
AB 2020/148 AB Rechtspraak Be­stuurs­recht ting uit een (boete)rapport of van de feiten (zie ken van geneesmiddelen in delen van de deelgebie­ r.o. 1) is daarvoor naar ons idee niet voldoende. den Annen en De Esch. Niet in geschil is dat de apo­ Openbaarheid van de rechtspraak houdt ook in theek die hier het dichtst bij ligt Apotheek Zuidlaren dat een lezer op basis van een goede beschrijving is. Aannemelijk is dan ook dat de meeste patiënten van de feiten, de bespreking van de beroepsgron- van wederpartij die in deze gebieden wonen voor den en het uiteindelijke oordeel van de be stuurs- hun medicijnen thans naar Apotheek Zuidlaren rechter goed kan volgen. Op die manier kan de gaan. Dit betekent dat het beoogde verzorgingsge­ kwaliteit van uitspraken van de be stuurs rechter bied van wederpartij gedeeltelijk binnen het verzor­ naar ons idee nog worden verbeterd (vgl. M.L. van gingsgebied van Apotheek Zuidlaren valt. Het con­ Emmerik & C.M. Saris, ‘Evenredige bestuurlijke currentiebelang van Apotheek Zuidlaren is dan ook boetes’ in: Boetes en andere bestraffende sancties: rechtstreeks bij de gevraagde vergunning betrok­ een nieuw perspectief? (VAR-reeks 152), Den ken. Zij moet dan ook als belanghebbende in de zin Haag: Boom Ju ri dische uitgevers 2014, p. 158). van artikel 8:104, eerste lid, van de Awb worden Dat er ruimte voor verbetering is, blijkt ook uit aangemerkt. De omstan dig heid of al dan niet spra­ deze uitspraak. In dit geval wordt het voor de le- ke is van een gebonden beschikking, is anders dan zer pas in r.o. 5.3 duidelijk dat de mystery guest als wederpartij betoogt, niet relevant voor de be oor de­ stagiair werkzaam was voor de gemeente Nijme- ling van de belanghebbendheid. gen. De Afdeling schrijft daar: Met wederpartij is de Afdeling van oordeel dat ‘Ter zitting bij de rechtbank is gebleken dat hij met aaneengesloten gebied in artikel 61, tiende lid, in feite een stagiair was bij de gemeente die Geneesmiddelenwet wordt bedoeld het ononder­ een bui tengewoon opsporingsambtenaar in broken gebied waarvoor de vergunning wordt aan­ de kantine vergezelde bij het houden van toe- ge vraagd. De minister dient op grond van dit arti­ zicht’. kellid te beoordelen of het gebied voldoet aan het Dat is een niet onbelangrijk detail dat naar ons afstandscriterium. Is dat het geval, dan dient de mi­ idee verstopt staat in de uitspraak en bovendien nister de vergunning te verlenen. Indien het aange­ niet strookt met het beeld dat de Afdeling in de vraagde gebied niet voldoet aan het afstandscriteri­ andere rechtsoverwegingen (r.o. 1, 4 en 4.1) um, dan dient de minister de ver gun ning aan vraag schetst van de feiten. af te wijzen. Met de rechtbank is de Afdeling dan C.M. Saris & D. de Groot ook van oordeel dat het artikellid, gelet op de dwin­ gende wijze waarop het is geformuleerd, geen ruimte biedt voor een andere uitleg. In dit verband AB 2020/148 is van belang dat uit de totstandkomingsgeschiede­ nis van dit artikellid (Kamerstukken II 2005/06, AFDELING BE STUURS RECHTSPRAAK VAN DE 29 359, nr. 79, blz. 1–2) niet kan worden afgeleid RAAD VAN STATE dat is beoogd een deelgebiedenbeleid te handhaven. 16 ja nua ri 2019, nr. 201800881/1/A3 Weliswaar staat in de wetsgeschiedenis in algeme­ (Mrs. C.J. Borman, B.P. Vermeulen, J.J. van Eck) ne zin dat de strekking is ‘om de bestaande uitvoe­ m.nt. J. Wieland* ringspraktijk en rechtspraak vast te leggen in de wet’ en dat dit betekent dat alle bestaande vergun­ Art. 61 lid 10 Gnw; art. 1:2 lid 1, art. 8:104 lid 1 ningen gehandhaafd blijven en in de toekomst Awb onge wij zigd zullen worden verleend, maar hieruit blijkt ook dat deze zinsnede betrekking heeft op het ECLI:NL:RVS:2019:101 afstandscriterium. In het bijzonder staat in de wets­ geschiedenis dat de minister op dit punt geen be­ Inzake het afstandscriterium bij het verlenen leidsvrijheid heeft en dat hij deze vergunningen van een geneesmiddelenvergunning aan een moet verlenen indien aan het afstandscriterium is huisarts heeft de minister geen beleidsvrij- voldaan. Ook het betoog van de minister dat met de heid. Concurrentiebelang rechtstreeks betrok- term ‘desgevraagd’ in het artikellid slechts wordt ken bij verlenen van de vergunning. bedoeld dat de vergunning op aanvraag wordt ver­ leend en dat het aange vraagde gebied dus geen uit­ Artikel 8:104, eerste lid, Awb luidt: ‘Een belangheb­ gangspunt vormt bij de be oor de ling van de vergun­ bende en het be stuurs or gaan kunnen hoger beroep ning aan vraag, volgt de Afdeling niet. Het is instellen tegen: a. een uitspraak als bedoeld in arti­ bestendige jurisprudentie dat een aanvraag leidend kel 8:66, eerste lid, of artikel 8:67, eerste lid, van de is bij de ver gun ning ver le ning. rechtbank […]’. Wederpartij heeft onder meer een De Afdeling oordeelt dat het verzorgingsgebied vergunning gevraagd voor kort gezegd het verstrek­ van wederpartij gedeeltelijk binnen het verzorgings­ gebied van Apotheek Zuidlaren valt. Het concurren­ * J. Wieland is advocaat bij Stijl Advocaten te Amsterdam. tiebelang van Apotheek Zuidlaren is dan ook recht­ 972 Afl. 15 - 2020 AB AB Rechtspraak Be­stuurs­recht AB 2020/148 streeks bij de verleende vergunning betrokken. De minister, Apotheek Zuidlaren en weder- Apotheek Zuidlaren is derhalve belanghebbende in partij hebben een schriftelijke uiteenzetting ge- de zin van artikel 1:2 van de Awb bij het be sluit van geven. 5 ja nua ri 2018. De om stan dig heid of al dan niet spra­ De minister, Apotheek Zuidlaren en weder- ke is van een gebonden beschikking is niet relevant partij hebben nadere stukken ingediend. voor de be oor de ling van de belanghebbendheid. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behan- deld op 27 november 2018, waar de minister, ver- Uitspraak op de hoger beroepen van: tegenwoordigd door mr. R.G.T. van Wissen en D. 1. De Minister voor Medische Zorg, Hoogeveen, Apotheek Zuidlaren, vertegenwoor- 2. Apotheek Zuidlaren B.V., gevestigd te Zuidla- digd door gemachtigde en mr. R.E. Tak, advocaat ren, gemeente Tynaarlo, appellanten, te Zeist, en wederpartij, bijgestaan door mr K. van tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Ne- Bladeren, advocaat te Groningen, zijn versche- derland van 22 december 2017 in zaak nr. 17/1820 nen. in het geding tussen: Wederpartij, Overwegingen en De minister. Aanleiding 1. Wederpartij is sinds 1997 een zoge- Procesverloop noemde apotheekhoudende huisarts in Annen, gemeente Aa en Hunze. Aan haar was een zoge- Bij be sluit van 20 maart 2017 heeft de minister de noemde associatievergunning verleend en aan aanvraag van wederpartij om een vergunning haar vennoot een hoofdvergunning voor het be- voor het bereiden en ter hand stellen van genees- reiden en ter hand stellen van geneesmiddelen middelen in een nader aangeduid gebied afgewe- aan patiënten van hun praktijk. Deze vergunning zen. gold onder meer voor patiënten uit het dorp Wederpartij heeft tegen dit be sluit bezwaar Annen. Toen haar vennoot stopte in de praktijk, gemaakt en de minister verzocht in te stemmen kon wederpartij geen gebruik meer maken van met rechtstreeks beroep bij de bestuurs rechter haar associatievergunning en heeft zij een nieu- als bedoeld in artikel 7:1a, eerste lid, van de Alge- we vergunning aan ge vraagd. Bij be sluit van mene wet be stuurs recht (hierna: de Awb). 10 november 2015 heeft de minister deze ver- De minister heeft met dat verzoek ingestemd gunning op grond van artikel 61, tiende lid, van de en het bezwaarschrift met toepassing van artikel Geneesmiddelenwet (hierna: Gmw) verleend. De 7:1a, vijfde lid, van de Awb doorgezonden naar de vergunning heeft echter geen betrekking op het rechtbank. deelgebied Annen. Bij be sluit van 20 maart 2017 Bij uitspraak van 22 december 2017 heeft de heeft de minister de aanvraag van wederpartij rechtbank het door wederpartij tegen het be sluit om wederom voor de vergunde deelgebieden en van 20 maart 2017 ingestelde beroep gegrond daarnaast ook voor delen van de deelgebieden verklaard, dit be sluit vernietigd en de minister Annen en De Esch eenzelfde vergunning te verle- opgedragen om binnen twee weken na de dag nen afgewezen. van verzending van de uitspraak een nieuw be- sluit te nemen op de aanvraag met inachtneming Het be sluit van 20 maart 2017 van de uitspraak. Deze uitspraak is aangehecht 2. In het besluit van 20 maart 2017 heeft de (niet opgenomen; red.). minister allereerst gewezen op het uitgangspunt Tegen deze uitspraak hebben de minister en van de Geneesmiddelenwet dat de geneesmidde- Apotheek Zuidlaren hoger beroep ingesteld. lenvoorziening in eerste instantie en bij voorkeur Bij be sluit van 5 ja nua ri 2018 heeft de minis- door een apotheker moet plaatsvinden en dat is ter, gevolg gevend aan de uitspraak van de recht- beoogd de arts een aanvullende taak op dit ge- bank, opnieuw beslist op de aanvraag van weder- bied toe te kennen in die gevallen waarin de ge- partij en de vergunning voor het bereiden en ter neesmiddelenvoorziening niet of onvoldoende is hand stellen van geneesmiddelen in een nader gewaarborgd. aangeduid gebied verleend. Aan de afwijzing van de vergunning voor zo- Wederpartij heeft beroep ingesteld tegen het ver het betreft delen van de deelgebieden Annen niet tijdig nemen van het be sluit als bedoeld in de en De Esch heeft de minister het volgende ten uitspraak van de rechtbank. grondslag gelegd. Verlening van een vergunning Wederpartij en Apotheek Zuidlaren hebben voor delen van deelgebieden zou in strijd zijn gronden ingediend tegen het be sluit van 5 ja nua ri met het bestendige beleid om alleen vergunnin- 2018.
Details
-
File Typepdf
-
Upload Time-
-
Content LanguagesEnglish
-
Upload UserAnonymous/Not logged-in
-
File Pages10 Page
-
File Size-