JAARRAPPORTAGE 2009

Januari 2010 1

JAARRAPPORTAGE 2009

INHOUDSOPGAVE

1. INLEIDING 3

2. BELANGRIJKE GEBEURTENISSEN IN 2009 5

3. VERLOOP MELDERS/MELDINGEN GEBRUIKSJAREN 2005-2009 6

4. MELDINGEN PER MAAND, VLIEGTUIGBEWEGING EN TIJDSTIP 10

5. HINDERBELEVING 13

6. ANGSTMELDINGEN 20

7. DAGEN/PERIODEN MET MEESTE MELDINGEN EN MELDERS 21

8. VLUCHTEN MET MEESTE MELDERS 24

9. PLAATSEN MET MEESTE MELDERS 25

10. HINDERBEPERKENDE MAATREGELEN 26

11. STUURMAATREGEL 32

12. GRONDGELUID 34

13. ANTWOORD OP VEELGESTELDE VRAGEN 35

14. COMMUNICATIE EN INFORMATIE 39

15. SAMENVATTING 41

16. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 43

BIJLAGE 1. HINDERGEBIEDENKAARTEN 44

BIJLAGE 2. MELDINGEN EN MELDERS PER WOONPLAATS 54

Januari 2010 2

JAARRAPPORTAGE 2009

1. INLEIDING

Deze jaarrapportage van de Stichting Bewoners Aanspreekpunt Schiphol (Bas) over het gebruiksjaar 2009 is gebaseerd op meldingen die bij Bas zijn binnengekomen over het luchtverkeer op en rond de luchthaven Schiphol in de periode van 1 november 2008 t/m 31 oktober 2009. De rapportage verschilt op een aantal punten van vorige jaarrapportages vanwege een gewijzigde manier van registreren per 1 november 2008.

Bas staat voor registreren, signaleren en communiceren; enerzijds vanuit de omgeving naar de luchtvaartsector en overheid toe en anderzijds vanuit de sector en overheid naar de omgeving van Schiphol toe. Bas heeft een andere manier van registreren ingevoerd die verder gaat dan puur het registreren van tijdstippen van hinder, om meer informatie uit de meldingen van omwonenden te verkrijgen.

In het nieuwe systeem zijn de 'soorten' hindermeldingen gesplitst in:

1) periodemeldingen waarbij de melder de mogelijkheid krijgt hinder over een bepaalde tijdsperiode te melden;

2) specifieke meldingen waarbij de melder de precieze datum en tijd van ondervonden hinder moet aangeven;

3) overige meldingen over bijvoorbeeld het milieubeleid of vervuiling.

Om meer inzicht te krijgen in de hinderbeleving wordt daarnaast van de melder gevraagd om een aantal vragen te beantwoorden. Met de antwoorden is Bas in staat een breder beeld van de hinder in de omgeving beter in kaart te brengen.

In het nieuwe registratiesysteem is de focus verschoven van de vastlegging van een úgefisoleerdeù vliegbeweging naar de gehinderde met zijn of haar hinderbeleving. De registratie van een klacht blijft uiteraard belangrijk, maar inzicht in de meldingen van de melder (bijvoorbeeld over de achtergrond of de aanleiding van de melding) en het voorzien in de informatiebehoefte van de omwonenden van Schiphol zijn belangrijker geworden.

In deze jaarrapportage over het gebruiksjaar 2009 staan daarom naast de gebruikelijke aantallen van ingediende meldingen ook analyses van de hinderbeleving. Deze geven meer inzicht in aard, tijdstip/periode en beleving van overlast in de omgeving. Doordat de specifieke hinder beter zichtbaar wordt, hoopt Bas gerichter bij te kunnen dragen aan het invoeren van hinderbeperkende maatregelen en de evaluatie daarvan, en in te kunnen spelen op de informatiebehoefte die in een bepaald gebied leeft. Bas is hierdoor beter in staat de omgeving proactief van de juiste informatie te voorzien. Via haar website, de kwartaalrapportages en gerichte analyses gebeurt dit ook in toenemende mate.

Januari 2010 3

JAARRAPPORTAGE 2009

GEEN VERGELIJKING MOGELIJK De invoering van het nieuwe registratiesysteem met de splitsing in specifieke, periode- en overige meldingen heeft wel als consequentie dat de aantallen meldingen in het gebruiksjaar 2009 niet vergeleken kunnen worden met die van eerdere gebruiksjaren. Het aantal melders in 2009 kan wel vergeleken worden met voorgaande jaren.

Uit de analyses van de gegevens uit het registratiesysteem over het gebruiksjaar 2009 blijkt dat net als voorgaande jaren een minderheid van alle geregistreerde melders gezamenlijk verantwoordelijk is voor het overgrote deel van alle ingediende meldingen. In het gebruiksjaar 2009 diende namelijk 1,9% van alle melders 82,5% van alle meldingen in. De overige melders zijn verantwoordelijk voor de resterende meldingen. Deze groep wordt in de rapportage aangeduid als focusgroep.

Deze focusgroep wordt in deze rapportage, net zoals in de jaarrapportages over de gebruiksjaren 2007 en 2008, centraal gesteld. Dat is conform de aanbeveling van de Commissie Regionaal Overleg luchthaven Schiphol (CROS) naar aanleiding van de meldingenanalyse 2006 om de meldingen van veelmelders en die van overige melders in de analyse te scheiden.

Behalve van informatie uit het registratiesysteem is waar mogelijk ook gebruik gemaakt van aanvullende relevante gegevens, bijvoorbeeld over wisselingen in het baangebruik vanwege meteorologische omstandigheden of de door Airport Schiphol in september 2009 genomen stuurmaatregel.

Verder worden enkele hinderbeperkende maatregelen die in het gebruiksjaar 2008 zijn ingevoerd en in 2009 voortgezet, in de rapportage belicht, omdat ze mogelijk invloed hebben gehad op de aantallen melders en meldingen in bepaalde gebieden. Deze hinderbeperkende maatregelen vloeien voort uit de adviezen van de úTafel van Aldersù over de toekomst van Schiphol en de regio op korte en middellange termijn en zijn na een positief advies van de Commissie Regionaal Overleg luchthaven Schiphol (CROS) ingevoerd.

Meer informatie over de úTafel van Aldersù en de hinderbeperkende maatregelen is te vinden op www.alderstafel.nl en op de website van Bas: www.bezoekbas.nl

In hoofdstuk 13 wordt antwoord gegeven op een aantal veelgestelde vragen. Hoofdstuk 15 bevat een samenvatting. Tot slot wordt in hoofdstuk 16 een aantal conclusies en aanbevelingen gegeven.

In bijlage 1 is een aantal kaarten opgenomen waarop de aantallen melders en meldingen per postcodegebied zijn aangegeven. In bijlage 2 wordt een overzicht gegeven van de aantallen meldingen en melders per woonplaats.

Januari 2010 4

JAARRAPPORTAGE 2009

2. BELANGRIJKE GEBEURTENISSEN IN 2009

Op 1 november 2008 heeft Bas, zoals in de Inleiding al is gemeld, een ander systeem van klachtenregistratie ingevoerd, meer gericht op het registreren van hinderbeleving.

Het aantal meldingen in het gebruiksjaar 2009 is daarom niet te vergelijken met dat in voorgaande gebruiksjaren. Het verloop van het aantal meldingen per maand vertoont nog wel overeenkomsten met het voorgaande gebruiksjaar: in de maanden november tot en met mei is het aantal meldingen lager dan in de (zomer)maanden erna. Het aantal melders is wel te vergelijken met eerdere gebruiksjaren.

In het gebruiksjaar 2008 was sprake van een piek in de maand mei, mede veroorzaakt door hinderbeperkende maatregel 23: het experiment ten behoeve van de implementatie van nieuwe, vaste uitvliegroutes vanaf de Zwanenburgbaan (36C). Hiervoor werden toen tijdelijk ruim 8.000 meer starts naar het noorden uitgevoerd van de Zwanenburgbaan (36C) om het juiste aantal gegevens te verkrijgen. Dit leidde tot een piek in het aantal hindermeldingen. Deze deed zich in het gebruiksjaar 2009 niet opnieuw voor.

Er waren wel andere gebeurtenissen die in het gebruiksjaar 2009 voor kortere of langere tijd tot een stijging van het aantal melders en meldingen zorgden:

Ñ Vanaf de maand maart, na het ongeluk met het vliegtuig van Turkish Airlines op 25 februari 2009, gold dat voor het aantal angstmeldingen.

Ñ In de zomermaanden was dat het geval vanwege het langdurige gebruik van de Kaagbaan (24) voor starts. Dit had enerzijds te maken met een lange periode met wind uit zuidelijke richtingen, maar daarnaast ook met het afgenomen aantal vluchten vanwege de recessie. Hierdoor was het mogelijk om in de piekuren vaker slechts ◊◊n in plaats van twee startbanen in te zetten. Dit betekende dat de Aalsmeerbaan (18L) minder vaak hoefde te worden ingezet, maar het op de Kaagbaan (24) iets drukker was. Dit zorgde voor een zwaardere belasting van de handhavingspunten ten zuiden van de Kaagbaan en hiermee mede tot een dreigende overschrijding van de grenswaarden in de handhavingspunten 32 en vooral 33.

Ñ Dit noodzaakte Amsterdam Airport Schiphol om in de periode van 24 september tot 3 oktober 2009 een ústuurmaatregelù te nemen. Bij zuidelijke wind werden toen niet de Kaagbaan (24) maar de Aalsmeerbaan (18L) en de Zwanenburgbaan (18C) als startbanen gebruikt. Dit leidde tot een piek in het aantal melders en meldingen vanuit vooral Aalsmeer, Uithoorn en .

Ñ Verder waren er gedurende het gebruiksjaar 2009 opnieuw veel melders en meldingen vanuit de wijk Floriande in . Dit houdt waarschijnlijk mede verband met de in november 2007 gestarte hinderbeperkende maatregel voor de bocht tussen Hoofddorp en Nieuw- Vennep (CROS-pilot 3b). De Boeing 737- vliegtuigen van KLM vliegen die bocht sindsdien nauwkeuriger. Dit betreft ongeveer 30% van alle vluchten langs deze route. Hierdoor wordt er geconcentreerder tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep gevlogen. Ook de publiciteit rond deze pilot heeft mogelijk geresulteerd in meer melders en meldingen uit de wijk Floriande.

Op de volgende paginaùs wordt op elk van deze onderwerpen nader ingegaan.

Januari 2010 5

JAARRAPPORTAGE 2009

3. VERLOOP MELDERS/MELDINGEN GEBRUIKSJAREN 2005-2009

Er kan geen vergelijking gemaakt worden tussen het aantal meldingen over het gebruiksjaar 2009 en de voorgaande jaren. Dit komt door de opsplitsing in specifieke, periode- en overige meldingen per 1 november 2008. Het totaal aantal melders is wel te vergelijken met voorgaande jaren. Dit is met 23% afgenomen ten opzichte van het gebruiksjaar 2008. De dalende trend in aantallen melders waarvan al sinds 2005 ò met uitzondering van 2008 ò sprake is, wordt hiermee voortgezet. Niet duidelijk is of dit een gevolg is van een gewijzigde manier van registreren of van de afname van het aantal vluchten met circa 9% in het gebruiksjaar 2009. Andere oorzaken kunnen ook een rol hebben gespeeld.

TABEL 1. MELDERS EN MELDINGEN PER GEBRUIKSJAAR

Gebruiksjaar Meldingen Melders 2005 704.000 8.378 2006 784.000 7.404 2007 637.362 6.026 2008 609.617 6.881 2009 Zie hieronder 5.275 Gebruiksjaar 2009 Meldingen (alle) Meldingen (veelmelders) Meldingen (focusgroep) Specifiek 128.121 119.250 8.871 Periode 31.436 12.352 19.084 Overig 1.149 1.048 101

Januari 2010 6

JAARRAPPORTAGE 2009

FOCUSGROEP BESTAAT UIT CIRCA 98% VAN DE MELDERS

TABEL 2. VEELMELDERS EN FOCUSGROEP

Melders Melders [%] Meldingen Meldingen [%] Veelmelders 101 1,91% 132.650 82,54% Focusgroep 5.174 98,09% 28.056 17,46%

TABEL 3. MELDERS GEBRUIKSJAAR 2009 TEN OPZICHTE VAN 2008

Gebruiksjaar Melders totale groep Melders focusgroep Veelmelders 2008 6.881 6.443 438 2009 5.275 5.174 101 verschil 23% afname 20% afname 77% afname

TABEL 4. AANTAL MELDINGEN PER JAAR

Aantal meldingen per jaar Melders In % Meldingen In % 10.000+ 1 0,02% 73.429 45,69% 5.001 ò 10.000 4 0,08% 22.953 14,28% 1.001 ò 5.000 5 0,09% 13.724 8,54% 251 ò 1.000 31 0,59% 13.655 8,50% 101 ò 250 60 1,14% 8.889 5,53% 51 ò 100 94 1,78% 6.620 4,12% 26 ò 50 137 2,60% 4.853 3,02% 11 ò 25 349 6,62% 5.706 3,55% 1 ò 10 4.594 87,09% 10.877 6,77% Totaal 5.275 100% 160.706 100%

Net als in de vorige jaarrapportage is een kleine groep veelmelders (in het gebruiksjaar 2009: 1,9%) verantwoordelijk voor het merendeel van de meldingen (82,5%). Veelmelders zijn personen, die per jaar meer dan 100 meldingen indienen.

Er is een sterke daling in het aantal veelmelders en veelmeldingen te constateren. Het aantal veelmelders nam met 77% af. Niet duidelijk is of dit komt door de invoering van het nieuwe registratiesysteem. Ook het aantal meldingen door veelmelders nam af. In het gebruiksjaar 2008 registreerden acht melders ieder meer dan 10.000 meldingen. In het gebruiksjaar 2009 was slechts ◊◊n melder verantwoordelijk voor meer dan 10.000 meldingen. Deze veelmelder diende gedurende het gebruiksjaar 2009 73.429 specifieke meldingen in. Dit is 57,5% van het totale aantal specifieke meldingen. Het merendeel van de meldingen van deze omwonende had betrekking op startend verkeer vanaf de Kaagbaan (24).

De meeste melders dienen 1 tot 10 meldingen per jaar in.

Januari 2010 7

JAARRAPPORTAGE 2009

BAANGEBRUIK 2008/2009 Ten opzichte van 2008 is het aantal vluchten in het gebruiksjaar 2009 met circa 9% afgenomen. Het baangebruik vertoont min of meer hetzelfde beeld als in 2008: de meeste vluchten worden uitgevoerd op de Kaagbaan en de Polderbaan. Opvallend is de stijging van het aantal starts vanaf de Polderbaan (36L) in 2009 ten opzichte van 2008. Dit is te verklaren door het experiment ten behoeve van de implementatie van nieuwe, vaste uitvliegroutes vanaf de Zwanenburgbaan (36C) in de periode van 13 maart 2008 tot 23 juni 2008 (maatregel 23). Tijdens dit experiment werd de Polderbaan (36L) tijdelijk minder gebruikt voor starts naar het noorden en de Zwanenburgbaan (36C) tijdelijk meer voor het verkrijgen van voldoende gegevens. Tijdens het gebruiksjaar 2009 is bij noordelijk baangebruik de Polderbaan weer als meest preferente baan ingezet.

FIGUUR 1. BANENSTELSEL SCHIPHOL

Januari 2010 8

JAARRAPPORTAGE 2009

FIGUUR 2. VLIEGTUIGBEWEGINGEN PER BAAN GEBRUIKSJAREN 2008 - 2009

Gebruiksjaar 2008 Gebruiksjaar 2009 100000

80000

60000

40000

Vliegtuigbewegingen 20000

0 04 22 06 24 09 27 18C 36C 18L 36R 18R 36L 04 22 06 24 09 27 18C 36C 18L 36R 18R 36L OB KB BB ZB AB PB OB KB BB ZB AB PB Landen Starten

OB= Oostbaan (04-22) ZB= Zwanenburgbaan (18C-36C) KB= Kaagbaan (06-24) AB= Aalsmeerbaan (18L-36R) BB= Buitenveldertbaan (09-27) PB= Polderbaan (18R-36L)

Januari 2010 9

JAARRAPPORTAGE 2009

4. MELDINGEN PER MAAND, VLIEGTUIGBEWEGING EN TIJDSTIP

FIGUUR 3. MELDERS, MELDINGEN EN VLIEGTUIGBEWEGINGEN PER MAAND

Meldingen - Specifiek Meldingen - Periode Meldingen - Overig Melders Vliegtuigbewegingen

4000 40000

3500 35000

3000 30000

2500 25000

2000 20000

1500 15000 1000 10000

meldingen Melders/ Vliegtuigbewegingen 500 5000 0 0 nov dec jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt

2008 2009

De grootste aantallen melders en meldingen in het gebruiksjaar 2009 werden geregistreerd gedurende de zomermaanden. Het aantal melders binnen de focusgroep was in de maand augustus 2009 twee keer zo hoog als in de maanden november tot en met maart 2009. Een vergelijkbaar verloop in het aantal periodemeldingen is te constateren in de periode juni t/m oktober en bij de specifieke meldingen in juli en augustus.

FIGUUR 4. MELDINGEN PER VLIEGTUIGBEWEGING (LANDINGEN)

Specifieke meldingen Periodemeldingen

0,35

0,3

0,25

0,2

0,15 0,1

0,05

0 36R 27 06 24 22 18R 18C 36C Landingsbanen

Januari 2010 10

JAARRAPPORTAGE 2009

FIGUUR 5. MELDINGEN PER VLIEGTUIGBEWEGING (STARTS)

Specifieke meldingen Periodemeldingen 0,5

0,45

0,4

0,35 0,3 0,25 0,2 0,15 0,1 0,05 0 18L 09 24 04 22 36L 18C 36C Startbanen

In figuren 4 en 5 wordt aangegeven welke banen relatief gezien de meeste meldingen per vliegtuigbeweging veroorzaken. Bij landingen is dat de Kaagbaan (24), gevolgd door de Oostbaan (22); bij starts de Oostbaan (04 en 22). De Kaagbaan (24) en de Oostbaan (22) worden weinig gebruikt voor landingen (zie figuur 2 in hoofdstuk 2). Dat gebeurt alleen bij harde zuiden- of zuidwesten wind. De naderingsroute vanuit het noordoosten naar deze banen loopt over het centrum van Amsterdam en zorgt meestal voor veel meldingen.

FIGUUR 6. SPECIFIEKE MELDINGEN OVER HET ETMAAL

Landing Start 1400

1200

1000

800

600

400

200

0 0-1 1-2 2-3 3-4 4-5 5-6 6-7 7-8 8-9 9-10 10-11 11-12 12-13 13-14 14-15 15-16 16-17 17-18 18-19 19-20 20-21 21-22 22-23 23-0

tijd, uren

Januari 2010 11

JAARRAPPORTAGE 2009

FIGUUR 7. PERIODEMELDINGEN OVER HET ETMAAL

Landing Start 3000

2500

2000

1500

1000

500

0 0-1 1-2 2-3 3-4 4-5 5-6 6-7 7-8 8-9 9-10 10-11 11-12 12-13 13-14 14-15 15-16 16-17 17-18 18-19 19-20 20-21 21-22 22-23 23-0

tijd, uren

In figuren 6 en 7 is te zien, over welke uren van de dag de meeste specifieke en periodemeldingen worden ingediend. Opvallend is een piek in het aantal specifieke meldingen in de periode van 21.00 ò 22.00 uur. Dat is tijdens de laatste startpiek van de dag. Deze specifieke meldingen waren voor een belangrijk deel uit de wijk Floriande in Hoofddorp afkomstig. De meeste periodemeldingen worden ingediend tussen 6.00 en 11.00 uur en tussen 19.00 en 23.00 uur. In de ochtenduren gaan de meeste periodemeldingen over landingen. Dan komt er veel intercontinentaal vliegverkeer binnen. Vanaf 9.00 uur zorgen de starts voor de meeste periodemeldingen. Over vluchten tijdens de nacht ò vooral tussen 0.00 en 4.00 uur - worden naar verhouding weinig meldingen ingediend.

Januari 2010 12

JAARRAPPORTAGE 2009

5. Hinderbeleving

In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de aard van de meldingen aan de hand van wat de focusgroep aan extra informatie heeft gegeven bij het indienen van hun periode- en specifieke meldingen. Per melding kunnen meerdere hinderaspecten worden aangegeven (bijvoorbeeld geluid ◊n angst). Daarom is het totaal aan meldingen over geluid, angst en vervuiling m◊◊r dan 100%. Bij öeerder waargenomenõ is het minder dan 100%, omdat deze categorie in het tweede kwartaal van het gebruiksjaar is gewijzigd.

TABEL 5. HINDERBELEVING FOCUSGROEP

# Specifieke % Specifieke # Periode % Periode meldingen meldingen meldingen meldingen Totaal aantal meldingen 8.859 - 18.917 - Geluid 8.736 98,6% 18.808 99,4% Angst 553 6,2% 588 3,1% Vervuiling 212 2,4% 586 3,1%

Geluid gesprek onderbroken 2.587 30% 4.981 26% tv niet verstaan 1.339 15% 1.976 11% wakker geworden 707 8% 1.372 7% slaapverstoring 1.346 15% 4.054 22% overig 2.757 32% 6.425 34% Subtotaal: 8.736 100% 18.808 100%

Angst onveilig gevoel 463 84% 438 74% paniek 39 7% 51 9% slaapverstoring 22 4% 52 9% overig 29 5% 47 8% Subtotaal: 553 100% 588 100%

Vervuiling gezondheidsklachten 65 31% 173 30% ramen deuren dicht 9 4% 24 4% stankoverlast 40 19% 81 14% zorgen over leefmilieu 79 37% 242 41% zwarte aanslag 10 5% 35 6% slootwater vervuiling 1 0% 1 0% overig 8 4% 30 5% Subtotaal: 212 100% 586 100%

Januari 2010 13

JAARRAPPORTAGE 2009

VERVOLG TABEL 5. HINDERBELEVING

# Specifieke % Specifieke # Periode % Periode meldingen meldingen meldingen meldingen Waar in huis 7.809 88% 17.151 91% in de tuin 769 9% 1.360 7% overig 281 3% 406 2% Subtotaal: 8.859 100% 18.917 100%

Eerder waargenomen zelden 1.117 13% 1.824 10% nooit 61 1% 30 0% dagelijks 2.824 32% 8.116 43% wekelijks 1.551 18% 3.037 16% maandelijks 519 6% 729 4% Subtotaal: 6.072 69% 13.736 73%

Bijzonderheden vliegtuig vloog te laag 4.305 49% vliegtuig nam een duidelijk afwijkende route 1.160 13% vliegtuig draaide verkort in 434 5% meerdere vliegtuigen dicht bij elkaar 249 3% vliegtuig lekte brandstof 6 0% geen 1.683 19% overig 1.022 12% Subtotaal: 8.859 100%

Oorzaak starten 2.604 29% 7.067 37% landen 1.952 22% 4.450 24% overvliegen 3.259 37% 5.630 30% grondgeluid * 23 0% 64 0% taxien 4 0% 2 0% proefdraaien 5 0% 10 0% oud toestel 34 0% 2 0% weet niet 634 7% 1.337 7% anders 344 4% 355 2% Subtotaal: 8.859 100% 18.917 100%

* Grondgeluid is sinds het 2e kwartaal van gebruiksjaar ú09 opgenomen in het huidige systeem

Verreweg de meeste periode- en specifieke meldingen hebben betrekking op geluidhinder. Deze ervaart men vooral in huis en vaak dagelijks of wekelijks. Van de periodemeldingen gaat ruim ◊◊n vijfde van de meldingen over slaapverstoring. Het aspect angst wordt meer genoemd sinds het ongeval met een Turkish Airlines vliegtuig nabij de Polderbaan op 25 februari 2009. Het merendeel van die angstmeldingen refereert aan een öonveilig gevoelõ. Hierop wordt nader ingegaan in hoofdstuk 6. Het aantal periodemeldingen over vervuiling is even hoog als over angst. Specifieke meldingen over vervuiling zijn er minder. Januari 2010 14

JAARRAPPORTAGE 2009

Bij circa de helft van de specifieke meldingen geven de melders een úbijzonderheidù aan. Dit kan zijn dat het vliegtuig naar hun mening te laag vloog, een duidelijk afwijkende route nam, verkort indraaide, brandstof lekte of dat men meerdere vliegtuigen dicht bij elkaar zag. Uit tabel 5 blijkt dat er vooral gemeld wordt dat een vliegtuig te laag vloog of een duidelijk afwijkende route nam. Bij periodemeldingen kan geen bijzonderheid worden aangegeven.

Melders kunnen ook aangeven, wat volgens hen de oorzaak van de door hen ondervonden hinder is. Bij de meeste specifieke meldingen wordt overvliegend verkeer als oorzaak genoemd. Bij de periodemeldingen vooral startend verkeer. Naast starten, landen en overvliegen spelen andere oorzaken een beperkte rol.

FIGUUR 8. OORZAAK HINDERBELEVING (SPECIFIEKE MELDINGEN)

eerste kwartaal tweede kwartaal derde kwartaal vierde kwartaal 1400

1200 1000

800 600

400

meldingen Specifieke 200 0

n d n e en ui en en el et rs rte nd g el xi ai st ni de ta la lie g ta ra oe t_ n s rv nd fd _t ee a ve ro oe ud w o g pr o

FIGUUR 9. OORZAAK HINDERBELEVING (PERIODEMELDINGEN)

eerste kwartaal tweede kwartaal derde kwartaal vierde kwartaal 3000

2500

2000

1500

1000

Periodemeldingen

500

0

l t en n en id en en te ie rs rt de g lu xi ai es n de ta n lie ge ta ra o t_ n s la rv d fd _t ee a ve on oe ud w o gr pr o

Januari 2010 15

JAARRAPPORTAGE 2009

In het derde en vierde kwartaal worden bij de periodemeldingen vooral östartenõ, en öovervliegenõ vaker als oorzaken genoemd dan in de eerste twee kwartalen. Bij de specifieke meldingen geldt dat vooral voor öovervliegenõ. Dat kan komen doordat de zomer in het derde kwartaal valt en er dan meer vluchten worden uitgevoerd. Daarnaast heeft de luchthaven Schiphol in het vierde kwartaal een stuurmaatregel genomen die er mogelijk ook toe heeft geleid dat melders östartenõ en öovervliegenõ als oorzaak hebben aangegeven.

STEEKWOORDENANALYSE Behalve direct aangeven wat voor en hoe men hinder heeft beleefd, kunnen melders sinds 1 november 2008 onder öOverigõ of öAndersõook andere opmerkingen plaatsen. Bij circa ◊◊n derde van de specifieke en periodemeldingen is dat gedaan. Dat heeft Bas in het gebruiksjaar 2009 een schat aan reacties opgeleverd die verder gaan dan het tijdstip of de periode van de ondervonden hinder.

Met adviesbureau To70 is bekeken, hoe het beste uit de vele duizenden opmerkingen die zijn gemaakt, bepaalde trends gehaald zouden kunnen worden. Er is voor gekozen om dit te doen door middel van een steekwoordenanalyse en daarbij te zoeken naar de meest voorkomende koppels van respectievelijk twee en drie woorden.

Uit onderzoek naar de tien meest voorkomende relevante koppels van twee woorden blijkt dat ö(te)veel lawaai/herrieõ en ö(te) laag overõ de meest gebruikte woordcombinaties vormen in de opmerkingen. ö(Te)veel lawaai/herrieõ heeft vanzelfsprekend betrekking op geluidoverlast van vliegtuigen. ö(te) laag overõ kan ook deels toe te schrijven zijn aan een gevoel van onveiligheid na het ongeval met het Turkish Airlines vliegtuig in februari 2009. In het tweede kwartaal was er namelijk een uitschieter in het koppel '(te) laag over' te zien. Bij het steekwoord geluidoverlast was er een explosieve stijging in de tweede helft van het gebruiksjaar te zien. Deze kan volgens Bas samenhangen met de drukke zomermaanden en met de stuurmaatregel.

Verder valt op dat mensen vaak aangeven dat zij vinden dat zij zich in perioden van rust en ontspanning gestoord voelen, bijvoorbeeld als ze in hun tuin zitten.

FIGUUR 10. STEEKWOORDENANALYSE PER KOPPEL VAN TWEE WOORDEN

400 350 300 250 200 150

100

50 0 r e e n i aag aan igen huis ge en) ov e dag g rst in ov en d te l a e b g te veel la v egtu ( hel i recht over liegtui iet v ier n el h nde vl vliegtui e ve eel lawaai/herrie g lles) v e (a (te) overvli

Januari 2010 16

JAARRAPPORTAGE 2009

FIGUUR 11. STEEKWOORDENANALYSE PER KOPPEL VAN DRIE WOORDEN

180 160 140 120

100

80 60 40 20 0

indetuin er geker van inde lucht

veelveelte

de(ge)hele dag alleshier boven

vliegen heel/teveellawaai

rustverstoord door

overdewijk/over ons huis (veel) te laag/zeer(veel)te laag/laag omdeminuut/om depaar minuten/aandelopende band laagovervliegende vliegtuigen

Uit de steekwoordenanalyse per koppel van drie woorden blijkt dat de meeste opmerkingen betrekking hebben op het frequent (om de (paar) minuten/ aan de lopende band, veel te veel) of (zeer) laag vliegen over de wijk of het huis.

ANALYSE VAN INFOVERZOEKEN Behalve opmerkingen maken, kunnen melders sinds 1 november 2008 met het nieuwe systeem ook elektronisch vragen stellen. Dat aantal neemt toe wat Bas als positief ervaart: van nog geen 50 in het eerste kwartaal van het gebruiksjaar tot 250 in het vierde kwartaal. Dat is bij 2,5% van alle meldingen.

FIGUUR 12. AANTAL INFORMATIEVERZOEKEN PER KWARTAAL

300

250

200

150 100

50

0 eerste kwartaal tweede kwartaal derde kwartaal vierde kwartaal

Januari 2010 17

JAARRAPPORTAGE 2009

De stijging van het aantal infoverzoeken in de loop van het gebruiksjaar komt overeen met de stijging van het aantal meldingen tijdens hetzelfde jaar. Ze vertonen een piek in het vierde kwartaal die kan samenhangen met de zomermaand augustus en de stuurmaatregel.

Opvallend is dat ruim een kwart van alle vragen meer een opmerking dan een vraag is, omdat er geen vragend voornaamwoord in staat.

Uit de steekwoordenanalyse per koppel van woorden van de infoverzoeken blijkt dat er vooral wordt gevraagd waarom een bepaalde baan wordt gebruikt.

FIGUUR 13. ANALYSE INFORMATIEVERZOEKEN (KOPPEL VAN TWEE WOORDEN) PER KWARTAAL

eerste kwartaal tweede kwartaal derde kwartaal vierde kwartaal 25

20

15

10

5

0

t n n n ht n is s r n rd a a aa ac aa ed ve va o ba ba b kl b om te o t w rt er ag n er ar s ag las m de e ka ee ld a og la ro el lsm e po w n ) aa nv a d e (te w te e a d ui d e b d

FIGUUR 14. ANALYSE INFORMATIEVERZOEKEN (KOPPEL VAN DRIE WOORDEN)

50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0

r is n jd en ag de an ijn n e/e hu a ti g d s a m aa d s ba te lie le t i gb p rb t on rt ts v he a aa o e rd r de aa g e) w k d e o ve el l laa (g e or lsm w /o nv de g/ e d o aa om jk e a d an tw e r wi it la v an d aa e bu er dt w d e ze r er t d g/ wo ov da aa is/ e l ) t el (ve

Januari 2010 18

JAARRAPPORTAGE 2009

SAMENVATTING HINDERBELEVING

• Bij circa ◊◊n derde van de specifieke en de periodemeldingen is er in het gebruiksjaar 2009 door de focusgroep aanvullend commentaar gegeven.

• In het commentaar worden vooral de gevolgen, de oorzaken en de locatie (in huis, in de tuin e.d.) benoemd.

• Geluidoverlast en herrie/lawaai zijn de meest voorkomende relevante steekwoorden in het commentaar.

• De ingediende vragen gaan vooral over het baangebruik.

In 2010 zal Bas bekijken of steekwoordenanalyses de beste methode zijn om aanvullend commentaar bij hindermeldingen te analyseren

Januari 2010 19

JAARRAPPORTAGE 2009

6. ANGSTMELDINGEN

Op 25 februari 2009 stortte een Boeing 737-800 van Turkish Airlines met 128 passagiers en zeven bemanningleden aan boord, bij de nadering van de Polderbaan neer in een weiland op 1,5 kilometer voor de baan. Bij dit ongeluk kwamen negen inzittenden om het leven, onder wie vier bemanningsleden, en raakten 83 passagiers en drie bemanningsleden gewond.

FIGUUR 15. ANGSTMELDINGEN

specifieke meldingen periodemeldingen 180 160 140 120 100 80

meldingen 60 40 20 0 nov dec jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt 2008 2009

Vanaf maart 2009 tot en met het einde van het gebruiksjaar werden duidelijk meer angstmeldingen geregistreerd dan in de maanden ervoor. Dat is volgens Bas het gevolg van het ongeluk met het vliegtuig van Turkish Airlines. Met name in de maand maart werden veel meldingen ingediend, maar ook in de zomermaanden. In oktober 2009 nam het aantal meldingen weer af en benaderde dit weer de maandelijkse aantallen van v‡‡r het ongeval met het Turkish Airlines vliegtuig.

Uit de aanvullende opmerkingen die melders bij het indienen van een angstmelding maken, komt naar voren dat omwonenden vooral angst ervaren door ◊◊n of meerdere laag overkomende vliegtuigen. Ook als een toestel een bocht boven een woonkern maakt, zorgt dat voor angstgevoelens.

Om een beeld te geven welke opmerkingen er bij de angstmeldingen zijn geplaatst, volgt hieronder een kleine selectie.

Een omwonende woonachtig ten zuiden van de Zwanenburgbaan (18C-36C) meldde op 2 maart 2009: úDeze landingsbaan (bedoeld wordt 36C, Bas) werd voorheen alleen ingezet bij extreme weersomstandigheden. Nu wordt deze baan meer en meer ingezet, maar bij een soortgelijke situatie als vorige week bij Turkish Airlines heeft de piloot geen enkele uitwijkmogelijkheid en zal deze in bewoond Aalsmeer of Rijsenhout neergaan. Dit geeft een zeer angstig gevoel als je de machines corrigerend over je dak hoort vliegen vanaf 04.00 ùs nachtsù.

Vanuit Aalsmeer werd op 26 april 2009 het volgende gemeld:úVliegtuig kwam aangevlogen over het zwembad van Aalsmeer om te landen op de Aalsmeerbaan. Het zwembad begon te trillen en iedereen stopte zijn gesprek en keek angstig om zich heen met als unaniem antwoord:õals deze kist de landingsbaan maar haaltõ! Allemaal mensen, die gewend zijn aan het geluid van de vliegtuigen, kregen er kippevel van. Dit was zeker niet normaal!ù

En deze reactie werd ingediend vanuit Nieuw-Vennep op 12 juli 2009: úIk maak mij zorgen over het feit dat een opstijgend vliegtuig deze draai zo boven een woonwijk (Getsewoud, Nieuw-Vennep) mag uitvoeren. Statistisch gezien gebeuren de meeste ongelukken tijdens landen en opstijgen. Waarom wordt een dergelijke draai na het opstijgen niet boven meer onbewoond gebied uitgevoerd?ù

Januari 2010 20

JAARRAPPORTAGE 2009

7. DAGEN/PERIODEN MET MEESTE MELDINGEN EN MELDERS

De meeste meldingen en melders op ◊◊n dag gedurende het gebruiksjaar 2009 hadden te maken met het gebruik van de Buitenveldertbaan (09-27). Op 3 september 2009 werd een record van 1.120 specifieke meldingen geregistreerd en op 29 juni 2009 215 periodemeldingen. Op die dag waren ook de meeste melders actief: 272. De meldingen zijn ingediend op dagen dat de Buitenveldertbaan (09-27) werd ingezet voor startend en/of landend verkeer.

TABEL 6. DAGEN MET MEESTE MELDINGEN EN MELDERS

Aantal specifieke Aantal periode Datum Datum Datum Aantal melders meldingen meldingen 03-09-2009 1.120 29-06-2009 215 29-06-2009 272 28-08-2009 1.006 28-06-2009 213 28-06-2009 256 10-07-2009 933 02-07-2009 201 02-07-2009 240

23-03-2009 913 01-07-2009 194 28-09-2009 220

29-08-2009 868 28-09-2009 191 01-07-2009 216

Op 29 juni 2009 was de Polderbaan in regulier onderhoud. Bovendien was er mist in de ochtend en in de middag wind uit het noordwesten, waardoor de Buitenveldertbaan moest worden gebruikt. Op 3 september werd de Buitenveldertbaan (27) tijdelijk in een úmixed modeù operatie gebruikt vanwege harde zuidwesten wind. Dit betekent dat deze baan toen zowel voor landend verkeer vanuit het oosten als startend verkeer in westelijke richting werd ingezet.

Bij de volgende condities kan de Buitenveldertbaan (09-27) gebruikt worden voor startend of landend verkeer:

Ñ Bij een windrichting uit voornamelijk oostelijke of westelijke richting in combinatie met een windkracht van circa 4 beaufort (ongeveer 15 knopen) of meer en uitschieters (vlagen) hoger dan 4 beaufort. Hierdoor is het naderen van of starten vanaf de Polderbaan en Zwanenburgbaan uit veiligheidsoverwegingen niet mogelijk; Ñ Bij zichtcondities (horizontaal) van minder dan vijf kilometer. Hierdoor is het parallel naderen van of parallel starten vanaf de Polderbaan en Zwanenburgbaan uit veiligheidsoverwegingen niet mogelijk; Ñ Als de wind van zuid naar noord draait en vice versa en er een wisseling van start- en landingsbanen plaatsvindt. In de periode dat de wind westelijk of oostelijk is, wordt dan de Buitenveldertbaan ingezet; Ñ Bij onderhoud aan ◊◊n van de andere banen op Schiphol; Ñ Tijdens buien in de omgeving van de luchthaven. Dan zijn er vaak windvlagen, wat kan resulteren in het gebruik van de Buitenveldertbaan, omdat deze wat zijwind betreft beter ligt. Ñ Tijdens winters weer (sneeuw en/of ijzel) kan de Buitenveldertbaan (09-27) ingezet worden. In dat geval wordt de Polderbaan vaak buiten gebruik gesteld en in plaats daarvan de Buitenveldertbaan of andere banen gebruikt.

In tabel 6 zijn de dagen te zien met de meeste meldingen en melders in het gebruiksjaar 2009. In alle gevallen ging het om de Buitenveldertbaan (09-27), behalve op 28 september. Toen waren er vanwege de stuurmaatregel veel periodemeldingen en melders over startend verkeer van de Aalsmeerbaan (18L).

Januari 2010 21

JAARRAPPORTAGE 2009

VEEL MELDINGEN IN DERDE KWARTAAL OVER KAAGBAAN In het derde kwartaal blijken ook veel meldingen te relateren te zijn aan het gebruik van de Kaagbaan (24). In die maanden is duidelijk meer vanaf de Kaagbaan (24) gestart dan in het eerste en tweede kwartaal van het gebruiksjaar 2009 (zie tabel 7). Dat komt niet alleen omdat er in de zomer meer vluchten zijn, maar ook omdat de wind gedurende de zomer van 2009 voornamelijk zuidelijk was. Daar komt bij dat door de afname van het vliegverkeer in 2009 er veel vaker tijdens de middaguren een ú1+1 baangebruikù is gehanteerd dan een ú2+1 baangebruikù. In plaats van de Kaagbaan (24) en de Aalsmeerbaan (18L) werd daarom veel vaker in de piekuren alleen de Kaagbaan (24) ingezet.

Hierdoor is in het derde kwartaal van de Kaagbaan vooral meer gevlogen in oostelijke en zuidelijke richting (de ARNEM, LEKKO en LOPIK vertrekroutes).

TABEL 7. STARTEN KAAGBAAN (24) GEBRUIKSJAAR 2009 IN VERGELIJKING MET GEBRUIKSJAAR 2008

Gebruiksjaar 2009 Starts 24, route ARN LEK LOP SPY VAL BER AND g◊◊n SID * Totaal: 1e kwartaal 4.832 3.236 367 2.178 4.311 4.126 1.820 59 20.929 2e kwartaal 4.930 3.313 301 1.587 3.562 3.679 1.593 53 19.018 3e kwartaal 7.202 4.294 649 1.882 3.769 4.429 1.849 58 24.132 4e kwartaal 6.627 3.855 513 2.041 3.916 4.227 1.842 64 23.085 Gebruiksjaar 2008 Starts 24, route ARN LEK LOP SPY VAL BER AND g◊◊n SID * Totaal: 1e kwartaal 4.962 3.350 558 3.147 5.132 5.094 1.469 84 23.796 2e kwartaal 6.141 3.908 579 2.261 4.626 5.019 1.939 93 24.566 3e kwartaal 5.988 3.396 497 1.960 3.927 4.230 1.563 69 21.630 4e kwartaal 8.462 4.622 604 3.276 5.805 6.010 2.419 107 31.305

* úg◊◊n SIDù betekent dat er geen úStandard Instrument Departureù ofwel standaard vertrekroute is gevlogen, omdat er een andere koersinstructie is gegeven door de luchtverkeersleiding (LVNL).

MEER ZUIDELIJKE WIND IN JUNI,JULI EN AUGUSTUS 2009 DAN IN VOORGAANDE JAREN In tabel 8 is de procentuele toename van de zuidelijke wind in de zomermaanden juni, juli en augustus 2009 weergegeven ten opzichte van de gemiddelden van 1971 t/m 2008. In die maanden is ook een piek te zien in het aantal meldingen vanuit plaatsen ten zuiden van Schiphol (gele gebied in figuur 16 op de volgende pagina). Deze hangt duidelijk samen met het hoge zuidelijke baangebruik.

TABEL 8. ZUIDELIJKE WIND

Zuidelijke wind in maanden juni,juli en augustus 1971 t/m 2008 2009 57,7% 64,9%

Januari 2010 22

JAARRAPPORTAGE 2009

FIGUUR 16. MELDINGEN UIT GEBIED TEN ZUIDEN VAN SCHIPHOL

Periodemeldingen 1400 Specifieke meldingen 1200

1000 800

600

400 200

0 nov dec jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt

2007 2008

FIGUUR 17. AANTAL STARTS VANAF DE KAAGBAAN (24) VERSUS AALSMEERBAAN (18L)

Kaagbaan (24) Aalsmeerbaan (18L) 14000 12000

10000 8000

6000 aantal starts aantal 4000

2000 0 nov dec jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt

2008 2009

Ook bovenstaande figuur maakt duidelijk dat de Kaagbaan (24) in de zomermaanden veel meer voor starts is gebruikt en de Aalsmeerbaan (18L) vooral in juni juist minder.

Januari 2010 23

JAARRAPPORTAGE 2009

8. VLUCHTEN MET MEESTE MELDERS

TABEL 9. VLUCHTEN MET MEESTE MELDERS

Datum/tijd Melders Type Route Baan Bestemming 1 24-08-2009 21:32 17 B747 Spijkerboor 24 Hong Kong 2 24-08-2009 21:36 17 B747 Spijkerboor 24 Shanghai 3 05-06-2009 17:04 17 B747 Landing 06 Amsterdam 4 31-08-2009 21:33 14 B747 Spijkerboor 24 Hong Kong 5 06-09-2009 21:37 14 B747 Spijkerboor 24 Hong Kong

Het hoogste aantal melders van specifieke meldingen over ◊◊n bepaalde vlucht, heeft in het gebruiksjaar 2009 meldingen ingediend over startend verkeer vanaf de Kaagbaan (24) dat úde Spijkerboorrouteù volgt. Dat is een vertrekroute tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep richting het noordoosten. De route wordt voornamelijk gebruikt door verkeer naar Scandinavi⁄ en het Verre Oosten.

Opvallend is verder dat verreweg de meeste specifieke meldingen betrekking hebben op vliegbewegingen in de periode van 21.00 tot 22.00 uur (zie figuur 6 in hoofdstuk 3). Dit is tijdens de laatste startpiek. De meeste meldingen hebben betrekking op de vliegtuigtypes Boeing 747 en Boeing 777, vliegtuigen die overwegend worden ingezet voor intercontinentaal verkeer. In de top 5 met meeste melders staan alleen Boeing 747ùs.

De landing op de Kaagbaan (06) op 5 juni 2009, die voor 17 melders aanleiding was een melding in te dienen, had eveneens betrekking op een Boeing 747.

Januari 2010 24

JAARRAPPORTAGE 2009

9. PLAATSEN MET MEESTE MELDERS

Evenals in 2008 waren Amsterdam, Hoofddorp en Amstelveen in het gebruiksjaar 2009 de plaatsen met de meeste melders. Het aantal melders uit Amsterdam is wel sterk teruggelopen: van 2.005 in het gebruiksjaar 2008 naar 818 in 2009. Dat heeft waarschijnlijk te maken met het experiment met betrekking tot de invoering van nieuwe, vaste uitvliegroutes vanaf de Zwanenburgbaan (36C) dat in het gebruiksjaar 2008 is gehouden en dat toen voor een piek in het aantal meldingen vanuit vooral Amsterdam zorgde (zie ook hoofdstuk 10). Ten opzichte van 2008 is het aantal melders vanuit Hoofddorp met bijna 100 toegenomen. Dat is mogelijk te verklaren door de proef met een vaste bochtstraal voor de route tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep (CROS pilot 3b) die ook in 2008 al leidde tot veel meldingen en melders uit de wijk Floriande van Hoofddorp (zie ook hoofdstuk 10). Ook in Uithoorn en Aalsmeer is het aantal melders gestegen; vooral in de periode tijdens en na de stuurmaatregel (zie ook hoofdstuk 11). Daarentegen is het aantal melders uit Amstelveen en Castricum gedaald.

TABEL 10. AANTAL MELDERS GEBRUIKSJAAR 2009/ 2008 PER PLAATS

Gebruiksjaar 2009 Gebruiksjaar2008 Aantal melders per plaats Aantal melders per plaats # Woonplaats Melders Woonplaats Melders 1 AMSTERDAM 818 AMSTERDAM 2005 2 HOOFDDORP 454 AMSTELVEEN 455 3 AMSTELVEEN 407 HOOFDDORP 356 4 UITHOORN 235 CASTRICUM 234 5 AALSMEER 231 UITHOORN 214 6 HAARLEM 139 AALSMEER 208 7 NIEUW VENNEP 134 200 8 CASTRICUM 120 SPAARNDAM 175 9 OEGSTGEEST 103 HAARLEM 174 10 HILVERSUM 98 153 11 SPAARNDAM 93 ALMERE 121 12 ALMERE 82 LANDSMEER 120 13 BADHOEVEDORP 77 OEGSTGEEST 100 14 ZWANENBURG 73 ZAANDAM 83 15 LEIDEN 73 HEILOO 81 16 LEIMUIDEN 60 NIEUW VENNEP 76 17 HEEMSTEDE 58 KROMMENIE 74 18 54 LEIDEN 74 19 KROMMENIE 53 ASSENDELFT 69 20 DE KWAKEL 51 VELSERBROEK 59 21 HEILOO 48 HALFWEG 59 22 LANDSMEER 43 UITGEEST 57 23 VELSERBROEK 43 OOSTZAAN 55 24 LISSE 42 ALKMAAR 55 25 ASSENDELFT 40 VOORHOUT 53

Januari 2010 25

JAARRAPPORTAGE 2009

10. HINDERBEPERKENDE MAATREGELEN

In het gebruiksjaar 2009 zijn net als het jaar erv‡‡r (experimenten met) hinderbeperkende maatregelen uitgevoerd die zijn afgesproken aan de úTafel van Aldersù. In dit hoofdstuk wordt bekeken welke mogelijke invloed bepaalde hinderbeperkende maatregelen in het gebruiksjaar 2009 hebben gehad op het aantal meldingen en melders.

NOG STEEDS VEEL MELDERS VANWEGE CROS PILOT 3B (VASTE BOCHTSTRAAL) Op 22 november 2007 werd een proef gestart met een hinderbeperkende maatregel voor de bocht tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep (CROS pilot 3b). Sinds die datum vliegen alle Boeing 737 vliegtuigen van KLM die starten van de Kaagbaan (24) en de úSpijkerboorrouteù naar het noordoosten volgen, deze bocht veel nauwkeuriger, volgens een zogenoemde vaste bochtstraal. Dit betreft ongeveer 30% van alle vluchten op deze route. Een voordeel van het vliegen volgens een vaste bochtstraal is, dat er minder spreiding is in het vliegverkeer boven een bepaald gebied; in dit geval het gebied tussen Hoofddorp en Nieuw- Vennep. De invoering van de proef was waarschijnlijk mede de oorzaak van een toename van het aantal melders vanuit de wijk Floriande in Hoofddorp en een daling in het centrum van Hoofddorp en in een groot deel van Nieuw-Vennep in het gebruiksjaar 2008.

Uit figuur 18 en 19 is op te maken, dat deze trend zich in het gebruiksjaar 2009 heeft voortgezet, ondanks het feit dat er in 2009 minder is gevlogen via de úSpijkerboorrouteù (zie tabel 7 in hoofdstuk 7). Ten opzichte van de eerste ruim 11 maanden na de start van de proef is in de daaropvolgende ruim elf maanden het aantal melders vanuit de wijk Floriande verder toegenomen. In delen van Nieuw-Vennep nam het ook toe. De publiciteit rond deze pilot heeft mogelijk bijgedragen tot deze toename.

In juli heeft de Commissie Regionaal Overleg luchthaven Schiphol (CROS), na een evaluatie, positief geadviseerd over de definitieve invoering van deze en zes andere hinderbeperkende maatregelen. Dit advies is vervolgens door het kabinet opgenomen in een wijziging van het Luchthavenverkeerbesluit (LVB), waarop van 3 september tot 10 oktober 2009 inspraak mogelijk was. Naar verwachting zal de maatregel begin 2010, na advies van de Raad van State, in de wet worden opgenomen.

Wel is aan de úTafel van Aldersù en in het advies van de CROS afgesproken dat nog gekeken zal worden naar een optimalisatie van de vaste bochtstraal tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep, waardoor deze iets meer om Floriande heen zou komen te liggen. Verder zullen vanaf 2010 geleidelijk aan ook andere vliegtuigen van KLM en daarna van andere maatschappijen de vaste bochtstraal gaan vliegen. Ook voor de uitvliegroute naar het oosten vanaf de Aalsmeerbaan (18L) bestaan plannen om een proef te starten met een vaste bochtstraal. Die heeft als doel om minder over de bebouwing van Aalsmeer en Uithoorn te vliegen.

Januari 2010 26

JAARRAPPORTAGE 2009

FIGUUR 18. START EXPERIMENT CROS PILOT 3B

Start experiment

13/12/2006 22/11/2007 31/10/2008 9/10/2009

FIGUUR 19. CROS PILOT 3B TOE- EN AFNAME MELDERS, VOOR EN TIJDENS HET EXPERIMENT

Januari 2010 27

JAARRAPPORTAGE 2009

MINDER MELDERS OVER STARTEN ZWANENBURGBAAN

FIGUUR 20. MELDERS UIT GEBIED TEN NOORDOOSTEN VAN DE ZWANENBURGBAAN (36C)

250

200

150

100

50

0 nov dec jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt 2007 2008 2009

gebruiksjaar 2008 gebruiksjaar 2009

Tijdens het gebruiksjaar 2008 was er een proef voor de invoering van nieuwe, vaste uitvliegroutes vanaf de Zwanenburgbaan (36C) van kracht (maatregel 23). In de periode van 13 maart 2008 tot 23 juni 2008 werd voor deze proef, bedoeld om in de toekomst minder hinder te veroorzaken, de Zwanenburgbaan (36C) meer gebruikt voor starts op momenten dat anders de Polderbaan (36L) zou worden gebruikt. Dit verklaart het hoge aantal melders uit het gebied ten noordoosten van de Zwanenburgbaan (gele gebied) gedurende dat jaar. Tijdens het gebruiksjaar 2009 is het aantal melders weer teruggekeerd naar het niveau van v‡‡r het experiment (zie figuur 20).

Januari 2010 28

JAARRAPPORTAGE 2009

BEWONERS RIJSENHOUT MELDEN MEER OVERLAST VAN VLIEGVERKEER

FIGUUR 21. ARNHEM VERTREKROUTE VANAF DE KAAGBAAN (24) TER HOOGTE VAN RIJSENHOUT

Dankzij een andere hinderbeperkende maatregel wordt sinds juni 2007 door vliegtuigen die vanaf de Kaagbaan (24) in zuidwestelijke richting starten en daarna naar het oosten afbuigen, een iets ruimere bocht om Rijsenhout gevlogen. Tevens is er minder spreiding in de bocht en wordt de standaard vertrekroute (het oranje lijntje op de kaart) binnen de luchtverkeerweg geconcentreerder gevolgd. Zowel het middelzware als het zware vliegverkeer maken nu iets zuidelijker ten opzichte van Rijsenhout een bocht in oostelijke richting. Per saldo betekent deze maatregel een verlichting voor de inwoners van Rijsenhout. Dat blijkt ook uit een mini-enquŸte die LVNL in 2009 heeft gehouden. Sommige inwoners uit Rijsenhout gaven echter tijdens een bewonersbijeenkomst in Rijsenhout op 26 augustus 2009 aan dat zij, na eerdere positieve ervaringen met de geoptimaliseerde route, in de zomermaanden weer meer hinder ondervonden. Ook een aantal inwoners uit en Kudelstaart meldde meer overlast te ervaren.

Sommige bewoners signaleerden in juli en augustus ook meer vliegverkeer buiten de luchtverkeerweg over en nabij Rijsenhout. Zij doelden op vliegtuigen die eerder van de vaste vertrekroute afweken dan gebruikelijk.

Een belangrijke oorzaak hiervoor kan het gestegen gebruik van de Kaagbaan (24) als startbaan zijn geweest in de maanden juli en augustus 2009 ten opzichte van juni 2009 als gevolg van de overwegend zuidelijke wind in die maanden (zie hoofdstuk 7). Het aantal starts vanaf de Kaagbaan (24) was bijvoorbeeld in juli 2009 135% hoger dan in juni 2009. In absolute getallen: in juni 2009 waren er 5.102 starts, in de daaropvolgende maand 11.996 en in augustus 2009 11.900.

Mede hierdoor was het aantal vluchten in een cirkel van ◊◊n km. ten noorden van de uitvliegroute vanaf de Kaagbaan (zie figuur 21) in juli 2009 90% hoger dan in juni 2009. In juni 2009 was het totale aantal vliegbewegingen binnen deze cirkel 109, in juli en augustus respectievelijk 207 en 217. Het merendeel daarvan waren overigens vluchten van propellervliegtuigen, die buiten de luchtverkeerweg mogen vliegen: 131 van de 207 in juli.

Januari 2010 29

JAARRAPPORTAGE 2009

GESTAGE AFNAME MEEST LAWAAIIGE TOESTELLEN Aan de úTafel van Aldersù zijn in 2007 afspraken gemaakt over het door Amsterdam Airport Schiphol te voeren selectiviteitsbeleid. Naar aanleiding daarvan heeft Amsterdam Airport Schiphol per 1 november 2007 haar tarieven verder gedifferentieerd. De tariefsdifferentiatie is vooral gericht op het ontmoedigen van lawaaiige vliegtuigen en nachtvluchten. Hierbij is de hoeveelheid geluid die het specifieke vliegtuig produceert bepalend voor de hoogte van het tarief. Om het gebruik van stillere vliegtuigen te stimuleren heeft Amsterdam Airport Schiphol de start- en landingsgelden voor de meest lawaaiige toestellen (zoals de DC-10, B747-200 en B747-300) op Schiphol verhoogd. Deze vliegtuigtypes worden aangeduid als öOnderkant Hoofdstuk 3õ (in het Engels: Marginal Compliant Chapter 3, MCC3). Voor geluidarmere toestellen zijn de tarieven daarentegen verlaagd. Bovendien zijn de tarieven voor starts tussen 23.00 en 6.00 uur verhoogd om het nachtelijke gebruik van de luchthaven Schiphol zoveel mogelijk te ontmoedigen.

De meest lawaaiige toestellen betalen sinds 1 november overdag 140 procent van het basistarief; de meest geluidarme 85 procent van het basistarief. Het tarief voor startend verkeer in de nacht is per 1 november 2007 verhoogd tot 150 procent van het dagtarief. Daarnaast zijn de start- en landingsgelden voor öOnderkant Hoofdstuk 3 vliegtuigenõ in de nacht met nog eens 50 procent extra verhoogd.

FIGUUR 22. TARIEF STARTEND VERKEER

Tarief startend verkeer MCC3 Cat. A Cat. B Cat. C 350%

300%

250%

200%

150%

100%

50%

0:00 1:00 2:00 3:00 4:00 5:00 6:00 7:00 8:00 9:00 10:00 11:00 12:00 13:00 14:00 15:00 16:00 17:00 18:00 19:00 20:00 21:00 22:00 23:00

Hoe wordt de indeling naar geluidscategorie bepaald?

Elk individueel toestel beschikt over een geluidcertificaat, waarin de geluidsproductie van het toestel is vastgelegd. Dit certificaat is afgegeven door een offici⁄le instantie op basis van geluidsmetingen. Het geluidcertificaat is bepalend voor de indeling.

Cat. B is het basistarief, MCC3 zijn de meest lawaaiige toestellen.

EFFECT De verdere differentiatie van de tarieven sorteert effect: er is een duidelijke afname van de meest lawaaiige toestellen in de nacht te constateren en er zijn maatschappijen met lawaaiige vliegtuigen die Schiphol sindsdien mijden, zoals ElAl Cargo dat met haar vrachtvluchten naar Luik is gegaan.

Januari 2010 30

JAARRAPPORTAGE 2009

FIGUUR 24. AANTAL STARTS EN LANDINGEN MEEST LAWAAIIGE VLIEGTUIGEN OP SCHIPHOL

Nacht en vroege ochtend (23 tot 7 uur) Dag (7 tot 23 uur) Totaal 7.000

6.000

5.000

4.000

3.000

2.000

1.000

0

2006 2007 2008 2009 Gebruiksjaar (1 nov t/m 31 okt)

Te zien is dat de öOnderkant Hoofdstuk 3 toestellenõ in de nacht en vroege ochtend vrijwel verdwenen zijn. Ook de aantallen overdag dalen gestaag. Verwacht wordt dat na 2012 dit type vliegtuigen nauwelijks meer op Schiphol voorkomt.

De uitschieters in geluidniveaus zullen daarmee afnemen, vooral in de nacht. Daarnaast zal de gemiddelde geluidbelasting per vliegtuigbeweging rond Schiphol afnemen. Wel moet hierbij aangetekend worden dat het totale aantal vluchten op Schiphol in 2009 aanzienlijk is gedaald. Het is afwachten hoe het aantal öOnderkant Hoofdstuk 3 vliegtuigenõ zich zal ontwikkelen als het totale aantal vluchten weer toeneemt.

Januari 2010 31

JAARRAPPORTAGE 2009

11. STUURMAATREGEL

Begin september 2009 werd het Amsterdam Airport Schiphol duidelijk dat er een re⁄le kans was dat de grenswaarden in twee van de 35 handhavingspunten voor geluid rond Schiphol zouden worden overschreden. Het ging om handhavingspunt 32 en 33 ten zuidwesten van de Kaagbaan. Om een overschrijding van de grenswaarden in deze handhavingspunten te voorkomen, zette Amsterdam Airport Schiphol op 24 september na overleg met andere partijen binnen de luchtvaartsector een stuurmaatregel in. Gedurende een aantal dagen werd de Kaagbaan (24) tussen 6.00 en 23.00 uur in principe niet ingezet als startbaan. In plaats daarvan werd de Aalsmeerbaan (18L) ingezet voor startend verkeer in zuidelijke richting, in piekuren samen met de Zwanenburgbaan (18C).

OORZAKEN De oorzaak van de dreigende overschrijding was een combinatie van factoren. Doordat er in het gebruiksjaar 2009 circa 9% minder vluchten van en naar Schiphol waren, was het mogelijk om tijdens piekuren het startende verkeer vaker op ◊◊n in plaats van twee startbanen af te handelen. Daardoor was het op de Kaagbaan (24) iets drukker, maar hoefde de Aalsmeerbaan (18L) in de piekuren minder vaak als tweede startbaan te worden ingezet. Dit zorgde wel voor een zwaardere belasting van de grenswaarden in de handhavingspunten ten zuiden van de Kaagbaan. Verder was de windrichting in de maanden juli en augustus erg vaak zuidelijk, waardoor gedurende meer dan 90% van de tijd de Kaagbaan (24) als startbaan moest worden gebruikt. Als gevolg van beide factoren voelde Amsterdam Airport Schiphol zich gedwongen een stuurmaatregel te nemen die pas op de dag dat hij inging, werd bekend gemaakt.

De maatregel leidde - mogelijk mede vanwege het late moment van bekendmaking - tot veel meldingen uit gebieden die onder de uitvliegroutes van de Aalsmeerbaan (18L) en Zwanenburgbaan (18C) liggen. Het aantal periodemeldingen en het aantal melders van overlast nam in de twee weken nadat de maatregel was ingaan, sterk toe (zie figuur 24 en 25). Onder de melders waren veel mensen die nooit eerder meldingen over geluid hadden ingediend.

FIGUUR 24. PERIODEMELDINGEN PER WEEK OVER DE 18L & 18C

Aalsmeerbaan (18L) Zwanenburgbaan (18C) 7000

6000

5000

4000

3000

meldingen Aantal 2000

1000

0 444546474849505152 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1011 121314 1516 1718192021 222324 2526 2728 2930 313233 343536 3738 3940 414243 44 nov dec jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt 2008 2009

Januari 2010 32

JAARRAPPORTAGE 2009

FIGUUR 25. MELDERS PER WEEK OVER DE 18L & 18C

Aalsmeerbaan (18L) Zwanenburgbaan (18C) 350

300

250

200

150

Aantal melders Aantal 100

50

0 44454647484950 5152 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 1213 14 15 16 17 18 1920 21 22 2324 25 26 27 28 29 30 3132 3334 35 36 37 38 39 40 4142 43 44

nov dec jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt

2008 2009

GEEN OVERSCHRIJDINGEN Aanvankelijk dacht Amsterdam Airport Schiphol dat de stuurmaatregel vanaf 24 september tot het eind van het gebruiksjaar (31 oktober) van kracht zou moeten zijn. Maar vanwege de gunstige ontwikkeling van de grenswaarden in de handhavingspunten 32 en 33 kon de maatregel op 3 oktober 2009 weer worden opgeheven.

Januari 2010 33

JAARRAPPORTAGE 2009

12. GRONDGELUID

Bewoners van vooral Hoofddorp-Noord hebben sinds de opening van de Polderbaan hinder van grondgeluid: laagfrequent geluid veroorzaakt door startende vliegtuigen. In het gebruiksjaar 2009 werden 5.206 periode- en 228 specifieke meldingen ingediend over grondgeluid van de Polderbaan (36L) door 181 personen; de meesten uit Hoofddorp.

Hoewel daartoe niet wettelijk verplicht, onderzoekt Amsterdam Airport Schiphol mogelijkheden om het grondgeluid van de Polderbaan (36L) te reduceren. De luchthaven organiseerde onder meer een ontwerpwedstrijd onder de noemer úCreate a Barrier of Silenceù. Toine van Goethem won in januari 2009 de eerste prijs met zijn ontwerp voor de úEcobarrierù, een inklapbare geluidwal naast de Polderbaan van 2.000 meter lang en 14 meter hoog.

In 2009 liet Amsterdam Airport Schiphol onderzoeken of het mogelijk was de Ecobarrier ook daadwerkelijk te realiseren. Na een eerste onderzoek van TNO werd de Universiteit van Gent gevraagd om een second opinion. TNO deed verder onderzoek naar geschikte akoestische materialen en voerde testen uit met behulp van een schaalmodel. De onderzoeken bevestigen dat de stap van ontwerp naar realisatie complex is. De geluidwal moet onder alle weersomstandigheden te gebruiken zijn. Voor de luchtverkeersleiding moet hij operationeel toepasbaar zijn en de luchtvaartinspectie moet positief oordelen over de veiligheidsaspecten. Een haalbaarheidsonderzoek is gestart waarvan de uitkomsten in februari 2010 worden verwacht. Dan worden ook de uitkomsten verwacht van verder onderzoek naar de veiligheid.

TABEL 11. GRONDGELUID GEKOPPELD AAN STARTEN POLDERBAAN (36L)

Periodemeldingen Specifieke meldingen Totaal aantal melders 5.206 228 181

Top 5 plaatsen met melders Woonplaats melders HOOFDDORP 78 AMSTERDAM 20 HAARLEM 17 16 13

Januari 2010 34

JAARRAPPORTAGE 2009

13. ANTWOORD OP VEELGESTELDE VRAGEN

In dit hoofdstuk geven het ministerie van Verkeer en Waterstaat, Amsterdam Airport Schiphol en Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) antwoord op een aantal veel gestelde vragen. Onder meer over wat het beleid (van de overheid) met betrekking tot nachtvluchten op Schiphol is; of en zo ja, wanneer het geluidsisolatieprogramma rond Schiphol nog wordt aangepast; wat de stand van zaken is van de afspraken aan de Tafel van Alders; waarom de daalhoek van vliegtuigen niet kan worden vergroot; waarom er soms meetvluchten moeten worden uitgevoerd, en waarom vanwege andere tests soms geen geluidarme nachtnaderingen kunnen worden uitgevoerd?

WAAROM KAN DE DAALHOEK VAN VLIEGTUIGEN NIET HOGER? Door de internationale burgerluchtvaartorganisatie ICAO (International Civil Aviation Organization) is een internationaal aanbevolen daalhoek van 3 graden vastgesteld, als de meest optimale daalhoek. Met deze daalhoek kan ieder vliegtuig een veilige nadering uitvoeren.

Wanneer de daalhoek vergroot zou worden, zouden vliegtuigen iets langer hoger in de lucht vliegen en dichter bij het vliegveld dalen.

Veel vliegtuigen zijn echter niet gecertificeerd en geschikt om een grotere daalhoek te vliegen. Daarbij komt dat steiler aanvliegen gewoonlijk meer geluid veroorzaakt, doordat er meer weerstand langs de romp van het vliegtuig ontstaat.

WORDT HET GELUIDSISOLATIEPROGRAMMA SCHIPHOL NOG AANGEPAST? Om overlast van vliegtuiggeluid en de gevolgen hiervan voor de leefomgeving te beperken, worden geluidsgevoelige objecten (zoals huizen en scholen) gefisoleerd. Daarvoor wordt er een geluidsisolatieprogramma uitgevoerd rond Schiphol (GIS). Het isoleren van geluidsgevoelige gebouwen loopt al sinds 1983 en wordt in drie fasen uitgevoerd. Het streven is om de derde fase van het GIS programma medio 2011 af te ronden. De kosten van geluidsisolatie worden voor verreweg het grootste deel opgebracht door de luchtvaartmaatschappijen. Zij berekenen de kosten door in de ticketprijs. Schiphol heeft, in vergelijking tot andere Europese hub-luchthavens, veruit het grootste isolatieprogramma.

Om de isolatie nog beter te laten aansluiten bij de wensen van de bewoners wordt in het kader van de úAldersafsprakenù onderzocht of er nog verbeteringen mogelijk zijn in het isolatieprogramma. Voor het huidige isolatieprogramma (GIS-3) gaat dat niet meer, omdat dit programma bijna is afgerond. Hiervoor geldt dus dat verbeteringen aan de orde zijn, wanneer een nieuw isolatieprogramma van start gaat. Dit is op zijn vroegst het geval bij de implementatie van het nieuwe normen- en handhavingstelsel in 2012. Dan wordt gekeken of het isolatieprogramma aanpassing behoeft.

WAT IS HET BELEID MET BETREKKING TOT NACHTVLUCHTEN? Voor Schiphol is de periode tussen 23.00 uur en 6.00 uur als nacht aangemerkt. Vluchten van en naar Schiphol zijn in die periode toegestaan. Voor Schiphol geldt namelijk geen nachtsluiting. Omdat nachtelijke vluchten hinder met zich mee brengen zijn er door het Rijk wel regels gesteld om de geluidproductie en hinder in de nacht te beperken. ùs Nachts zijn in principe slechts twee banen beschikbaar: de Polderbaan en de Kaagbaan, omdat daarmee over relatief de minst bevolkte gebieden in de omgeving van Schiphol wordt gevlogen en dus het aantal mensen dat gehinderd wordt het laagst is. Verder gelden in de nacht geluidarmere vliegprocedures (bijvoorbeeld glijvluchtnaderingen), hogere aanvliegroutes en speciale nachtelijke vertrekroutes om de hinder te verminderen.

Daarnaast is in 2008 in het úAldersadviesù over de ontwikkeling van Schiphol en regio voor de middellange termijn afgesproken dat het aantal vluchten dat Schiphol in de nacht en vroege ochtend (23.00 ò 7.00 uur) mag uitvoeren vanaf 2012 zal zijn beperkt tot maximaal 32.000. Ook wordt beleid gevoerd door de luchthaven om stap-voor-stap de meest lawaaiige vliegtuigen te ontmoedigen en niet meer toe te laten op Schiphol, te beginnen in de nacht (zie hoofdstuk 10).

Januari 2010 35

JAARRAPPORTAGE 2009

Verder is in het kader van de hinderbeperkende maatregelen sinds 13 maart 2008 een tijdelijk experiment van kracht getiteld ömaatregel verlenging nachtelijke vertrek- en naderings- procedures tot 6.30 uur ö. Deze hinderbeperkende maatregel houdt in dat de procedures die ùs nachts worden toegepast bij naderingen of vertrek van de Polderbaan en de Kaagbaan langer worden toegepast, namelijk tot 6.30 uur in plaats van tot 6.00 uur. Hiermee wordt beoogd dat het aantal slaapverstoorden en het aantal ernstig gehinderden per saldo afneemt. Deze maatregel loopt tot 31 oktober 2010.

In 2010 wordt een alternatieve maatregel ontwikkeld die een gelijksoortige hinderbeperkende werking heeft en de huidige maatregel zal vervangen.

Voor meer informatie over het Convenant hinderbeperking kan de website van het ministerie van V&W www.verkeerenwaterstaat.nl, www.bezoekbas.nl of www.alderstafel.nl geraadpleegd worden.

WAT IS DE STAND VAN ZAKEN úTAFEL VAN ALDERSù? 2009 was een belangrijk jaar voor de Alderstafel. Met de bekrachtiging van het úAldersakkoordù voor de middellange termijn in de Tweede Kamer in februari, het in mei vastgestelde werkplan en de hernieuwde deelname van de Vereniging Gezamenlijke Platforms is een basis gelegd om het Aldersakkoord uit te voeren.

De plenaire Alderstafel is in 2009 twee keer bijeen geweest. In januari om het werkplan te bespreken en in juni over het nieuwe stelsel en de algemene voortgang. Onder meer in oktober en november zijn gesprekken gevoerd met de afzonderlijke delegaties over het nieuwe normen- en handhavingstelsel. In het voorjaar is de informatievoorziening over het advies en de convenanten afgerond met bijeenkomsten in de gemeente , Amsterdam, Zaanstad, Nieuwkoop en Lisse (ten behoeve van de Bollenstreek). Op 29 september was er in Hoofddorp een informatieavond voor bewonersvertegenwoordigers over de uitwerking van het advies.

In 2009 zijn ook met de uitvoering van de afspraken van het Aldersakkoord tastbare resultaten bereikt. Zo zijn er via het experimenteerartikel in de Wet luchtvaart in 2008 en 2009 negen hinderbeperkende maatregelen getest, waarvan er naar verwachting in 2010 zeven definitief worden vastgelegd in het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol (LVB).

De Alderstafel brengt een eigen jaarverslag uit waarin een uitgebreid overzicht wordt gegeven van de stappen die afgelopen jaar zijn gezet.

Voor meer informatie kan de website van de úTafel van Aldersù (www.alderstafel.nl) of Bas (www.bezoekbas.nl) geraadpleegd worden.

Januari 2010 36

JAARRAPPORTAGE 2009

WAAROM MOETEN MEETVLUCHTEN WORDEN UITGEVOERD? Luchtverkeersleiding Nederland ò LVNL - voert regelmatig meetvluchten uit. Meetvluchten zijn wettelijk voorgeschreven om navigatieapparatuur, bijvoorbeeld het Instrument Landing systeem (ILS) te ijken. Dit gebeurt met een speciaal meetvliegtuig. Meetvluchten moeten regelmatig voor iedere baan worden uitgevoerd, zodat de banen onder alle zichtomstandigheden volledig bruikbaar blijven. Meetvluchten worden periodiek, twee keer per jaar per baan uitgevoerd. Bij storingen en het plaatsen van nieuwbouw worden extra meetvluchten uitgevoerd.

FIGUUR 26. ZENDERS INSTRUMENT LANDINGS SYSTEEM (ILS)

Localizer antenne Glijpad antenne

ILS Landende vliegtuigen zetten vanaf twaalf tot veertien kilometer voor een baan de eindnadering in aan de hand van het ILS. De meeste banen op Schiphol zijn met een dergelijk systeem uitgerust. Dit navigatiehulpmiddel, dat wereldwijd in gebruik is, bestaat uit een Localizer en een Glijpad. De Localizer staat in het verlengde van de baan en zendt een signaal uit dat er voor zorgt dat het vliegtuig op het midden van de baan landt. Het glijpad staat aan het begin naast de baan, geeft de juiste daalhoek aan en zorgt ervoor dat het vliegtuig op de juiste plaats aan het begin van de baan landt. De daalhoek is drie graden en is zo vastgesteld, omdat dan ieder vliegtuig een veilige nadering kan uitvoeren.

De vlucht Om metingen te kunnen uitvoeren, vliegt een meetvliegtuig circuits rond een baan. Het benadert de navigatieapparatuur, Localizer en Glijpad, op een van te voren bepaalde manier, zodat op basis van de metingen kan worden geverifieerd dat de uitgezonden signalen voldoen aan de veiligheidseisen die internationaal zijn vastgelegd. De betreffende baan is gedurende een meetvlucht niet beschikbaar voor regulier vliegverkeer. Dit verkeer wordt daarom op een andere baan afgehandeld. Dit kan leiden tot afwijkend baangebruik. In het verleden duurde de meet- FIGUUR 27. FAIRCHILD METRO 2 vlucht voor ◊◊n baan circa twee en een half uur, maar door moderne technieken en onderzoek is dit terug gebracht naar circa ◊◊n uur per baan. Meetvluchten vinden doorgaans plaats in de avonduren tussen 20:30 en 23:00 uur lokale tijd. De meetvluchten worden in opdracht van LVNL door het Nationaal Lucht- en Ruimte- vaart Laboratorium - NLR ò uitgevoerd. Hiervoor gebruikt het NLR een speciaal ingericht vliegtuig van het type Fairchild-metro 2, een tweemotorig turboprop vliegtuig.

Op de website www.luchtverkeersleiding.nl wordt in de rubriek 'bijzonderheden' aangegeven wanneer en op welke baan meetvluchten plaatsvinden.

Januari 2010 37

JAARRAPPORTAGE 2009

WAT IS EEN REA-TEST? De afkorting REA-test staat voor realiteitstest. Het verkeersleidingsysteem is een complex systeem bestaande uit veel verschillende onderdelen en functionaliteiten. Het veilig functioneren hiervan moet altijd gewaarborgd kunnen blijven. Wanneer wijzigingen nodig zijn, denk hierbij aan vervanging van onderdelen en het invoeren van nieuwe software, worden deze na installatie eerst grondig getest. Om de veiligheid van het verkeerleidingsysteem te waarborgen vinden testen eerst, indien nodig, in een speciale omgeving plaats, zoals in de simulator. Wanneer door zowel het technische als operationele personeel de wijziging werkbaar wordt gevonden, wordt de wijziging in de praktijk getest: de REA-test.

Dit gebeurt om veiligheids- en capaciteitsredenen altijd ùs nachts, wanneer het verkeersaanbod laag is. Het betreffende onderdeel wordt tijdens de test losgekoppeld van het basissysteem. Daardoor is ook de functionaliteit van het verkeersleidingsysteem beperkter. Omwille van de veiligheid zijn bepaalde minimum functionaliteiten van het systeem voorwaarde voor het vliegen van nachtnaderingen. Tijdens de uitvoering van sommige REA-testen kan aan deze voorwaarden niet worden voldaan. Er mogen dan geen geluidarme nachtnaderingen worden uitgevoerd. In die gevallen wordt de standaard nachtnaderingsprocedure gevolgd. Daarbij geldt onder andere dat de eindnadering ingezet moet worden op een hoogte van 3.000 voet (900m). Overdag is dit 2.000 voet.

Wanneer de test goed verloopt wordt de wijziging definitief doorgevoerd.

Januari 2010 38

JAARRAPPORTAGE 2009

14. COMMUNICATIE EN INFORMATIE

Sinds de invoering van het nieuwe registratiesysteem op 1 november 2008 heeft Bas een breder inzicht in de hinderbeleving van de melders. Hierdoor kan Bas gerichter dan voorheen analyses verrichten. Dat is in het afgelopen gebruiksjaar gebeurd in de kwartaalrapportages die Bas heeft uitgebracht en in deze jaarrapportage.

In het gebruiksjaar 2009 zijn er ook in opdracht van andere partijen analyses en rapportages door Bas verricht. De gemeente Haarlemmermeer heeft Bas bijvoorbeeld verzocht om de meldingen over grondgeluid in Hoofddorp veroorzaakt door startend verkeer vanaf de Polderbaan (36L) te onderzoeken. De uitkomsten van dit onderzoek zijn samen met onderzoeken van TNO, de Universiteit Gent en van de gemeente zelf meegenomen in de besluitvorming door de gemeente Haarlemmermeer rond de aanleg van de Ecobarrier (zie hoofdstuk 12).

Gedurende en na afloop van de stuurmaatregel is de luchthaven door Bas op de hoogte gehouden over het verloop van het aantal meldingen. Hierover is in hoofdstuk 11 meer informatie te vinden. En aan de GGD Kennemerland heeft Bas informatie verstrekt over de ontwikkeling van het aantal angstmeldingen na het ongeluk met het vliegtuig van Turkish Airlines (zie hoofdstuk 6).

Verder hebben de bewonersvertegenwoordigers in de CROS (Commissie Regionaal Overleg luchthaven Schiphol) in september aangegeven de laatste tijd veel spreiding van het verkeer op de routes vanaf Schiphol te zien. Bas stelt in het registratiesysteem aanvullende vragen wanneer een melding wordt ingediend. Aan de hand van deze vragen is de hinderbeleving over dit onderwerp in kaart gebracht en aan Luchtverkeersleiding Nederland aangeboden. Die heeft deze bevindingen meegenomen in een presentatie aan de CROS in november 2009.

COMMUNICATIE OVER BAANONDERHOUD In het afgelopen gebruiksjaar is in samenwerking met Amsterdam Airport Schiphol ook meer aandacht besteed aan de communicatie over baanonderhoud.

In 2009 is vooral in de maand juni baanonderhoud uitgevoerd. Er was in die maand groot onderhoud (langer dan een week) aan de Aalsmeerbaan (18L- 36R) en regulier onderhoud (ca. een week) aan de Kaagbaan (06-24) en Polderbaan (18R-36L). Hierdoor is in die weken de Buitenveldertbaan vaker ingezet.

Over het onderhoud heeft Amsterdam Airport Schiphol in 2009 proactief gecommuniceerd. Deze communicatie is grotendeels via Bas verlopen. Om de omwonenden te informeren over het baanonderhoud en de gevolgen hiervan, heeft Bas op haar website onder meer informatie gegeven over de verwachte duur, de redenen van het onderhoud en de verwachte veranderingen in geluidbelasting. Bas heeft daarna een enquŸte gehouden onder omwonenden om na te gaan of zij zich voldoende gefinformeerd voelden over het baanonderhoud. Een deel van de ondervraagden gaf aan dat de informatievoorziening via de website van Bas voldoende was. Anderen gaven aan gefinformeerd te willen worden via e-mail, post, sms, locale tv-zender of het plaatselijke nieuwsblad. Uit de enquŸte kwam verder naar voren, dat omwonenden het op prijs stellen persoonlijk op de hoogte te worden gesteld van het baanonderhoud, omdat zij zo beter in staat zijn zich voor te bereiden op een tijdelijke toename van vliegverkeer boven hun woonomgeving.

Januari 2010 39

JAARRAPPORTAGE 2009

Ook vroegen omwonenden zich af of het baanonderhoud niet eerder in het gebruiksjaar uit te voeren is (i.e. in april met uitloop tot begin mei). Dan is het hoogseizoen nog niet begonnen en zal de overlast per saldo minder zijn, omdat er minder vliegbewegingen per dag zijn. Op deze vraag is door Amsterdam Airport Schiphol in de kwartaalrapportage over het vierde kwartaal van het gebruiksjaar 2009 geantwoord.

In 2010 zal groot onderhoud worden uitgevoerd aan de Buitenveldertbaan. Dat gebeurt waarschijnlijk in april. Door Amsterdam Airport Schiphol zal samen met Bas opnieuw extra aandacht worden besteed aan het vroegtijdig en proactief informeren van omwonenden over het baanonderhoud in 2010.

EMAILNOTIFICATIE Bas heeft zich voorgenomen om in de toekomst omwonenden ook proactief te informeren bij wisselingen in baangebruik die niet samenhangen met baanonderhoud. Bijvoorbeeld bij een verandering van noordelijk naar zuidelijk baangebruik of vice versa vanwege een verandering van de windrichting. Zeker als de wind langere tijd uit dezelfde richting heeft gewaaid, resulteren dergelijke wisselingen in baangebruik namelijk doorgaans in veel meldingen. Omwonenden zullen dan op de hoogte gesteld worden met behulp van het emailnotiticatiesysteem van Bas.

Verder wil Bas in 2010 tussen de kwartaalrapportages door een elektronische nieuwsbrief uitbrengen.

Januari 2010 40

JAARRAPPORTAGE 2009

15. SAMENVATTING

In het gebruiksjaar 2009, dat liep van 1 november 2008 tot en met 31 oktober 2009, zijn door 5.275 personen 128.121 specifieke, 31.436 periode- en 1.149 overige meldingen ingediend bij het Bewoners Aanspreekpunt Schiphol (Bas) over ondervonden hinder door vliegverkeer van en naar Schiphol. Vanwege de invoering van een nieuw systeem van registreren kan het aantal meldingen in het gebruiksjaar 2009 niet vergeleken worden met dat in voorgaande gebruiksjaren. Het aantal melders kan wel vergeleken worden met eerdere jaren. Dit is met 23% gedaald ten opzichte van het gebruiksjaar 2008.

Evenals voorgaande jaren was in het gebruiksjaar 2009 een kleine groep úveelmeldersù verantwoordelijk voor het merendeel van alle meldingen. 1,9% van de melders (101 personen) registreerde 82,5% van alle meldingen. Het aantal veelmelders nam ten opzichte van het jaar ervoor af van 438 tot 101, van wie nog maar ◊◊n persoon in het gebruiksjaar 2009 meer dan 10.000 meldingen indiende (in 2008 acht personen). In de jaarrapportage wordt voornamelijk aandacht besteed aan de meldingen van de úfocusgroepù. Dat is de totale groep minus de veelmelders.

Met het nieuwe registratiesysteem is het mogelijk voor de melder om aanvullende informatie te geven en elektronisch vragen te stellen. Dit heeft Bas in het gebruiksjaar een schat aan reacties opgeleverd. Een steekwoordenanalyse levert onderstaand beeld op van hoe omwonenden de ondervonden hinder beleven en waar hun vragen aan Bas vooral over gingen:

• In het commentaar worden vooral de gevolgen, de oorzaken en de locatie (in huis, in de tuin e.d.) benoemd;

• Geluidoverlast en herrie/lawaai zijn de meest voorkomende relevante steekwoorden in het commentaar;

• De ingediende vragen gingen vooral over het baangebruik.

Januari 2010 41

JAARRAPPORTAGE 2009

ANDERE BELANGRIJKE BEVINDINGEN IN DE JAARRAPPORTAGE OVER HET GEBRUIKSJAAR 2009, ZIJN:

• Evenals voorgaande jaren worden in de (drukke) zomermaanden de meeste meldingen ingediend;

• Het ongeluk met het Turkish Airlines vliegtuig op 25 februari 2009 zorgde in de maanden erna voor een piek in het aantal angstmeldingen;

• Ook de stuurmaatregel die Amsterdam Airport Schiphol eind september 2009 nam, zorgde voor een piek in het aantal meldingen en van het aantal nieuwe melders (mensen die niet eerder een melding hebben ingediend);

• Het aantal mensen dat waarschijnlijk mede vanwege CROS pilot 3b (proef met vaste bochtstraal) meldingen indient vanuit de wijk Floriande in Hoofddorp, is in het gebruiksjaar 2009 verder toegenomen;

• Het aantal melders uit Amsterdam dat in het gebruiksjaar 2008 waarschijnlijk mede vanwege het experiment met nieuwe, vaste vertrekroutes van de Zwanenburgbaan (36C) erg hoog was, is weer gedaald;

• Hoewel ze relatief weinig worden gebruikt voor landend (handels)verkeer, zijn de Kaagbaan (24) en Oostbaan (22) de banen die per vliegtuigbeweging de meeste meldingen veroorzaken. Bij starts is dat de Oostbaan (04 en 22);

• De meeste specifieke meldingen worden ingediend over vluchten tussen 21.00 en 22.00 uur. Bij periodemeldingen is dat tussen 6.00 en 11.00 uur en tussen 19.00 en 23.00 uur;

• De meeste meldingen en melders op ◊◊n dag hadden te maken met het gebruik van de Buitenveldertbaan;

• In het derde kwartaal van het gebruiksjaar waren veel meldingen te relateren aan het gebruik van de Kaagbaan (24).Mede doordat de wind in de maanden juni, juli en augustus meer dan gemiddeld uit het zuiden kwam, werd er in die maanden meer vanaf deze baan gestart dan in het eerste en tweede kwartaal;

• Vluchten met zware vliegtuigen (vooral Boeing 747ùs) van de Kaagbaan die de Spijkerboorroute volgden, zorgden in het gebruiksjaar voor de hoogste aantallen melders van specifieke meldingen over ◊◊n bepaalde vlucht;

• Amsterdam, Hoofddorp en Amstelveen waren net als het jaar ervoor de plaatsen waar de meeste melders wonen. In Amsterdam nam het aantal melders flink af, in Hoofddorp steeg het.

Januari 2010 42

JAARRAPPORTAGE 2009

16. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

De bevindingen en analyses in deze jaarrapportage geven Bas aanleiding tot de volgende conclusies en aanbevelingen:

1. Het is zinvol geweest om het registratiesysteem op 1 november 2008 aan te passen en meer te focussen op de gehinderde en zijn of haar hinderbeleving. Dit levert meer informatie op die gebruikt kan worden bij het adviseren over maatregelen voor het beperken van hinder. Via kwartaal- en jaarrapportages is deze informatie voorgelegd aan Amsterdam Airport Schiphol, LVNL en het Rijk;

2. Het is nog steeds zinvol om in de jaarrapportage, conform eerdere aanbevelingen van de CROS, vooral aandacht te besteden aan de meldingen van de focusgroep, de omwonenden die minder dan 101 meldingen per jaar indienen. Anders zou een vertekend beeld ontstaan, want evenals voorgaande jaren blijkt een kleine groep veelmelders verantwoordelijk te zijn voor het overgrote deel van alle meldingen;

3. Amsterdam Airport Schiphol moet in 2010 en volgende jaren doorgaan met het (via Bas) vroegtijdig en proactief verstrekken van informatie over baanonderhoud aan omwonenden van Schiphol;

4. De sector moet de omgeving eerder informeren als zij van plan is om een stuurmaatregel te nemen. In het gebruiksjaar 2009 werd dat pas bekend gemaakt op de dag dat deze maatregel inging, waardoor mogelijk veel mensen hierdoor overvallen zijn en meldingen hebben ingediend;

5. Bewoners van wijken die invloed kunnen ondervinden van nieuwe experimenten met hinderbeperkende maatregelen, moeten vroegtijdig en op een brede schaal worden gefinformeerd

Januari 2010 43

JAARRAPPORTAGE 2009

BIJLAGE 1 - HINDERBELEVINGSKAARTEN

FIGUUR B1. AANTAL PERIODEMELDINGEN PER 4 CIJFERIGE POSTCODE - FOCUSGROEP

Januari 2010 44

JAARRAPPORTAGE 2009

FIGUUR B2. AANTAL PERIODEMELDINGEN (NACHT) PER 4 CIJFERIGE POSTCODE - FOCUSGROEP

Januari 2010 45

JAARRAPPORTAGE 2009

FIGUUR B3. AANTAL SPECIFIEKE MELDINGEN PER 4 CIJFERIGE POSTCODE - FOCUSGROEP

Januari 2010 46

JAARRAPPORTAGE 2009

FIGUUR B4. AANTAL SPECIFIEKE MELDINGEN (NACHT) PER 4 CIJFERIGE POSTCODE - FOCUSGROEP

Januari 2010 47

JAARRAPPORTAGE 2009

FIGUUR B5. AANTAL MELDERS PER 4 CIJFERIGE POSTCODE - FOCUSGROEP

Januari 2010 48

JAARRAPPORTAGE 2009

FIGUUR B6. AANTAL MELDERS (NACHT) PER 4 CIJFERIGE POSTCODE - FOCUSGROEP

Januari 2010 49

JAARRAPPORTAGE 2009

FIGUUR B7. AANTAL NIEUWE MELDERS 2009 PER 4 CIJFERIGE POSTCODE - FOCUSGROEP

Januari 2010 50

JAARRAPPORTAGE 2009

FIGUUR B8. VERSCHIL IN AANTAL MELDERS 2008 ò 2009 PER 4 CIJFERIGE POSTCODE - FOCUSGROEP

Januari 2010 51

JAARRAPPORTAGE 2009

FIGUUR B9. PERIODEMELDINGEN PER 1000 INWONERS EN 4 CIJFERIGE POSTCODE - FOCUSGROEP

Januari 2010 52

JAARRAPPORTAGE 2009

FIGUUR B10. SPECIFIEKE MELDINGEN PER 1000 INWONERS EN 4 CIJFERIGE POSTCODE - FOCUSGROEP

Januari 2010 53

JAARRAPPORTAGE 2009

BIJLAGE 2. ò MELDINGEN EN MELDERS PER PLAATS

TABEL B1 MELDINGEN EN MELDERS PER WOONPLAATS

Specifieke meldingen Periode meldingen Algemene meldingen

Woonplaats Nov-Jan Nov-Jan Feb-Apr Mei-Jul Aug-Okt Nov-Jan Feb-Apr Mei-Jul Aug-Okt Nov-Jan Feb-Apr Mei-Jul Aug-Okt Totaal Nachtperiode Melders 'S-GRAVELAND 0 0 0 0 0 0 0 5 0 0 0 0 5 0 2 'S-GRAVENHAGE 0 1 1 1 7 0 1 1 0 0 0 0 12 1 6 AALSMEER 56 117 78 87 223 179 303 503 0 0 0 6 1552 33 229 0 1 0 0 113 112 83 112 0 0 0 0 421 0 8 AARLANDERVEEN 0 2 3 1 5 10 15 12 0 0 0 0 48 4 16 0 0 0 0 0 0 1 3 0 0 0 0 4 0 4 ABCOUDE 41 125 127 34 35 46 70 12 0 1 0 1 492 6 10 AERDENHOUT 3 5 12 16 10 22 12 6 0 0 0 0 86 2 15 AKERSLOOT 52 2 3 33 41 4 10 19 0 0 0 0 164 37 18 ALKMAAR 105 15 19 8 59 6 22 11 0 0 0 0 245 27 35 ALMERE 1539 3583 4516 5050 261 459 584 446 3 1 0 0 16442 1082 80 ALPHEN A/D/RIJN 0 0 0 1 0 0 0 16 0 0 0 0 17 1 3 ALPHEN AAN DEN RIJN 12 27 38 9 15 14 83 22 0 0 1 0 221 15 52 ALPHEN GLD 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 1 0 1 AMERSFOORT 0 1 0 2 2 0 0 2 0 0 0 0 7 0 4 AMSTELHOEK 0 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 1 0 1 AMSTELVEEN 146 82 183 180 269 285 808 524 1 0 2 1 2481 82 402 AMSTERDAM 335 375 303 321 546 1028 1100 1038 4 3 1 6 5060 202 813 AMSTERDAM ZUIDOOST 4 0 1 2 11 18 13 13 0 0 1 0 63 2 30 ANDIJK 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 1 0 1 ANKEVEEN 0 0 0 0 0 2 0 3 0 0 0 0 5 0 1 ASSENDELFT 136 203 169 169 33 89 72 115 1 1 0 0 988 514 40 AVENHORN 22 15 18 35 49 34 59 57 0 0 0 0 289 36 1 BAAMBRUGGE 0 4 1 3 3 0 2 2 0 0 0 1 16 1 3 BAARN 0 0 0 9 0 1 5 13 0 0 0 0 28 6 5 BADHOEVEDORP 41 42 32 23 133 90 83 138 0 0 0 1 583 30 77 BENNEBROEK 0 0 1 3 0 1 1 4 0 0 0 0 10 0 8 BERGEN 29 23 51 20 26 4 9 10 0 0 0 0 172 42 16 BERGEN AAN ZEE 0 0 0 0 2 0 2 0 0 0 0 0 4 0 3 BERGEN NH 1 0 0 1 1 0 1 0 0 0 0 0 4 1 4 BERKEL EN RODENRIJS 0 1 0 0 0 7 11 1 0 1 0 0 21 1 1 BERKHOUT 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 1 0 1 BEVERWIJK 13 14 9 12 16 25 60 40 1 0 0 0 190 9 27 BILTHOVEN 0 0 0 0 1 1 0 3 0 0 0 0 5 0 2 BLARICUM 0 0 0 0 0 1 2 3 0 0 0 0 6 0 3 BLOEMENDAAL 11 28 98 28 10 22 16 4 0 0 0 0 217 5 15 BODEGRAVEN 62 46 39 55 24 85 82 95 0 0 0 0 488 49 14 0 0 0 0 0 2 3 0 0 0 0 0 5 0 3 BOSCH EN DUIN 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 1 0 1 BOSKOOP 1 1 0 4 3 4 4 5 0 0 0 0 22 0 13 BREUKELEN 7 3 3 15 4 5 4 4 0 0 0 0 45 16 8 BREUKELEN UT 2 0 1 0 2 2 8 4 0 0 0 0 19 1 6 BROEK IN WATERLAND 0 2 1 0 0 0 1 1 0 0 0 0 5 1 3 BURGERVEEN 0 0 0 2 0 0 0 1 0 0 0 0 3 0 2 BUSSUM 1 2 7 1 3 14 28 22 0 0 0 0 78 3 17 CASTRICUM 385 92 108 4837 327 125 165 197 0 1 0 1 6238 1404 119 CRUQUIUS 0 0 0 0 0 0 0 3 0 0 1 0 4 0 3 DE GOORN 1 0 0 0 4 0 0 1 0 0 0 0 6 1 3

Januari 2010 54

JAARRAPPORTAGE 2009

MELDINGEN EN MELDERS PER WOONPLAATS

Specifieke meldingen Periode meldingen Algemene meldingen

Woonplaats Nov-Jan Nov-Jan Feb-Apr Mei-Jul Aug-Okt Nov-Jan Feb-Apr Mei-Jul Aug-Okt Nov-Jan Feb-Apr Mei-Jul Aug-Okt Totaal Nachtperiode Melders DE HOEF 0 2 0 0 0 0 0 3 0 0 0 0 5 0 3 DE KWAKEL 2 9 14 1239 15 44 73 92 1 0 0 2 1491 17 50 DE MEERN 10 2 1 0 0 0 0 1 0 0 0 0 14 0 2 DE RIJP 18 33 33 14 21 42 71 116 0 1 198 618 1165 149 3 DE WOUDE 0 0 0 0 0 0 0 10 0 0 0 0 10 0 1 DE ZILK 0 1 5 5 3 4 13 13 0 0 0 0 44 3 5 DELFT 1 1 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 3 2 3 DEN HAAG 1 5 0 0 5 7 3 9 0 0 0 0 30 1 5 DEN ILP 0 0 0 0 0 0 0 2 0 0 0 0 2 0 2 DIEMEN 8 17 16 21 30 27 49 63 0 0 0 0 231 9 27 DOORN 0 13 1 1 1 5 12 1 0 0 0 0 34 1 1 DRIEHUIS 0 0 3 1 6 15 10 7 0 0 0 0 42 0 5 DRIEHUIS NH 0 0 3 2 0 0 8 6 0 0 0 0 19 0 8 DRIEHUIZEN 0 2 0 1 1 6 3 5 0 0 0 0 18 1 5 DRONTEN 4 0 0 1 25 18 25 24 0 0 0 0 97 3 3 DUIVENDRECHT 0 0 2 2 3 3 16 5 0 0 0 0 31 0 19 EDAM 0 0 1 1 0 1 1 7 0 0 0 0 11 0 6 EEMNES 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 1 0 1 EGMOND A/D HOEF 0 0 0 1 0 0 2 2 0 0 0 0 5 0 2 EGMOND AAN DEN HOEF 0 0 1 0 0 0 0 2 0 0 0 0 3 0 2 EGMOND AAN ZEE 0 0 0 0 0 1 4 8 0 0 0 0 13 0 2 EGMOND BINNEN 0 0 0 3 0 3 0 7 0 0 0 0 13 3 2 EGMOND-BINNEN 0 0 0 7 0 0 0 3 0 0 0 0 10 3 2 ENKHUIZEN 0 0 1 0 0 0 1 0 0 0 0 0 2 0 1 GOUDA 0 0 0 0 1 2 1 0 0 0 0 0 4 0 4 GRAFT 0 0 0 0 0 0 0 2 0 0 0 0 2 0 2 GROOTSCHERMER 0 0 1 0 0 2 3 2 0 0 0 0 8 0 4 HAARLEM 127 127 163 324 130 115 141 199 0 1 1 1 1329 74 136 HAARLEMMERLIEDE 0 0 5 4 0 4 5 4 0 0 0 1 23 2 11 HALFWEG 0 3 2 1 4 7 6 4 0 0 0 0 27 1 14 HALFWEG NH 0 0 2 2 1 12 10 9 0 0 0 0 36 3 4 HARDENBERG 0 1 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 2 0 1 HARMELEN 0 2 1 0 0 0 1 1 0 0 0 0 5 1 2 HAZERSWOUDE DORP 0 0 0 0 0 2 0 2 0 0 0 0 4 0 2 HAZERSWOUDE-RIJNDIJK 4 3 3 0 2 7 7 3 0 0 0 0 29 2 4 HEEMSKERK 13 11 11 17 87 63 58 23 0 1 1 0 285 22 27 HEEMSTEDE 12 34 45 67 22 25 55 117 0 0 0 0 377 11 58 HEERHUGOWAARD 7 1 0 0 5 0 0 0 0 0 0 0 13 0 4 HEILOO 323 146 60 128 106 98 194 243 0 0 0 1 1299 122 48 HENSBROEK 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 1 0 1 HIERDEN 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 1 0 1 HILLEGOM 9 58 77 98 46 67 52 50 0 0 2 0 459 7 36 HILVERSUM 54 78 27 37 88 112 141 184 0 2 1 1 725 57 98 HOBREDE 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 1 0 1 HOENDERLOO 0 0 0 1 0 0 21 41 0 0 0 0 63 1 2 HOLLANDSCHE RADING 0 0 0 0 1 0 1 0 0 0 0 0 2 0 2 HOOFDDORP 398 407 1003 1029 685 759 1125 1223 8 1 1 3 6642 445 450 HOOGKARSPEL 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 0 1 0 1 HOOGLAND 1 0 1 10 2 5 2 4 0 0 0 0 25 0 2

Januari 2010 55

JAARRAPPORTAGE 2009

MELDINGEN EN MELDERS PER WOONPLAATS

Specifieke meldingen Periode meldingen Algemene meldingen

Woonplaats Nov-Jan Nov-Jan Feb-Apr Mei-Jul Aug-Okt Nov-Jan Feb-Apr Mei-Jul Aug-Okt Nov-Jan Feb-Apr Mei-Jul Aug-Okt Totaal Nachtperiode Melders HOOGMADE 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 1 0 1 HOORN 0 10 3 8 2 12 12 11 0 0 0 0 58 9 6 HOORN NH 27 0 14 34 2 3 82 116 0 0 0 1 279 42 10 HUIZEN 5 4 15 0 0 21 35 6 0 1 0 0 87 4 12 IJMUIDEN 0 5 1 5 4 9 10 22 0 0 0 0 56 0 17 ILPENDAM 0 2 0 3 60 59 76 88 0 0 0 0 288 1 3 KAAG 0 1 2 3 0 2 3 2 0 0 0 0 13 6 3 KATWIJK 1 5 0 8 2 7 4 8 0 0 0 0 35 8 8 KATWIJK ZH 0 3 1 0 0 0 2 3 0 0 0 0 9 1 5 KOCKENGEN 7 7 9 3 15 12 23 23 0 0 0 0 99 3 8 KOOG AAN DE ZAAN 1 1 7 2 0 4 5 3 0 0 0 0 23 1 8 KORTENHOEF 3 0 5 5 7 1 10 13 0 1 0 0 45 2 18 KOUDEKERK A/D RIJN 0 0 1 0 0 0 1 0 0 0 0 0 2 0 2 KROMMENIE 9 7 19 32 15 27 76 134 0 0 0 0 319 10 53 KUDELSTAART 5 15 15 64 21 54 75 102 0 0 0 0 351 26 39 KWADIJK 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 1 0 1 LANDSMEER 87 142 248 35 80 109 149 123 0 0 0 0 973 3 43 LAREN 52 30 39 33 15 16 22 18 0 0 0 0 225 29 7 LAREN NH 0 0 0 3 0 0 0 0 0 0 0 0 3 0 3 LEIDEN 43 22 28 52 53 66 63 76 1 3 0 0 407 20 72 LEIDERDORP 18 17 26 17 29 17 19 22 1 0 0 0 166 13 20 LEIMUIDEN 17203 20976 16058 19361 33 34 65 116 0 0 1 1 73848 5909 60 LELYSTAD 12 13 81 7 7 19 27 13 0 0 0 0 179 29 19 LIJNDEN 1 8 11 4 0 18 28 13 0 0 0 0 83 3 21 LIMMEN 56 7 11 31 171 26 39 108 0 0 0 1 450 47 32 LISSE 195 426 225 257 150 157 136 91 12 184 8 0 1841 109 42 2 1 2 0 0 1 1 3 0 0 0 0 10 0 5 LOENEN AAN DE VECHT 0 0 1 3 1 1 4 1 0 0 0 0 11 3 3 LOENERSLOOT 0 0 0 1 0 0 5 0 0 0 0 0 6 0 1 LOOSDRECHT 1 1 0 0 3 8 9 16 0 1 0 0 39 2 5 LUCHTHAVEN SCHIPHOL 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 1 0 1 MAARSSEN 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 1 0 1 MAASTRICHT 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 0 1 MARKENBINNEN 0 0 0 0 0 0 0 7 0 0 0 0 7 0 1 MIDDELIE 0 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 1 0 1 MIDDENBEEMSTER 0 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 1 0 1 MIJDRECHT 4 6 7 13 3 7 17 10 0 0 0 0 67 5 16 MONNICKENDAM 0 0 1 0 1 0 0 0 0 0 0 0 2 0 2 MUIDEN 1 1 1 0 2 6 5 3 0 0 0 0 19 1 8 MUIDERBERG 0 0 0 1 0 0 1 5 0 0 0 0 7 1 6 NAARDEN 1 1 3 1 1 12 3 7 0 0 0 0 29 1 10 NEDERH DEN BERG 0 0 3 0 1 0 3 12 0 0 0 0 19 0 6 NEDERHORST DEN BERG 0 0 0 1 0 0 0 2 0 0 0 0 3 0 2 NES A/D AMSTEL 0 2 0 0 1 3 6 11 0 0 0 0 23 0 4 NIEUW VENNEP 14 42 167 276 19 50 134 167 0 1 0 4 874 14 130 NIEUW-VENNEP 0 0 0 4 0 0 0 12 0 0 0 0 16 1 8 NIEUWEGEIN 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 1 1 NIEUWKOOP 19 47 28 40 37 59 62 63 0 1 1 0 357 41 20 NIEUWVEEN 145 93 323 78 152 121 266 159 0 0 0 0 1337 26 10

Januari 2010 56

JAARRAPPORTAGE 2009

MELDINGEN EN MELDERS PER WOONPLAATS

Specifieke meldingen Periode meldingen Algemene meldingen

Woonplaats Nov-Jan Nov-Jan Feb-Apr Mei-Jul Aug-Okt Nov-Jan Feb-Apr Mei-Jul Aug-Okt Nov-Jan Feb-Apr Mei-Jul Aug-Okt Totaal Nachtperiode Melders NIGTEVECHT 0 1 0 0 0 0 3 0 0 0 0 0 4 0 2 NOORD-SCHARWOUDE 0 0 0 1 1 0 0 0 0 0 0 0 2 0 2 NOORDEINDE 0 0 1 1 1 0 3 0 0 0 0 0 6 0 2 NOORDEN 0 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 1 0 1 NOORDWIJK 72 62 26 2 20 44 48 36 0 0 0 0 310 151 14 NOORDWIJK ZH 2 97 82 107 2 18 45 31 0 0 0 0 384 284 11 NOORDWIJKERHOUT 1 8 2 1 1 4 3 4 0 0 0 0 24 1 10 NOOTDORP 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 1 0 1 OBDAM 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 1 0 1 OEGSTGEEST 14 23 690 979 18 106 208 265 1 0 0 4 2308 161 103 OOSTKNOLLENDAM 0 2 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 3 0 1 OOSTZAAN 12 10 15 12 6 28 56 16 0 0 0 0 155 5 23 OTERLEEK 1401 1138 1539 1252 5 1 0 3 0 0 0 0 5339 1152 4 OUD ADE 0 0 0 0 0 0 0 2 0 0 0 0 2 0 1 1 1 0 3 1 0 0 4 0 0 0 0 10 0 4 OUDE WETERING 49 48 63 81 0 0 1 12 0 0 0 0 254 90 4 OUDERKERK A/D AMSTEL 1 4 4 4 4 5 23 8 0 0 0 1 54 2 20 OUDORP NH 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 1 0 1 OVERVEEN 1 8 13 4 4 6 6 3 0 0 0 0 45 0 5 PURMEREND 19 18 13 23 42 38 47 64 0 0 1 2 267 11 23 PURMERLAND 0 4 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 4 0 1 PUTTEN 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 0 1 1 1 REEUWIJK 1 1 1 2 2 1 2 2 0 0 0 0 12 1 3 RIDDERKERK 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 1 0 1 RIJNSATERWOUDE 0 0 4 9 0 0 2 1 0 0 0 0 16 0 2 RIJNSBURG 1 8 4 8 7 6 11 20 0 0 0 0 65 11 15 RIJSENHOUT 8 14 22 17 4 18 20 32 0 0 0 1 136 2 40 RIJSWIJK 0 1 0 1 0 0 0 1 0 0 0 0 3 0 3 ROELOFARENDSVEEN 1 3 2 2 1 1 2 4 0 0 0 0 16 1 6 ROZENBURG NH 0 0 0 0 0 2 0 2 0 0 0 0 4 0 1 RUURLO 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 0 1 SANTPOORT-NOORD 49 103 124 45 29 14 42 18 4 0 0 1 429 1 19 SANTPOORT-ZUID 26 12 16 18 23 28 28 11 0 0 0 0 162 20 15 SASSENHEIM 2 9 8 1 3 22 21 12 0 0 0 0 78 2 20 SCHERMERHORN 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 0 1 SCHOORL 0 0 0 0 2 0 0 1 0 0 0 0 3 0 2 SNELREWAARD 0 0 0 0 0 2 0 0 0 0 0 0 2 0 1 SOEST 8 1 8 3 61 16 12 8 0 0 0 0 117 7 12 SPAARNDAM 29 90 119 64 122 208 226 104 1 1 0 1 965 150 93 SPAARNDAM WEST 5 10 8 8 13 16 26 11 0 0 0 0 97 3 20 SPIERDIJK 0 0 0 0 0 0 0 2 0 0 0 0 2 0 2 STARNMEER 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 1 0 1 STOMPETOREN 0 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 0 1 SWIFTERBANT 0 0 1 0 0 0 1 0 0 0 0 0 2 0 1 TER AAR 2 10 7 3 9 28 38 2 0 0 0 0 99 10 22 TIEL 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 1 0 1 UITGEEST 147 122 77 144 153 62 128 131 0 0 0 0 964 186 32 UITHOORN 1006 1455 965 1853 353 336 337 934 1 0 1 4 7245 20 234 URK 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 0 1 1 1

Januari 2010 57

JAARRAPPORTAGE 2009

MELDINGEN EN MELDERS PER WOONPLAATS

Specifieke meldingen Periode meldingen Algemene meldingen

Woonplaats Nov-Jan Nov-Jan Feb-Apr Mei-Jul Aug-Okt Nov-Jan Feb-Apr Mei-Jul Aug-Okt Nov-Jan Feb-Apr Mei-Jul Aug-Okt Totaal Nachtperiode Melders URSEM 0 0 0 0 4 1 0 0 0 0 0 0 5 0 4 UTRECHT 0 0 0 0 0 0 1 2 0 0 0 0 3 0 3 VALKENBURG 0 1 1 0 0 1 5 4 0 0 0 0 12 0 2 VALKENBURG ZH 0 0 0 0 0 1 1 0 0 0 0 0 2 0 2 VEENENDAAL 0 1 0 0 2 0 0 0 0 0 0 0 3 0 1 VELSEN NOORD 0 7 6 0 0 3 4 2 0 0 0 0 22 0 3 VELSEN-NOORD 0 0 1 0 0 0 1 0 0 0 0 0 2 0 1 VELSEN-ZUID 5 8 6 6 3 3 18 7 1 0 0 0 57 11 15 VELSERBROEK 14 11 20 22 85 116 169 151 0 1 0 2 591 12 43 VIJFHUIZEN 4 9 9 5 16 11 21 14 0 0 0 0 89 6 27 VINKEVEEN 2 0 3 17 2 5 4 39 0 0 0 0 72 6 14 VLEUTEN 1 2 0 0 7 1 0 9 0 0 0 0 20 2 1 VOGELENZANG 0 0 0 1 0 1 1 2 0 0 0 0 5 0 3 VOORBURG 0 0 4 2 0 6 8 1 0 0 0 0 21 0 2 VOORHOUT 3 9 3 2 1 17 12 13 0 0 0 0 60 9 15 VOORSCHOTEN 16 2 6 6 3 4 5 3 0 0 0 0 45 7 13 VOORTHUIZEN 0 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 1 0 1 VREELAND 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 1 0 1 WADDINXVEEN 0 0 0 0 0 0 0 2 0 0 0 0 2 0 1 WARDER 0 0 0 3 2 2 1 7 0 0 0 0 15 0 2 WARMOND 0 12 14 6 3 29 34 24 0 0 1 0 123 14 18 WASSENAAR 2 4 1 0 1 2 3 0 0 0 0 0 13 1 6 WATERGANG 0 6 7 0 1 1 0 1 0 0 0 0 16 2 1 WATERINGEN 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 1 0 1 WAVERVEEN 0 1 0 0 0 0 2 2 0 0 0 0 5 0 3 WEESP 0 2 4 1 2 7 17 9 0 0 0 0 42 0 19 WEST GRAFTDIJK 1 0 1 2 0 0 1 3 0 0 0 0 8 1 7 WEST-GRAFTDIJK 1 0 0 0 0 0 0 2 0 0 0 0 3 0 1 WESTBEEMSTER 0 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 1 0 1 WESTZAAN 2 7 22 2 0 7 11 15 0 0 0 0 66 0 17 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 1 0 1 WIJDENES 1 2 0 0 16 10 0 0 0 0 0 0 29 0 1 WIJDEWORMER 0 0 0 0 0 0 2 0 0 0 0 0 2 0 1 WIJK AAN ZEE 4 26 21 9 15 15 13 4 0 0 0 0 107 0 3 WILNIS 0 0 0 2 0 0 0 3 0 0 0 0 5 0 3 WOERDEN 5 3 4 7 4 11 13 5 0 0 0 0 52 5 17 WOERDENSE VERLAAT 0 0 0 0 0 0 2 0 0 0 0 0 2 0 1 WOGNUM 0 0 0 0 0 0 2 0 0 0 0 0 2 0 1 WORMER 4 33 20 26 1 13 10 39 0 0 0 1 147 5 8 WORMERVEER 1 9 4 2 1 18 18 11 0 0 0 0 64 3 6 WOUBRUGGE 0 0 0 1 0 0 1 2 0 0 0 0 4 1 3 ZAANDAM 21 15 36 3 24 33 62 14 1 0 1 0 210 16 32 ZAANDIJK 0 0 1 2 0 1 3 1 0 0 0 0 8 0 4 ZANDVOORT 2 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 3 1 3 ZEEWOLDE 15 17 34 10 0 1 7 2 0 0 0 0 86 15 3 ZEGVELD 4 2 5 3 4 4 3 2 0 0 0 0 27 2 2 ZEVENHOVEN 0 0 1 1 0 3 5 5 0 0 0 0 15 2 9 ZOETERMEER 2 3 0 9 0 3 3 1 0 0 0 0 21 8 4 ZOETERWOUDE 0 3 1 2 0 0 0 1 0 0 0 0 7 0 4

Januari 2010 58

JAARRAPPORTAGE 2009

MELDINGEN EN MELDERS PER WOONPLAATS

Specifieke meldingen Periode meldingen Algemene meldingen

Woonplaats Nov-Jan Nov-Jan Feb-Apr Mei-Jul Aug-Okt Nov-Jan Feb-Apr Mei-Jul Aug-Okt Nov-Jan Feb-Apr Mei-Jul Aug-Okt Totaal Nachtperiode Melders ZUIDOOSTBEEMSTER 57 20 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 78 2 1 ZWAAG 0 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 1 1 13 34 85 508 5 14 19 142 0 0 0 0 820 31 39 ZWAMMERDAM 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 1 0 1 ZWANENBURG 7 14 119 10 12 64 84 60 0 2 1 0 373 8 73 ZWOLLE 0 0 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 1 0 1 OVERIG * 93 109 172 3000 31 28 70 120 0 0 0 1 3624 639 93

* úOVERIGù zijn meldingen waarbij er geen informatie over de woonplaats van de melder is vastgelegd

Januari 2010 59