Voorposten Van De Moerasspinner LAELIA COENOSA in Natura2000-Gebieden in Nederland (Lepidoptera: Lymantriidae) Frans Post

Voorposten Van De Moerasspinner LAELIA COENOSA in Natura2000-Gebieden in Nederland (Lepidoptera: Lymantriidae) Frans Post

voorposten van de moerasspinner LAELIA COENOSA in natura2000-gebieden in nederland (lepidoptera: lymantriidae) Frans Post Een van de grote zeldzaamheden van de Nederlandse nachtvlinderfauna is de moeras- spinner Laelia coenosa. Ze is pas in 1949 in Nederland bij Swalmen ontdekt en werd vanaf 1959 weer als uitgestorven beschouwd. Het is een onopvallende vlinder met een onbeholpen vlucht, die verblijft in de oevervegetatie van kalkrijke moerassen met galigaan. De moerasspinner heeft in Europa een verbrokkeld verspreidingsgebied, met de dichtstbijzijnde vindplaatsen vanuit Zuid-Nederland op honderden kilometers afstand. Vanaf 1967 is de vlinder regelmatig waargenomen in het zuidoosten van Noord-Brabant en Midden-Limburg maar daar is nooit veel ruchtbaarheid aan gegeven. Er zijn momenteel vijf vindplaatsen bekend en één in het aangrenzende België. Alle gebieden vallen onder de Habitatrichtlijn en dat geeft hoop op het behoud van de populaties. inleiding In 1970, halverwege de maand juni, struinde de De bewuste vlinder bleek de moerasspinner Laelia dertienjarige auteur met twee vriendjes door de coenosa (Hübner, 1808) te zijn, een soort die hij ondoordringbare galigaanmoerassen bij Budel- nog nimmer in Midden-Limburg had gezien. Dorplein, op zoek naar het nest van de grauwe Deze vlindersoort stond niet in Warnecke (1959). kiekendief Circus pygargus. Een tocht die nooit Eind juli van dat jaar vertrokken een vriend en ik meer is herhaald want het vlijmscherpe galigaan vanuit Weert op de fiets naar Budel-Dorplein met Cladium mariscus sneed op bloederige wijze door autoaccu’s onder de snelbinders. Met een gewoon de handen en vernielde de kleren, met boze reac- peertje van 100 Watt zetten we ons licht op aan de ties thuis als gevolg. Het nest werd opgespoord en rand van het moeras. In een periode van tien dagen ook werd op galigaan een handvol fraaie borstel- verschenen op drie avonden 51 exemplaren van rupsen aangetroffen die werden meegenomen. L. coenosa op het laken waaronder elf vrouwtjes. Op 21 juli van dat jaar kwam er een witte nacht- vlinder uit, een vrouwtje, dat met behulp van Ondertussen vingen H. van der Wolf en A. Cox Warnecke (1959) werd gedetermineerd als de tussen 1967 en 1973 bij Valkenswaard enige tien- satijnvlinder Leucoma salicis (Linnaeus, 1758). tallen exemplaren waarvan er 34 in de collecties Deze vlinder was niet in het boek afgebeeld maar van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam, de beschrijving, in combinatie met al eerder ver- het zma te Amsterdam en het Milieu Educatie zamelde exemplaren van deze soort, liet geen Centrum Eindhoven zijn beland. andere keus. Zowel Post als Van der Wolf hebben destijds aan B. Lempke schriftelijk melding gemaakt van deze Twee jaar later controleerde M. van der Donk in bijzondere vondsten maar het is onbekend wat er de zomervakantie mijn prille collectie en verslikte met deze informatie is gedaan. Lempke (1959) had zich in zijn thee bij het kistje met Lymantriidae. eerder geschreven dat er sinds 1953 geen exemplaar post - de moerasspinner LAELIA COENOSA in nederland 29 Figuur 1. Laelia coenosa, mannetje, 15.viii.2001, Budel- Figuur 2. Laelia coenosa, vrouwtje, 15.viii.2001, Budel- Dorplein. Foto Frans Post. Dorplein. Foto Frans Post. Figure 1. Laelia coenosa, male, 15.viii.2001, Budel- Figure 2. Laelia coenosa, female, 15.viii.2001, Budel- Dorplein. Photo Frans Post. Dorplein. Photo Frans Post. meer in Nederland was waargenomen. Deze con- Het zijn behaarde vlinders waarvan de mannetjes clusie werd door De Vos (1995) herhaald: sterk geveerde antennen hebben. De rupsen heb- ‘gevreesd moet worden dat deze soort uit ons land ben een opvallend uiterlijk: fraaie kleurencombi- is verdwenen’. De auteur heeft van 1970 tot en naties met rode, zwarte, gele en witte borstels die met 1982 regelmatig het gebied bij Budel- buiten de normale beharing uitsteken. Daaraan Dorplein bezocht en na een lange onderbreking danken ze buitenlandse familiebenamingen die weer vanaf 1998 en direct met succes: L. coenosa vertaald kunnen worden als penseelvlinders of verscheen op het laken. In kleine kring ging het borstelrupsen. Verscheidene algemene soorten bericht rond dat L. coenosa nog in Nederland zijn in de bosbouw berucht om de kaalvraat voorkwam en daardoor prijkt op de website van bomen zoals de satijnvlinder, de nonvlinder Vlindernet de tekst ‘Voor zover bekend bevindt Lymantria monacha (Linnaeus, 1758) en de de enige populatie van deze soort zich in de buurt plakker Lymantria dispar (Linnaeus, 1758). van Budel in Noord-Brabant’ (Vlinderstichting De bastaardsatijnvlinder Euproctis chrysorrhoea 2009). (Linnaeus, 1758) kan letterlijk een plaag zijn; de De auteur heeft zelf in geschikte gebieden onder- rupsen veroorzaken ernstige irritatie van de huid. zoek naar deze soort gedaan, collecties bezocht, andere waarnemers gesproken en oude waarne- De moerasspinner is de zeldzaamste soort van mingen onder de loep genomen. In dit artikel deze familie. Het mannetje (fig. 1) heeft ongete- wordt de stand van de kennis over L. coenosa kende vleugels en de kleur is valig bruinwit. De samengevat. vlinder heeft gevederde antennen die in rust schuin omhoog steken. De gele voorpoten wijzen herkenning dan recht naar voren en de gele middenpoten worden loodrecht op het lijf gehouden in een zeer De moerasspinner behoort tot de familie karakteristieke houding (fig. 3). Het vrouwtje Lymantriidae, de donsvlinders, die in Nederland (fig. 2) is eveneens ongetekend en heeft witte twaalf vertegenwoordigers telt. Recentelijk is vleugels en draadvormige antennen. In tegenstel- voorgesteld om donsvlinders, evenals de beer- ling tot de glanzende vleugels bij Leucoma salicis vlinders Arctiidae, te beschouwen als onder- zijn die van Laelia coenosa dof van kleur. Het familie van de uilen Noctuidae, om zo een vrouwtje heeft in de rusthouding dezelfde karak- monofyletische groep te creëren. teristieke zitpositie als het mannetje. 30 nederlandse faunistische mededelingen 30 ‒ 2009 Figuur 3. Laelia coenosa, mannetje, 17.vi.2006, Saint- Figuur 4. Laelia coenosa, rups, 6.vi.2002, Hortobágy- Martin-de-Crau, Frankrijk. Foto Daniël Morel. halastó, Hongarije. Foto Bernard Fransen. Figure 3. Laelia coenosa, male 17.vi.2006, Saint-Martin- Figure 4. Laelia coenosa, caterpillar, 6.vi.2002, de-Crau, France. Photo Daniël Morel. Hortobágy-halastó, Hongary. Photo Bernard Fransen. De soort heeft een kenmerkende borstelrups met Budel-Dorplein (Lempke 1959). Tussen 1970 en gele en zwarte haarborstels die niet met andere 2007 heeft de auteur op deze vindplaats op 45 soorten verward kan worden (fig. 4). avonden circa 435 moerasspinners genoteerd. De spinner zit ook in de aangrenzende Kruispeel en voorkomen in nederland de Hoort en beide gebieden worden tot de vind- plaats het Ringselven gerekend. Vanaf 1998 heb- Het eerste exemplaar, een mannetje, van L. coenosa ben circa zeven andere vlinderenthousiastelingen werd op 28 juli 1949 door H. Landsman te deze plekken bezocht (Post 1998) en ruim 80 Swalmen gevangen (Lempke 1952). In 1951 ving moerasspinners geteld. In het Natuurmuseum van J. Pijpers er een vrouwtje (beide exemplaren in Tilburg bevindt zich een exemplaar, in 1995 gevan- Natuurhistorisch Museum Rotterdam). De zoon gen door Hurkmans, met als vindplaats Geldrop. van Pijpers, een insectenfotograaf die in Weert was Verdere gegevens zijn niet bekend, maar vermoed gaan wonen, heeft in 1982 aan de auteur een foto wordt dat het de Strabrechtse heide betreft. In 1967 van een mannetje laten zien die in 1970 in het dal ving A. Cox een vrouwtje direct ten zuiden van van het riviertje de Swalm, vlakbij de Duitse grens, Valkenswaard, in het Dommeldal. In 1969 trof hij is gemaakt. Andere waarnemingen van deze vind- er 21 exemplaren aan. Tussen 1967 en 1973 heeft plaats zijn niet bekend. C. Nies ving tien rupsen en H. van der Wolf, enige kilometers zuidwaarts van tien mannetjes in 1953 bij Deurne (Lempke 1959). de vorige vindplek, in de Malpie in het Dommel- Zijn vindplaats aan de rand van de Peel is vlak dal enige tientallen exemplaren verzameld. In het daarna door ontginningen verloren gegaan. In zma te Amsterdam bevindt zich een exemplaar 2003 ving de auteur een mannetje in de Deurnese van H. Neyts dat in 1968 is verzameld in de Peel waaruit blijkt dat de soort er niet is ver- Malpie. De auteur heeft in 1982 en 2006 enkele dwenen. In 1953 vond Wilcke tien rupsen bij vlinders op deze vindplaats aangetroffen. post - de moerasspinner LAELIA COENOSA in nederland 31 350 300 250 200 150 100 50 aantal vondsten 0 eerste decadetweede juli decadederde juli decadeeerste juli decadetweede augustus decadederde augustus decade augustus Figuur 5. Vliegtijd Laelia coenosa 1949-2007. Figuur 6. Vindplaatsen van Laelia coenosa 1949-2007 in Figure 5. Flight period Laelia coenosa 1949-2007. Nederland (schaal 5×5 km). Figure 6. Records of Laelia coenosa 1949-2007 in the Netherlands (scale 5×5 km). In 1981 heeft A. Riemis in een heidegebied in het Dommeldal, net over de landsgrens en niet ver voorkomen in europa verwijderd van de Malpie, op drie avonden een exemplaar gevangen (schrift. med. W. De Prins). De moerasspinner heeft een groot areaal, van Deze vindplaats is bij dit artikel betrokken; het is Noord-Afrika tot aan Scandinavië en oostwaarts de enige recente Belgische vindplaats. Al deze tot en met Japan, waar een andere ondersoort vindplaatsen liggen in de regio Weert-Roermond- voorkomt. In dit grote verspreidingsgebied is er Deurne-Eindhoven (fig. 6). Vermoedelijk kwam sprake van een verbrokkeld voorkomen met de soort vroeger op meer plaatsen in Oost- en geïsoleerd liggende vindplaatsen (De Freina & Zuid-Nederland voor. Geschikte biotopen zijn Witt 1987). In alle landen van West-, Midden- echter omgezet in landbouwgrond; natuurweten- en Zuid-Europa is de soort zeldzaam tot zeer schappelijk onderzoek heeft er niet plaatsge- zeldzaam. Alleen rondom de Middellandse Zee vonden. Daarnaast heeft open en zompig moeras, wordt de soort vaker aangetroffen in delta’s, moe- waar het vlinderlaken wappert in de wind, nooit rassen en merengebieden in de buurt van de kust. veel aantrekkingskracht uitgeoefend op entomo- Het is een soort met een zuidelijke verspreiding logen waardoor potentiële vindplaatsen in het maar ze kan zich tot aan Scandinavië en de verleden niet zijn bezocht.

View Full Text

Details

  • File Type
    pdf
  • Upload Time
    -
  • Content Languages
    English
  • Upload User
    Anonymous/Not logged-in
  • File Pages
    10 Page
  • File Size
    -

Download

Channel Download Status
Express Download Enable

Copyright

We respect the copyrights and intellectual property rights of all users. All uploaded documents are either original works of the uploader or authorized works of the rightful owners.

  • Not to be reproduced or distributed without explicit permission.
  • Not used for commercial purposes outside of approved use cases.
  • Not used to infringe on the rights of the original creators.
  • If you believe any content infringes your copyright, please contact us immediately.

Support

For help with questions, suggestions, or problems, please contact us