
VRM – Actualisering 2016 Nota van Beantwoording Gedeputeerde Staten 27 september 2016, 29 november 2016 en 31 oktober 2017 PZH-2017-613912311 dd. 31-10-2017 2 PZH-2017-613912311 dd. 31-10-2017 1. Inleiding Deze Nota van Beantwoording en Wijziging bevat een overzicht, alsmede een samenvatting en beantwoording van de zienswijzen die zijn ingediend naar aanleiding van de tervisielegging door Gedeputeerde Staten van het ontwerp van de ‘Actualisering 2016’ van de Visie ruimte en mobiliteit, het Programma ruimte, de Verordening ruimte 2014 en de Cultuurhistorische Hoofdstructuur. Inhoud ontwerp Actualisering 2016 De Visie ruimte en mobiliteit (VRM) is door Provinciale Staten vastgesteld op 9 juli 2014, evenals de bijbehorende Verordening ruimte 2014 en de Programma’s ruimte en mobiliteit. Thans is er aanleiding voor een actualisering met betrekking tot een aantal onderwerpen. Deze onderwerpen zijn onder te brengen in een viertal categorieën: o 3 ha kaart en actualisering regionale visies voor wonen en voor kantoren; o hoofdlijnenakkoord; o het systeem van beleidsproducten; o uitvoeringspraktijk. Hoewel het gaat om vrij veel onderwerpen, moet deze actualisering vooral worden gezien als een reguliere onderhoudsbeurt, om ervoor te zorgen dat de verschillende beleidsproducten weer ‘up to date’ zijn. Het gaat om een partiële herziening, dus niet alles is opnieuw bezien maar alleen de vooraf geselecteerde onderwerpen. 2. Zienswijzen Het ontwerp heeft met ingang van 16 juni gedurende vier weken voor een ieder ter inzage gelegen. Naar aanleiding hiervan zijn zienswijzen ingediend door 46 personen en organisaties. 01. Regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 02. Gemeente Albrandswaard 03. Gemeente Alphen aan den Rijn 04. Gemeente Delft 05. Archeologie Delft 06. Gemeente Den Haag 07. Gemeente Goeree-Overflakkee 08. Gemeente Gouda 09. Gezamenlijke gemeenten Greenport Duin- en Bollenstreek 10. Gemeente Kaag en Braassem 11. Gemeente Katwijk 12. Gemeente Krimpenerwaard 13. Gemeente Lansingerland 14. Gemeente Leiden 15. Gemeente Midden-Delfland 16. Gemeente Nieuwkoop 17. Gemeente Oegstgeest 18. Gemeente Schiedam 19. Gemeente Sliedrecht 20. Regiegroep Voorne-Putten 3 PZH-2017-613912311 dd. 31-10-2017 21. Gemeente Voorschoten 22. Gemeente Wassenaar 23. Gemeente Westland 24. Gemeente Zederik 25. Gemeente Zoetermeer 26. Gemeente Zuidplas 27. Ministerie van Infrastructuur en Milieu 28. Schiphol Group 29. Casper Duchart & Vastgoed BV 30. Belangenvereniging Aarlanderveen 31. Besturen en bewoners van de recreatieparken in Nieuwkoop 32. Adviesbureau De Natuurmakelaar 33. Dhr. A.P.C. van Peperstraten 34 Stichting Duinbehoud en Stichting Westlandse Natuur 35. E.A.M. Maas, B.J.G. van Weelde en E.E.L. Jonker 36. LTO Noord – Nederlandse Vakbond Varkenshouders 37. Dhr. P. Smits 38. Dhr. B. Smits 39. Persoon Bernisse B.V. 40. Verburg Plantenkwekerij en Stalling V.o.f. 41. Midden Holland – Onderneemt! 42. Decathlon Netherlands B.V. 43. Wereldhave Nederland B.V. 44. Dhr. F. van der Tempel Jr. 45. Mw. Lakerveld- Van Dorp 46. Dhr. J. Zeilstra 3. Samenvatting en beoordeling zienswijzen 3.1 Thematische beantwoording 3.1.1 Detailhandel A. Algemeen De provincie Zuid-Holland streeft naar vitale, qua functies gemengde stads- en dorpsgebieden met een aantal krachtige en kwalitatief onderscheidende centra, waarin de door de consument gewenste voorzieningen beschikbaar en goed bereikbaar zijn. Detailhandel is een belangrijke drager van deze vitaliteit. Het provinciale detailhandelsbeleid is er daarom op gericht de ruimtelijke detailhandelsstructuur, die in Nederland wordt gekenmerkt door een fijnmazig karakter met voor de consument een goede nabijheid en beschikbaarheid van voorzieningen, te behouden en te versterken. Uitgangspunt is daarom dat nieuwe detailhandel wordt gevestigd binnen de centra van steden, dorpen en wijken. Verspreid liggend winkelaanbod in de periferie draagt niet bij aan de bundeling- en concentratiegedachte en tast de ruimtelijke kwaliteit van de detailhandelsstructuur aan (toename leegstand en afname ruimtelijke kwaliteit). Buiten de centra kan daarom alleen ruimte worden geboden aan specifieke branches, die qua aard en omvang van de aangeboden goederen niet of niet 4 PZH-2017-613912311 dd. 31-10-2017 goed inpasbaar zijn in de centra. Onder B gaan wij op de daarvoor voorgestelde regeling en de schorsing door de Kroon van het betreffende onderdeel van de huidige verordening nader in. Overigens geldt in zijn algemeenheid voor Zuid-Holland dat het huidige winkelvloeroppervlak in omvang verminderd zou moeten worden om de detailhandelsstructuur ruimtelijke optimaal te laten functioneren. Zoals uit het voorgaande mag blijken is bovengenoemd beleid, anders dan in sommige zienswijzen wordt verondersteld, gebaseerd op ruimtelijke en niet op economische motieven. Dat dat beleid beperkingen met zich mee brengt omdat buiten de aangewezencentraslechts een beperkt aantal detailhandelsbranches mogelijk is achten wij noodzakelijk en verantwoord met het oog op een goede ruimtelijke ordening. Het overal toelaten van detailhandelsvestigingen zou immers tot gevolg hebben dat verregaande versnippering plaats zal vinden en afbreuk wordt gedaan aan het beoogde doel (behouden en versterken van de zorgvuldig opgebouwde ruimtelijke detailhandelsstructuur) Gelet daarop zijn wij van mening dat de beperkingen die het beleid met zich meebrengt noodzakelijk, proportioneel en evenredig zijn. Zoals hiervoor aangegeven zijn wij van mening dat sprake is van een provinciaal ruimtelijk belang dat zich daarom leent voor regulering via de verordening. Die opvatting is overigens reeds meerdere malen door de rechter bevestigd. Een modererende rol van de provincie, zoals in een van de zienswijzen wordt bepleit, biedt op dat punt minder waarborgen. Het detailleringsniveau van de regeling gaat, zoals wij ook hierna onder B uiteen zullen zetten, niet verder dan voor het bereiken van de ruimtelijke doelstellingen noodzakelijk is. B. Detailhandel buiten de aangewezen centra Voor detailhandel in volumineuze goederen hanteerde de provincie tot dusverre vanuit een oogpunt van duidelijkheid en handhaafbaarheid een limitatieve lijst van vestigingen. Die limitatieve lijst bestond oorspronkelijk uit de ABC-categorie (auto’s, boten, caravans), maar is in de loop der jaren uitgebreid met andere goederen (motoren, scooters, zwembaden, buitenspeelapparatuur, fitnessapparatuur, piano’s, surfplanken, tenten, grove bouwmaterialen, landbouwwerktuigen). Kenmerkend voor de keuze van de limitatief benoemde branches was dat het ging om die soorten detailhandel die vanwege de aard en omvang van de aangeboden goederen niet of moeilijk inpasbaar in een centrum waren. Dat ruimtelijke criterium stond ook reeds in de toelichting van de huidige verordening genoemd. De limitatieve lijst is tijdelijk geschorst bij Koninklijk Besluit van 21 november 2015 (verlengd bij Koninklijk Besluit van 18 maart 2016) omdat volgens het voorlopig oordeel van de Kroon sprake zou zijn van strijd met de Wet ruimtelijke ordening en het Unierecht. Wij delen dat standpunt niet. Niettemin hebben wij besloten om de regeling enigszins aan te passen, waarbij het ruimtelijk criterium om vestigingen buiten de periferie mogelijk te maken niet alleen meer in de toelichting maar ook in de regeling zelf wordt neergelegd en in plaats van een limitatieve opsomming sprake is van (binnen randvoorwaarden) enige flexibiliteit, hetgeen ook uit een oogpunt van slim ruimtegebruik gewenst is. Wij hebben daarbij mede overwogen dat langdurige discussie en procedures met het rijk niet in het belang van de ruimtelijke ordening in Zuid-Holland zijn. De voorgestelde aanpassing betreft – zoals in enkele zienswijzen terecht wordt geconstateerd – echter geen wezenlijke aanpassing van het beleid, maar geeft op zich meer ruimte om detailhandel toe te laten in goederen die voor wat betreft de ruimtelijke inpasbaarheid in een centrum qua aard en omvang vergelijkbaar zijn met de goederen in de voormalige limitatieve lijst. 5 PZH-2017-613912311 dd. 31-10-2017 Het loslaten van de limitatieve lijst heeft tevens als voordeel dat het niet meer nodig is de lijst actueel te houden en zo nodig aan te vullen De aanpassing wordt tevens aangewend om de detailhandelsregeling te verduidelijken door een andere ordening. De aanpassing van de verordening betreft concreet de volgende punten: 1. De limitatieve lijst met branches detailhandel in volumineuze goederen wordt vervangen door een (flexibelere) begripsbepaling volumineuze goederen. 2. In de toelichting van de verordening wordt een tekstpassage opgenomen waaruit blijkt dat de ontheffingsbevoegdheid van GS zo nodig ingezet kan worden voor het toelaten van een branche die om andere redenen dan de aard en omvang van de goederen niet inpasbaar is in de centra. Op dit moment hebben wij geen aanleiding om in de verordening zelf reeds –generieke- nieuwe soorten detailhandel te benoemen die aan het voor ons relevante criterium ruimtelijk niet inpasbaar in een centrum vanwege aard en omvang van de goederen) voldoen. Wij gaan er daarom vanuit dat zodanige vestigingen een uitzondering zullen zijn, waarover per geval via de ontheffingsprocedure een afweging plaats kan vinden. Omdat in zo’n geval sprake is van een bijzondere situatie kan- anders dan in 1 van de zienswijzen wordt gesteld– de in de Wet ruimtelijke ordening geboden ontheffingsmogelijkheid voor zo’n nader afweging worden benut. 3 Vanuit het oogpunt van duidelijkheid en handhaafbaarheid van het provinciaal beleid is voorts een begripsbepaling ‘detailhandel in volumineuze goederen’ opgenomen.
Details
-
File Typepdf
-
Upload Time-
-
Content LanguagesEnglish
-
Upload UserAnonymous/Not logged-in
-
File Pages89 Page
-
File Size-