OOSTERHOUT PLANGEBIED PATRIJSLAAN 2A
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (karterende fase)
- BAAC rapport V-11.0070
- februari 2011
OOSTERHOUT PLANGEBIED PATRIJSLAAN 2A
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (karterende fase)
- BAAC rapport V-11.0070
- februari 2011
Status
concept
Auteur(s)
D.F.A.E. Voeten, M.Sc.
ARCHEOLOGIE BOUWHISTORIE CULTUURHISTORIE
BAAC bv
Plangebied Patrijslaan 2a te Oosterhout
Colofon
- ISSN
- 1873-9350
Auteur(s) Redactie Cartografie Copyright
D.F.A.E. Voeten, M.Sc. drs. J.F. van der Weerden D.F.A.E. Voeten, M.Sc. R.Sperwer Wematech Bodem Adviseurs B.V. te Roosendaal / BAAC bv te ‘s-Hertogenbosch
Eindcontrole
drs. J.F. van der Weerden drs. J.F. van der Weerden
Autorisatie (senior prospector)
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Wematech Bodem Adviseurs B.V. te Roosendaal en/of BAAC bv te ‘s-Hertogenbosch.
BAAC bv
Onderzoeks- en adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuur- en Cultuurhistorie
- Postbus 2015
- Graaf van Solmsweg 103
5222 BS ‘s-Hertogenbosch Tel.: (073) 61 36 219 Fax: (073) 61 49 877 E-mail: [email protected]
7420 AA Deventer Tel.: (0570) 67 00 55 Fax: (0570) 61 84 30 E-mail: [email protected]
2
BAAC bv
Plangebied Patrijslaan 2a te Oosterhout
Administratieve gegevens
Onderzoekgegevens
Type onderzoek Datum opdracht Datum rapportage Uitvoerder
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (karterende fase) 14 februari 2011 11 maart 2011 BAAC bv, vestiging ‘s-Hertogenbosch Graaf van Solmsweg 103 5222 BS ‘s-Hertogenbosch 073-6136219
- Projectleider
- D.F.A.E. Voeten, M.Sc.
V-11.0070 drs. J.F. van der Weerden Wematech Bodem Adviseurs B.V. R. Noorland
BAAC-rapport Vondstdeterminatie Opdrachtgever
Postbus 1817 4700 BV Roosendaal 0165-565910
- Bevoegde overheid
- Gemeente Oosterhout
Slotjesveld 1 4900 GB Oosterhout 0162-423174
- Beheer documentatie
- BAAC bv, vestiging ‘s-Hertogenbosch
Graaf van Solmsweg 103 5222 BS ‘s-Hertogenbosch 073-6136219
- Beheer vondstmateriaal
- Provinciaal Depot Bodemvondsten Noord-Brabant
Waterstraat 20 5211 JD 's-Hertogenbosch tel. 06-18303225
Locatiegegevens
- Provincie
- Noord-Brabant
- Gemeente
- Oosterhout
- Plaats
- Oosterhout
- Toponiem
- Patrijslaan 2a
- Kaartblad
- 44D
Oppervlakte RD-coördinaten
5000 m2 Noordwesthoek: 117971/407108 Noordoosthoek: 118034/407095 Zuidwesthoek: 117948/407044 Zuidoosthoek: 119013/407024
- Gegevens Archis
- Onderzoeksmeldingsnummer
Onderzoeksnummer AMK-terrein
45437 volgt nvt
Waarnemingnummer(s) Vondstmeldingsnummer(s) nvt nvt
3
BAAC bv
Plangebied Patrijslaan 2a te Oosterhout
Inhoudsopgave
- Administratieve gegevens
- 3
- 4
- Inhoudsopgave
- Samenvatting
- 5
1
1.1 1.2
Inleiding
Onderzoekskader Ligging van het gebied
6
66
2
2.1
Bureauonderzoek
Werkwijze
9
9
2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.4
Landschappelijke ontwikkeling Bewoningsgeschiedenis Inleiding Archeologie Historie
9
14 14 14 16
- 18
- Archeologische verwachting
3
3.1 3.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.4
Inventariserend Veldonderzoek
Werkwijze Veldwaarnemingen Karterend booronderzoek Lithologie en bodemopbouw Bodemverstoringen Archeologische indicatoren Archeologische interpretatie
20
20 20 21 22 22 23 24
4
4.1 4.2
Conclusie en aanbevelingen
Conclusie Aanbevelingen
25
25 25
- Geraadpleegde bronnen
- 27
Bijlagen
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
Overzicht van geologische en archeologische tijdvakken IKAW, AMK-terreinen, Archis-waarnemingen en onderzoeken Boorpuntenkaart Boorbeschrijvingen
4
BAAC bv
Plangebied Patrijslaan 2a te Oosterhout
Samenvatting
In opdracht van Wematech Bodem Adviseurs B.V. heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC bv een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met behulp van boringen (karterende fase) uitgevoerd in het plangebied Patrijslaan 2a te Oosterhout. De plannen voor de locatie hebben betrekking op een nieuw te bouwen supermarktfiliaal van Aldi. De bodemverstoring bij de realisatie van de nieuwbouw is te verwachten tot circa 100 centimeter –mv (beneden maaiveld), waarbij een gerede kans bestaat dat eventueel aanwezige archeologische waarden verstoord of vernietigd worden.
Bij het bureauonderzoek is naar voren gekomen dat het plangebied zich bevindt in een overgangsgebied tussen de hoger gelegen Pleistocene rivierterrassen op het Kempisch Hoog in het zuiden en het lager gelegen Holocene getijdengebied in de Centrale Slenk in het noorden. Het natuurlijke bodemprofiel heeft ter hoogte van het plangebied als gevolg van het opbrengen van vruchtbaar materiaal waarschijnlijk een cultuurdek verkregen met een dikte groter dan circa 30 centimeter. Omdat het plangebied op of nabij de Breuk van Vessem/Feldbiss is gelegen wordt verwacht dat er gedurende een relatief lange tijd materiaal vanaf de horst de slenk in gespoeld is waardoor een substantieel pakket colluvium gevormd is. Dit betekent ook dat eventueel aanwezige archeologische niveaus uit het paleolithicum of mesolithicum kunnen zijn afgedekt door een jonger pakket van onbekende dikte. Uit ARCHIS- registraties en historische onderzoek is gebleken dat aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten uit de bronstijd, ijzertijd en Romeinse tijd zich in de omgeving van het plangebied concentreren op de hogere gronden van het Kempisch Hoog. In de nabijheid van het plangebied zijn wel archeologische waarden uit de late middeleeuwen bekend, al zijn er geen aanwijzingen gevonden die erop wijzen dat binnen het plangebied ook archeologische resten uit de late middeleeuwen verwacht mogen worden. Op basis van het bureauonderzoek moet aan het plangebied een lage verwachting op archeologische resten uit de periode paleolithicum – vroege middeleeuwen worden toegekend en een middelhoge verwachting op archeologische resten uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd.
Bij het veldonderzoek is vastgesteld dat de natuurlijke bodemopbouw van het plangebied die van verspoeld dekzand is waarin zich oorspronkelijk een podzolbodem heeft ontwikkeld. Het natuurlijke bodemprofiel is antropogeen opgehoogd met een humeus cultuurdek dat, getuige de aanwezigheid van (sub)recente archeologische indicatoren, relatief kort geleden verstoord moet zijn geraakt. Gezien de voor bewoning onaantrekkelijke landschappelijke ligging en het ontbreken van relevante archeologische indicatoren wordt de kans dat zich binnen het plangebied archeologische resten bevinden klein geacht. Daarnaast zal matig tot sterke grondbewerking in het verleden de eventueel tóch aanwezige archeologische resten grotendeels verstoord hebben. De kans dat archeologische resten vernietigd worden bij het uitvoeren van de voorgenomen ontwikkeling wordt derhalve klein geacht.
Op basis van bovenstaande bevindingen adviseert BAAC bv om geen vervolgonderzoek uit te voeren.
5
BAAC bv
Plangebied Patrijslaan 2a te Oosterhout
- 1
- Inleiding
- 1.1
- Onderzoekskader
In opdracht van Wematech Bodem Adviseurs B.V. heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC bv een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met behulp van boringen (karterende fase) uitgevoerd in het plangebied Patrijslaan 2a te Oosterhout. De plannen voor de locatie hebben betrekking op een nieuw te bouwen supermarktfiliaal van Aldi. De bodemverstoring bij de realisatie van de nieuwbouw is te verwachten tot circa 100 centimeter –mv (beneden maaiveld), waarbij een gerede kans bestaat dat eventueel aanwezige archeologische waarden verstoord of vernietigd worden.
Het doel van een bureauonderzoek is het verwerven van informatie over bekende of verwachte archeologische waarden binnen een omschreven gebied aan de hand van bestaande bronnen. Met behulp van de verworven informatie wordt een specifiek archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het aanvullen en toetsen van het verwachtingsmodel. Het inventariserend veldonderzoek gebeurt middels waarnemingen in het veld. Tevens worden grondboringen uitgevoerd om de intactheid en de opbouw van het bodemprofiel te beoordelen en (extra) informatie te verkrijgen over bekende dan wel nieuw te ontdekken archeologische waarden binnen het plangebied.
Tijdens het onderzoek dienen de volgende onderzoeksvragen uit het Plan van Aanpak1 te worden beantwoord: •••••
Hoe is de bodemopbouw en is deze nog intact? Zijn in het gebied archeologische resten aanwezig? Wat is de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische resten? Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten? In hoeverre worden de archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied?
Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 3.22 en het onderzoeksspecifieke Plan van Aanpak.
- 1.2
- Ligging van het gebied
Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Oosterhout, op ruim 800 meter ten noordwesten van de oude, middeleeuwse kern van Oosterhout. Het plangebied wordt begrensd door de Statendamweg in het westen, de Patrijslaan in het noorden, bebouwing langs de Patrijslaan in het oosten en een sporthallencomplex in het zuiden. Binnen het plangebied bevinden zich naast een verharde parkeerplaats en een braakliggend terrein waar zich voorheen een gravel-tennisbaan bevond tevens een sporthal die gesloopt zal worden alvorens met de voorgenomen ontwikkeling aangevangen wordt.
1 Van Kouwen 2011 2 SIKB 2010
6
BAAC bv
Plangebied Patrijslaan 2a te Oosterhout
De oppervlakte bedraagt circa 5000 vierkante meter. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 1.1 Ligging van het plangebied
In de toekomst zal binnen het plangebied een supermarkt gebouwd worden. In figuur 1.2. is de toekomstige situatie weergegeven.
7
BAAC bv
Plangebied Patrijslaan 2a te Oosterhout
Figuur 1.2 Toekomstige situatie, plangebied is weergegeven met rode begrenzing3
3 Den Hollander 2009
8
BAAC bv
Plangebied Patrijslaan 2a te Oosterhout
- 2
- Bureauonderzoek
- 2.1
- Werkwijze
Tijdens het bureauonderzoek is aan de hand van bestaande bronnen een archeologische verwachting voor het plangebied opgesteld. Bij de inventarisatie van de archeologische waarden is gebruik gemaakt van gegevens uit het Centraal Archeologisch Archief (CAA) en het Centraal Monumenten Archief (CMA) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), evenals de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW). Hierbij is het Archeologisch Informatie Systeem (ARCHIS-II) gebruikt. Ook de provinciale cultuurhistorische waardenkaart is geraadpleegd.4 Op dit moment is er nog geen archeologische verwachtingskaart beschikbaar van de gemeente Oosterhout. Met name voor de recentere archeologische periodes zijn diverse historische bronnen geraadpleegd. Literatuur over de geologie, geomorfologie en de bodemopbouw van het onderzoeksgebied is eveneens bestudeerd om op basis van locatiekeuze-theorieën een uitspraak te doen over de kans op aanwezigheid van archeologische resten.
In navolgende paragrafen worden de resultaten van het bureauonderzoek beschreven. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een synthese in de vorm van een specifieke archeologische verwachting. Een opsomming van de geraadpleegde literatuur en gebruikte kaarten is terug te vinden in de literatuurlijst. Voor een tabel met een overzicht van geologische en archeologische tijdvakken wordt verwezen naar bijlage 1.
- 2.2
- Landschappelijke ontwikkeling
Het plangebied behoort bevindt zich op de overgang van het Kempisch hoog, een gebied dat door tektonische activiteit een relatief hoge ligging heeft gekregen, en de Centrale Slenk5, het tektonisch dalingsgebied van de Roerdalslenk. Ten hoogte van het plangebied bevindt zich een noordwest-zuidoost georiënteerde breuk die tot de Breuk van Vessem/Feldbiss gerekend mag worden.
In het Vroeg- en Middenpleistoceen zijn door de Maas en Rijn matig fijn en grindhouden grove zanden met ingesloten kleilagen afgezet (Formatie van Sterksel), die op het Kempisch Hoog vrij ondiep voorkomen. Nadat de rivieren het gebied hadden verlaten, heeft op het Kempisch Hoog gedurende het Midden- en Laatpleistoceen periglaciale erosie plaatsgevonden, waardoor het fijnere materiaal van de Formatie van Sterksel werd geërodeerd en het oorspronkelijke fluviatiele reliëf is afgevlakt.
Gedurende de ijstijden (glacialen) van het Midden- en Laatpleistoceen (Elsterien, Saalien en Weichselien) werd de Roerdalslenk geleidelijk opgevuld met afzettingen van meer lokale oorsprong (Formatie van Boxtel6). Deze afzettingen kunnen globaal worden onderverdeeld in Brabants leem, fluvioperiglaciale afzettingen (smeltwaterafzettingen) en eolische afzettingen (löss en dekzand).
456
Provincie Noord-Brabant 2006 Buitenhuis, et al. 1991 Voorheen Formaties van Eindhoven en van Twente.
9
BAAC bv
Plangebied Patrijslaan 2a te Oosterhout
Brabants leem is in perioden met permafrost7 ontstaan uit door de wind aangevoerd materiaal waaruit door dooiwaterstroompjes de fijne deeltjes werden uitgewassen, die vervolgens werden afgezet in ondiepe vochtige depressies (dooimeren).
Fluvioperiglaciale afzettingen, oftewel verspoelde dekzand- en rivierafzettingen, ontstonden wanneer aan het begin en eind van de glacialen, en dan voornamelijk in de zomermaanden, veel smeltwater vrijkwam. Dit water werd afgevoerd door een systeem van verwilderde geulen en beken, waarbij materiaal van het hoger gelegen Kempisch Hoog en Peelhorst naar de lager gelegen Centrale Slenk werd verplaatst. De afzettingen die hierbij tot stand kwamen, bestaan uit min of meer gelaagde zanden, met eventueel leemlagen en/of planten- en houtresten.
Door het ontbreken van vegetatie werd in de droge en zeer koude glacialen door de wind sediment verplaatst en elders weer afgezet. In het Pleniglaciaal (Middenweichselien) werd zo het Oudere dekzand als een deken over het vrijwel vegetatieloze landschap afgezet. Het Oudere dekzand is vaak horizontaal gelaagd met lemige banden. Door de aanwezigheid van een grindrijk niveau8, de zogenaamde Laag van Beuningen, ontstaan door uitblazing van fijnere delen , kan onderscheid worden gemaakt in het Ouder dekzand I en II.
In het laatglaciaal (Laatweichselien) was de begroeiing weer wat dichter waardoor de verstuiving een meer lokaal karakter had en het zogenaamde Jonger dekzand werd afgezet in de vorm van langgerekte, voornamelijk zuidwest-noordoost georiënteerde ruggen. Het Jonge dekzand is meestal niet gelaagd. Gedurende de interstadialen9 zijn plaatselijk leemlagen, veenlaagjes of bodems gevormd. Zo vond gedurende het Allerød-interstadiaal op de hogere terreindelen bodemvorming plaats, die nu nog te herkennen is als een grijswitte laag met houtskoolresten. Deze zogenaamde Laag van Usselo bevindt zich tussen het Jonger dekzand I10 en het Jonger dekzand II.11
Aan het einde van het Weichselien en in het Holoceen werd het klimaat een stuk milder. Het systeem van ondiepe, verwilderde geulen en beken veranderde hierdoor in meanderende beken, die zich aanvankelijk in het landschap insneden. In de beekdalen werden zand en klei afgezet en vond lokaal veenvorming plaats (Boxtel Formatie; Singraven Laagpakket12). Door het geleidelijk vochtiger worden van het klimaat steeg de grondwaterstand, waardoor ook op lage plekken met stagnerende waterafvoer buiten de beekdalen veenvorming plaatsvond (Nieuwkoop Formatie; Griendtsveen Laagpakket13). Vanuit de lage delen kon het veen zich vanaf 3500 à 3700 BP over grote delen van het tegenwoordige zandgebied uitbreiden. Door afgraving in de late middeleeuwen en de nieuwe tijd is het meeste veen tegenwoordig verdwenen. Hierdoor is niet meer met zekerheid na te gaan welke delen van het landschap daadwerkelijk bedekt zijn geweest en hoe lang. Nabij het plangebied wordt de veengrens gevormd door de Breuk van Vessem. Door de ligging op de fysieke overgang tussen het hoger gelegen Kempisch Hoog en de lager gelegen Centrale Slenk is het niet bekend of binnen het plangebied veen gevormd is. Op de
78
Bodem die tot op grote diepte permanent bevroren is. Een zogenaamd desert pavement.
- 9
- Relatief warme periode binnen een glaciaal.
Afgezet in het Oude Dryas-stadiaal. Afgezet in het Jonge Dryas-stadiaal. Voorheen Formatie van Singraven.
10 11 12
- 13
- Voorheen Formatie van Griendtsveen.
10
BAAC bv
Plangebied Patrijslaan 2a te Oosterhout
veenverspreidingskaart van Leenders (Kaart 16, ligging der moeren)14, bevindt de zuidgrens van de veenverspreiding zich ter hoogte van of iets ten zuiden van het plangebied. Er kan dan ook niet worden uitgesloten dat binnen het plangebied veenvorming is opgetreden.
Door de toenemende vegetatie kwam een eind aan de natuurlijke zandverstuivingen en raakten de dekzandruggen gefixeerd. Door het toedoen van de mens, door kappen, branden en ontginnen, konden plaatselijk opnieuw verstuivingen optreden (Boxtel Formatie; Kootwijk Laagpakket15). Ook de bodemvorming, die door het mildere klimaat op grote schaal plaatsvond, is grotendeels antropogeen beïnvloed.16
Volgens de geologische kaart van Nederland bevinden zich in het plangebied rivierzand en –grind van de Formatie van Sterkel, die zijn afgedekt met een zanddek van de Formatie van Boxtel.17
Op de geomorfologische kaart18 is het plangebied wegens de ligging binnen de bebouwde kom niet gekarteerd. Het is duidelijk te zien dat de bebouwde kom van Oosterhout zich bevindt op de grens met overwegend terrasafzettingswelvingen (3L12) in het zuiden en een vlakte van getij-afzettingen (2M35) in het noorden. Op de overgang van de terrasafzettingswelvingen naar de getij-afzettingen bevindt zich een vlakte van ter dele verspoelde dekzanden (2M9) al dan niet vervlakt door veen en/of overstromingsmateriaal. Het plangebied lijkt zich binnen de zone met terrasafzettingswelvingen te bevinden. Op de hoogtekaart19 te zien dat het maaiveld binnen het plangebied zich gemiddeld op circa 2,20 meter +NAP bevindt. Hiermee bevindt het plangebied zich halverwege de overgang van het terrasafzettingenplateau (maaiveld gemiddeld op circa 4 tot 5 meter +NAP) en de noordelijker gelegen vlakte van geij-afzettingen (maaiveld op gemiddeld 0,20 meter +NAP).
14 15 16 17 18 19
Leenders 1989. Voorheen Formatie van Kootwijk. Buitenhuis, et al. 1991 Nederlandse Rijks Geologische Dienst 1975 Stiboka 1983 AHN 2011
11
BAAC bv
Plangebied Patrijslaan 2a te Oosterhout
Figuur 2.1 Uitsnede van geomorfologische kaart van plangebied en omgeving
Ook op de bodemkaart20 is het plangebied wegens de ligging binnen de bebouwde kom niet gekarteerd. Als de bodemdistributie buiten de bebouwde kom wordt geëxtrapoleerd naar het plangebied wordt geconcludeerd dat binnen het plangebied waarschijnlijk laarpodzolen in leemarm en zwak lemig fijn zand (cHn21) voorkomen. Laarpodzolgronden zijn kalkloze zandgronden die een gedeeltelijk door de mens opgebrachte donkere humushoudende bovengrond (A-horizont van 30 - 50 centimeter) al dan niet in combinatie met een dunne uitspoelingslaag (E-horizont) hebben ontwikkeld. Deze grijs gekleurde E-horizont is gelegen op een dunne donkerroodbruin gekleurde laag (Bhs-horizont), waarin humuszuren en vaak al enige ijzerverbindingen zijn ingespoeld tot het niveau waarop het grondwater wordt aangetroffen. De laarpodzolen worden meestal gevonden ter plaatse van de relatief jonge ontginningen op de lager gelegen zandgronden die door plaggenbemesting een matig dikke A- horizont hebben gekregen. Het oorspronkelijke profiel was vaak een veldpodzolgrond. Laarpodzolen zijn evenals veldpodzolen dus meestal gelegen in de lagere delen van het dekzandlandschap, waardoor het grondwater hoog staat en de uitgespoelde deeltjes met het grondwater worden afgevoerd. De ondergrond is daardoor meestal gereduceerd en grijswit tot geelwit van kleur (C-horizont). De laarpodzolgronden worden dus veel gevonden op de hogere delen van de dekzandlaagten en vormen