de vrije fries Jaarboek Uitgegeven door het Fries Genootschap van Geschied-, Oudheid- en Taalkunde en de Fryske Akademy Vierenzeventigste deel (1994) Redactie: J.M. Bos, Ph.H. Breuker, S. ten Hoeve, L.G. Jansma, G.Th. Jensma, J.A. Mol (secr.), P.N. Noomen, H. Spanninga (voorz.), R.H.C. Vos Redactieadres: Doelestraat 8 (Fryske Akademy) Leeuwarden Op het omslag: De Steenbakker: illustratie bij het artikel 'Makkumer tichelwerken in de zeventiende eeuw' van A. Buursma. Het gaat hier om een ets van Jan Luyken, afgebeeld in 'Het menschelijke bedrijf (1780). Rechts staat een handlanger die de klei toebereidt die door een vormer in een op de tafel gelegen steenvorm, de task, wordt geperst. De jongen links reikt de klei aan. Op de achtergrond is de aan- en afvoer van grond- enl of hulpstoffen zichtbaar. Tevens zijn er enkele tichelovens afgebeeld. CIP-GEGEVENS KONINKLIJKE BIBLIOTHEEK, DEN HAAG Vrije De Vrije Fries: jaarboek: vierenzeventigste deel (1994) / uitg. door het Fries Genootschap van Geschied-, Oudheid- en Taalkunde en de Fryske Akademy; red. J.M. Bos ... [et al.J.-Ljouwert [Leeuwarden]: Fryske Akademy.-III.-(Fryske Akademy; nr. 781) Met lit. opg. ISBN 90-6171-000-0 NUGI 781-7 Trefw.: Friesland; geschiedenis; opstellen/Friesland; jaarboeken. B.V. De Handelsdrukkerij van 1874, Leeuwarden 1994 Nr. 781 Inhoud Personalia medewerkers en redacteuren Artikelen Alexander Jager Enkele blokhuizen in Friesland rond 1500 Goffe Jensma Over de jeugd van Pieter Stuyvesant A. Buursma Makkumer tichelwerken in de zeventiende eeuw H. Algra Johann Michaell Schwartzburg, orgelmaker te Leeuwarden Femme S. Gaastra en Wilma Seybel Een Kollumer koopman in de Oost: Eyso de Wendt (1718-1780) A. Wegener Sleeswijk Ondernemen in hennep en touw. De firma Hylke Jans Kingma, Panorama fan Fryslân 1993 Fryske kultuer (Geart de Vries) Fryske taal- en letterkunde (Tineke Steenmeijer-Wielenga) Monumintensoarch (S. ten Hoeve) Skiednis (H. Spanninga) Jaarverslagen Fries Genootschap 165ste verslag, over 1993 Nieuwe leden Stichting Het Fries Museum Jaarverslag 1993 Algemeen Bedrijfsvoering Kanselarijproject Collecties Archeologie Deltaplan Cultuurbehoud Verzetsmuseum Friesland Samenwerking met derden Tentoonstellingen Aanwinsten Prentenkabinet Aanwinsten Schilderijen Aanwinsten Beeldhouwkunst Aanwinsten Speelgoed Aanwinsten Textiel Personalia medewerkers en redacteuren H.P. Algra (1957) studeerde orkestdirectie aan het Stedelijk Conservatorium Groningen en mu­ ziekwetenschap aan de Rijksuniversiteit Utrecht (doet. ex. 1987). Hij publiceerde over muziek­ historische onderwerpen. Thans werkzaam als koordirigent, docent muziekgeschiedenis en hoofd van de Muziekbibliotheek Leeuwarden. J.M. Bos (1957) studeerde filosofie en middeleeuwse archeologie aan de Universiteit van Amster­ dam (prom. 1988), archeoloog bij het Fries Museum en het Biologisch-Archaeologisch Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen. Ph.H. Breuker (1939) studearre Nederlânsk en Frysk (prom. 1989), wittenskiplik amtner Fryske Akademy en bysûnder heechleraar Fryske taal- en letterkunde oan de Ryksuniversiteit Leiden, publisearre oer literatuer, skiednis en nammekunde. A. Buursma (1960) studeerde geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen (doet. ex. 1988) en is sindsdien werkzaam als freelance-publicist op het gebied van de regionale geschiedenis van noord-Nederland; publiceerde onder meer - met W. Mollema - Met beurtschippers en boderijders door Friesland Bedum 1993) en was beeldredacteur voor Vierhonderd jaar Groninger Veenkolo­ niën (Groningen 1994) en de reeks Geschiedenis van Westerwolde. Femme S. Gaastra (1945) is als universitair docent docent verbonden aan de vakgroep geschiedenis van de rijksuniversiteit Leiden. Hij publiceerde over de VOC, o.a. Bewinden beleid. De financiële en commerciële politiek van de bewindhebbers, 1672-1702 (dissertatie, Zutphen 1989) en De ge­ schiedenis van de VOC (Zutphen 1991). S. ten Hoeve (1945) direkteur Frysk Skipfeartmuseum, publisearre oer lokale skiednis, tsjerke- skiednis, monumintensoarch, tsjerke-ynrjochting en ambachtskeunstners. Alexander Jager (1962) studeerde kunstgeschiedenis en archeologie aan de Rijksuniversiteit Gro­ ningen; publiceerde over middeleeuwse archeologie. L.G. Jansma (1943) studearre sosjology oan de Ryksuniversiteit Grins (prom. 1977 yn Rotter­ dam), wittenskiplik direkteur Fryske Akademy, publisearre oer religieuze bewegingen en minder­ heden. Goffe Jensma (1956) studeerde geschiedenis (doet. ex. 1981) en filosofie. Hij publiceerde onder andere over Friese geschiedenis. J.A. Mol (1954) studearre skiednis oan de Vrije Universiteit te Amsterdam (prom. 1991), witten­ skiplik meiwurker Fryske Akademy, publisearre oer midsieuske skiednis. P.N. Noomen (1949) studearre midsieuske skiednis, lânbouskiednis en Aldfrysk rjocht yn Grins; as wittenskiplik meiwurker ferbûn oan de Fryske Akademy; publisearre oer midsieuske skiednis. Wilma Seybel (1969) studeert geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Leiden, met als specialisatie de geschiedenis van de Europese expansie. Hotso Spanninga (1954) studearre skiednis yn Grins (dokt. eks. 1981), learaar skiednis en ierd- rykskunde yn Dokkum; publisearre oer sosjale en politike skiednis. Tineke Steenmeijer-Wielenga (1946) studearre Nederlânsk (kand. eks. 1968) en Frysk (dokst. eks. 1970) oan de Ryksuniversiteit Utert; is konservator Frysk Letterkundich Museum en Dokumin- taesjesintrum, en wurke mei oan de útjefte fan de sammele fersen fan Schurer, Postma en Troel- stra. R.H.C. Vos (1941) studeerde kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Utrecht (doet. ex. 1970), directeur Fries Museum, publiceerde onder meer over de vroege Italiaanse schilderkunst, het Re- naissance-ornament. Lucas van Leyden en de schoolboekenillustrator Cornelis Jetses. Geart de Vries (1956), studearre skiednis mei byfak Frysk oan de Ryksuniversiteit Grins, en is sûnt 1981 as redakteur yn tsjinst by Omrop Fryslân. A. Wegener Sleeswijk (1966) studeerde geschiedenis aan de Université de Provence en de Universi­ teit van Amsterdam (doet. ex. 1992). Zij is assistent in opleiding bij laatstgenoemde universiteit en bereidt een proefschrift voor over de Frans-Nederlandse wijnhandel in de 18de eeuw. 6 Enkele blokhuizen in Friesland rond 1500 Alexander Jager /. Inleiding De Friese vrijheid, zo bepalend voor de laat-middeleeuwse Friese geschiede­ nis, kwam ten einde met de komst van Albrecht van Saksen in 1498 naar Fries­ land. Diens poging om landsheerlijk gezag te vestigen in het in facties verdeel­ de Friesland ging niet zonder strijd. Een hulpmiddel van Albrecht in deze strijd, waren twee vestingen te Leeuwarden en Harlingen. Deze werden aange­ duid als 'blokhuizen'. Na de 'Saksische periode' van 1498-1515 slaagde Karel V erin om na negen jaar strijd duurzaam landsheerlijk gezag in Friesland te vesti­ gen. Ook hij maakte gebruik van de bestaande blokhuizen en liet tevens enkele nieuwe bouwen, onder andere te Staveren. Deze blokhuizen van Leeuwarden, Harlingen en Staveren waren enorme vestingwerken die, al zijn ze tegenwoor­ dig bovengronds verdwenen, topografisch en archivalisch nog voortbestaan. Van de overige Friese blokhuizen is vaak maar weinig meer bekend dan de lo­ catie. Hoewel de blokhuizen te Leeuwarden (gebouwd in 1499), Harlingen (1500) en Staveren (1522) verschillende bouwheren hadden (de eerste twee waren van Saksische, het derde was van Habsburgse makelij) bestonden er gro­ te overeenkomsten in constructie en functie. Daarom kunnen ze als één groep bouwwerken worden behandeld. Er bestaat tegenwoordig een grote belangstelling voor de vestingbouw als historisch verschijnsel. Dissertaties als die van Taverne1 over de stedenbouw en van Westra2 over de fortificatiewerken in het begin van de Tachtigjarige Oor­ log, maar ook de publicaties van de Stichting Menno van Coehoorn zijn daar­ van resultaten. Deze interesse richt zich echter voornamelijk op de vesting­ bouw van na het begin van de Tachtigjarige Oorlog. Toen werden onder auspi­ ciën van de Staten-generaal tal van steden versterkt. De theorie die aan deze vestingbouw ten grondslag lag was van Italiaanse origine, zij het dat in het natte Nederland bij de verdediging van steden het water (in de vorm van grachten) een grotere rol speelde. De blokhuizen, die in dit artikel centraal staan, kan men zien als een tussenfase tussen deze latere vestingbouw en de middeleeuw­ se kastelenbouw. Door wie ze werden ontworpen is niet met zekerheid vast te stellen; mogelijk ging het om bouwmeesters (of ingenieurs) uit de Zuidelijke Nederlanden. In dit artikel zullen we ons voornamelijk bezighouden met func­ tie en voorkomen van deze vroege vestingen. 2. Typologie Met de term 'blokhuis' werden vestingwerken aangeduid die in de late middel­ eeuwen, maar ook daarna nog voorkwamen. Het woord 'blokhuis' was waar­ schijnlijk afgeleid van 'blokkeren', waarmee dan het tegenhouden van een vij­ andelijke strijdmacht bedoeld werd.3 Uit het toevoegsel 'huis', dat in het Oud- Hollands onder andere voor kasteel of vesting werd gebruikt,4 blijkt dat de term 'blokhuis' van niet-Friese origine is. Het ging dan ook om een vestings­ ysteem waarvan in Friesland alleen landsheren zich bedienden. De oudste blokhuizen in Friesland bestonden waarschijnlijk uit een vierkan- 7 te binnenplaats, omgeven door een gracht. Met de aarde uit de gracht was een wal opgeworpen.5 Op de binnenplaats stonden zeker van hout opgetrokken on­ derkomens voor een legertje van enkele tientallen soldaten. Defensieve waar­ de had een blokhuis door de gracht en wal die het omringden. De waarschijnlijk volgens dit plan opgezette, en
Details
-
File Typepdf
-
Upload Time-
-
Content LanguagesEnglish
-
Upload UserAnonymous/Not logged-in
-
File Pages199 Page
-
File Size-