens. Dit betreft dus ook de ontsluiting per trein van Delfzijl en de Eemshaven, Op 12 december publiceerde het Duitse Verkeersministerie ook een aantal documenten die in verband staan met het 'Masterplan Schienengüterverkehr'; hier is de link: https://www.bmvi.de/SharedDocs/DE/Artikel/StV/masterplan- schienengueterverkehr-af-TP.html?nn=14462 Tevens wil ik op een oud besluit wijzen gemaakt in het najaar 2013. In de 'Economische visie Eemsdelta 2030' wordt gesproken over een primaire goederenspoorlijn langs de N33 Framsum - Zuidbroek. Dit is de betreffende link: http://www.eemsdelta.nl/eemsdelta/visie- 2030_42143/ . In het hoofdstuk infrastructuur wordt dit bij de gemeente Deflzijl neergelegd. Zodra het om spoorlijnen gaat is de Provincie Groningen de eerste overheid die te zijn die dit project hoort te trekken. Daar zit meer specialistische kennis dan in de gemeente Delfzijl. Wat ook geldt voor Veendam - Stadskanaal. In het BO-MIRT van 22 november 2018 stond dit erover te lezen op bladzijde 35 van de bijgevoegde bijlage: 11. Reactivering Veendam-Stadskanaal; juridische verkenning v Rijk en regio onderkennen dat de spoorlijn Veendam – Stadskanaal een belangrijke bijdrage kan leveren aan de bereikbaarheid in de regio. v De provincie Groningen zoekt samen met ProRail en in afstemming met het Rijk naar mogelijkheden tot reactivering van deze spoorlijn. v Door betrokken partijen zijn hierin de afgelopen periode voortvarende stappen gezet, met name ten aanzien van de technische en juridische haalbaarheid. De provincie Groningen rondt de onderzoeken hiernaar op korte termijn af.
  • Iabr–Atelier Groningen the Nordic City

    Iabr–Atelier Groningen the Nordic City

    IABR–ATELIER GRONINGEN THE NORDIC CITY The Energy Transition as a Driver for the Next Economy in the City and Region of Groningen COLOPHON IABR–ATELIER GRONINGEN Steering committee Nienke Homan (Member of the Provincial Executive What opportunities for the economic and environmental of Groningen); quality of the city and the region will occur if we facilitate Roeland van der Schaaf (Alderman for the City the energy transition? It was this question that kick- of Groningen); started the IABR–Atelier Groningen. The Atelier developed Rika Pot (Mayor of the Municipality of Appingedam); four prospects in an intensive process of research by Marijke van Beek (Mayor of the Municipality design and exchange with experts and stakeholders of Eemsmond); from the city and the region. From the Biobased North to George Brugmans (Executive Director IABR). Sustainable and Safe Villages, and from Energy Port to Smart Energy City Groningen, the prospects stem from a Project group blueprint of the transition to renewable energy by 2035 Marieke Francke (iabr/UP); and ways in which this could be economically productive. Gerhard te Rijdt (Province of Groningen); The results show that Groningen can become a pioneer, Wouter van Bolhuis (Muncipality of Groningen); once the stakeholders in the energy transition genuinely Harrie Hoek (Eemsdelta Region); get down to business. Enno Zuidema (Eemsdelta Region). The IABR–Atelier Groningen is part of IABR–2016– THE NEXT ECONOMY. PUBLICATION Commissioners Editors Atelier Groningen is a collaboration of the International Jandirk Hoekstra (H+N+S Landscape Architects); Architecture Biennale Rotterdam (IABR) and the Province Marieke Francke (iabr/UP). of Groningen, the Municipality of Groningen, Eemsdelta Region and the Groningen-Assen Region.
  • MER Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding Incl B

    MER Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding Incl B

    711026 MER 6 april 2017 WINDPARK DELFZIJL-ZUID UITBREIDING [Samenvatting] Definitief Duurzame oplossingen in energie, klimaat en milieu Postbus 579 7550 AN Hengelo Telefoon (074) 248 99 40 Documenttitel MER Windpark Delfzijl-Zuid uitbreiding Soort document Definitief Datum 6 april 2017 Projectnaam Windpark Delfzijl-Zuid uitbreiding Projectnummer 711026 Opdrachtgever [Samenvatting] Auteur Florentine van der Wind, Martijn ten Klooster, Martijn Edink, Pondera Consult Vrijgave Hans Rijntalder, Pondera Consult Pondera Consult SAMENVATTING 1. Inleiding Verschillende initiatiefnemers willen in de gemeente Delfzijl het bestaande Windpark Delfzijl- Zuid uitbreiden met 21 windturbines. Het huidige windpark is in de periode 2006 gerealiseerd en bestaat uit een cluster van 34 windturbines met een gezamenlijk opgesteld vermogen van 75 MW (Megawatt). Het bestaande windpark en de uitbreiding ligt in een gebied dat in het Provinciaal Omgevingsplan (POP 2009 – 2013) van Groningen is aangewezen voor windenergie. Ook de ontwerp Omgevingsvisie wijst het gebied aan voor windenergie. De locatie en omvang van de uitbreiding van Windpark Delfzijl - Zuid sluit aan bij het ruimtelijk beleid voor windenergie van de provincie en gemeente. Voor de uitbreiding van het windturbinepark moet het bestemmingsplan worden gewijzigd en zijn verschillende vergunningen nodig. Voor de besluitvorming hierover is dit milieueffectrapport opgesteld. Figuur S1 plangebied uitbreiding Windpark Delfzijl-Zuid 2. Doel voornemen Het doel van het initiatief in Delfzijl is de (gezamenlijke) realisatie van de uitbreiding van het bestaande Windpark Delfzijl-Zuid waarmee een zo hoog mogelijke bijdrage wordt geleverd aan de provinciale taakstelling voor windenergie van Groningen (dus: maximalisatie van het opgesteld vermogen) en waarbij elektriciteitsopbrengst, economische haalbaarheid en effecten op de omgeving in balans zijn.
  • Creating an Attractive Cluster Climate for Datacenters in Eemshaven

    Creating an Attractive Cluster Climate for Datacenters in Eemshaven

    Creating an attractive cluster climate for datacenters in Eemshaven The potential of Eemshaven as cluster area for datacenters compared with the successful example of The Node Pole A. van der Giessen Master thesis Economic Geography Nijmegen School of Management, Radboud University 27th July 2017 II Creating an attractive cluster climate for datacenters in Eemshaven The potential of Eemshaven as cluster area for datacenters compared with the successful example of The Node Pole A. van der Giessen Master thesis Economic Geography Nijmegen School of Management, Radboud University 24th July 2017 Supervised by Prof. Dr. A. Lagendijk Student number 4492404 III IV V Preface Inhabitants of Groningen would say: ‘t Het mooi west. It has been nice. This research has investigated which actions stakeholders in Groningen should take, to create an attractive and sustainable cluster climate for datacenters. The match between regional offers and the needs of datacenters and IT companies is central in this research. This thesis is written on completion of my Master in Economic Geography at Radboud University. Although writing my thesis has taken a lot longer than thought, I never lost my interest in the subject. That interest arose during different lectures in my master. Groningen was an unknown area for me, but that also attracted me. The demographic decline, quivering economic conditions and earthquake problems made me curious to the perspective of the regional economic development of Groningen. The announcement of one of the world’s strongest brands, to build a datacenter within this area, was extra intriguing to me. This thesis is meant for stakeholders that are involved in the economic development of Groningen.
  • Stories About Shrinkage: an Analysis of Planning Narratives in the Province of Groningen

    Stories About Shrinkage: an Analysis of Planning Narratives in the Province of Groningen

    Stories about shrinkage: an analysis of planning narratives in the province of Groningen Doo-Hwan van Gennip - s3232476 Supervisor: Dr. Christian Lamker Socio-spatial Planning University of Groningen, Faculty of Spatial Sciences 15th of January 2021 Abstract In the coming decades, the province of Groningen will likely continue experiencing a polarisation between ‘Stad’ and ‘Ommeland’. While the city of Groningen can expect continued growth of the economy and population, the northern and eastern parts of the province of Groningen are projected to continue to undergo a process of shrinkage. This development raises certain challenges to spatial planning in these areas and will require new ways of thinking. At the same time, current growth-oriented planning strategies are coming under increased criticism especially in shrinking contexts. This thesis used the concept of storytelling in planning to explore the narratives that are told about shrinkage by two shrinking municipalities (Delfzijl and Stadskanaal) and the provincial government of Groningen. With the help of interviews and an analysis of policy documents, the underlying policies, frames and goals of current shrinkage policies were analysed in relation to the growth and post-growth paradigms. Results suggest that traditional forms of growth are no longer the main goal of planning efforts and that a new ‘liveability’ narrative has emerged. However, aspects of this narrative can be questioned in relation to their full departure from growth-oriented planning and a further concretisation of the new narrative might be needed to prevent it from being diluted by competing growth-oriented narratives. Key words: Shrinkage, peripheralisation, post-growth paradigm, regional planning, storytelling 1 Acknowledgements Over the past decade, the divide between rural and urban areas has become increasingly apparent.
  • Herindelingsadvies Eemsdelta

    Herindelingsadvies Eemsdelta

    Herindelingsadvies Eemsdelta Samenvoeging gemeenten Appingedam-Delfzijl-Loppersum Voorwoord Appingedam, Delfzijl en Loppersum: gezamenlijk één krachtige nieuwe gemeente Eemsdelta Voor u ligt het herindelingsadvies voor de nieuw te vormen gemeente Eemsdelta. Dit document is een bewerking van het herindelingsontwerp dat op 29 november 2018 is vastgesteld door de gemeenteraden van Appingedam, Delfzijl en Loppersum (ADL). Met de vorming van de nieuwe gemeente willen we de belangen van onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners optimaal behartigen. Als nieuwe gemeente acteren we zelfbewust, gaan we uit van onze eigen kracht en willen we financieel gezond zijn en blijven. We voelen ons betrokken bij onze inwoners en zijn ambitieus om de dienstverlening aan onze inwoners goed te organiseren. Nabijheid, overheidsparticipatie en kleinschaligheid zijn belangrijke overlappende waarden van onze drie gemeenten. We willen onze ervaringen op dit terrein met elkaar delen en gezamenlijk een verdere kwaliteitssprong maken. Een gemeente van circa 45.000 inwoners heeft een schaalniveau waarbij we overheidsnabijheid, burgerparticipatie, dorps- en kernenbeleid op een goede wijze en met een menselijke maat kunnen vormgeven. Als nieuwe gemeente van deze omvang zullen we in staat zijn meer taken zelfstandig uit te voeren en wordt een aanzienlijk deel van de huidige samenwerkingsverbanden (gemeenschappelijke regelingen) overbodig. Dat vergroot de slagkracht in de samenwerking. Een nieuwe gemeente op het schaalniveau van de huidige ADL-regio stelt ons in staat ons krachtiger te positioneren ten opzichte van de vraagstukken waar we in onze regio voor staan. Als nieuwe gemeente zullen we ons sterk maken voor de belangen van onze inwoners die de nadelige consequenties ondervinden van de aardbevingen als gevolg van de gaswinning.
  • Master Thesis

    Master Thesis

    MASTER THESIS Staying in the Northern Netherlands (Drenthe, Friesland & Groningen) – Personal & experienced regional characteristics Anne de Rouw Supervisors: S3212378 C.H. Mulder (RUG) [email protected] University of Groningen Master program Population Studies Faculty of Spatial Sciences Final version 5 July 2021 ABSTRACT In this thesis a focus is put on working aged people (18-64 years old) in the Northern Netherlands that have intentions to stay living at their place of residence. Quantitative research methods are used by conducting analyses on a secondary dataset from Sociaal Planbureau Groningen, Trendbureau Drenthe and Fries Sociaal Planbureau. Staying intentions can differ from person to person and from region to region. It is often assumed that issues concerning livability can be a reason to stay or move out of an area if there is the possibility to move. Livability can be defined as the result of the extent to which the physical environment matches the wishes, ideals and needs of the individual, which can be both positive and negative. So, with a multinomial logistic regression relationships are looked at with personal characteristics and both subjective and objective regional characteristics. The experienced regional characteristics show to have a significant relationship with staying intentions. When the livability is perceived better the likelihood to have intentions to stay increases steadily. Also, multiple personal characteristics show significant results in predicting the intentions to stay. TABLE OF CONTENTS Chapter